de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

ABVV-Metaal aanvaardt IPA met nipte meerderheid

Het Federaal Comité van het ABVV keurde op 19 januari het ontwerp van interprofessioneel akkoord goed. Het werd geen overdonderende meerderheid, maar wel een meerderheid. Ook bij de stemming binnen onze eigen centrale was dat zo. In het vorig edito zegden we al dat op de Syndicale Raad bleek dat een aantal punten moeilijk lagen voor onze militanten.

Ook in de verdere bespreking, in de federaties, kwamen dezelfde pijnpunten naar voren:

Het arbeiders - bediendestatuut. De ABVV-voorzitter heeft op onze Syndicale Raad herhaald dat het irrealistisch was dit dossier aan te pakken binnen het IPA. Zijns inziens zijn er voldoende elementen om in de komende maanden hierover een compromis te bereiken. Na het vorig IPA – waarin zwart op wit stond dat tegen eind 2005 een nieuw statuut zou uitgewerkt worden – vonden de ABVV-Metaalmilitanten het even irrealistisch om te geloven dat er nu wel een doorbraak zou komen.

Uitvoering generatiepact . Het is duidelijk dat het generatiepact nog steeds niet verteerd is. Ondanks positieve stappen, bijvoorbeeld inzake de gelijkstellingen, bleven een aantal minpunten sterk doorzinderen. We denken dan aan het feit dat een beroepscarrière van 40 jaar wel erkend wordt als zwaar beroep (weliswaar voor zij die starten voor hun zeventiende), maar dat anderzijds de arbeider in kwestie wel beschikbaar moet blijven voor de arbeidsmarkt. Waarom wordt het aantal personen dat medische redenen kan inroepen beperkt tot 1200? Men kan ook zeggen – en terecht – dat het niet fair is dat deze elementen meespelen in de beoordeling van het IPA, omdat het generatiepact nu eenmaal een initiatief van de regering is. Maar toch gebeurt het.

Dit zijn slechts enkele elementen. Maar wat geldt voor het generatiepact, geldt ook voor de maatregelen inzake het betaald educatief verlof. Het afbouwscenario is opgelegd door de regering. Het IPA zorgt voor een aantal bijsturingen. Maar de wonden bij onze militanten zijn ondertussen wel geslagen.

De loonnorm die lager was dan verwacht, en in schril contrast staat met de winsten van de bedrijven, de lonen van de managers en de hoge beursnoteringen, was ook een belangrijk element.

Dit neemt niet weg dat onze militanten zonder meer het positieve van het IPA erkennen: de loonnorm die enkel indicatief is, de verhoging van de minimumlonen, de genderproblematiek, de gelijkgestelde dagen bij de berekening van het brugpensioen,...

Al deze afwegingen resulteerden in een kleine meerderheid. Voor vele militanten heeft daarbij ook meegespeeld dat een nieuwe afwijzing van het IPA het ABVV is een moeilijk parket zou brengen. Tenslotte was er de realistische inschatting dat een interprofessioneel akkoord in eerste instantie een solidariteitsakkoord is. Maar dat de concrete resultaten toch behaald moeten worden tijdens de sectorale onderhandelingen. Het “Ja” van ABVV-Metaal was een kritisch “Ja”. “Ja” aan de interprofessionele solidariteit, maar “neen” aan de instandhouding van de discriminatie van de arbeiders inzake hun statuut.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Ontwerp Interprofessioneel Akkoord: arbeiders - bediendestatuut

Op de valreep is er vorig jaar toch nog een ontwerp van interprofessioneel akkoord (IPA) afgesloten. Zo'n akkoord voor alle werknemers uit de privésector is de uiting is van de solidariteit tussen de sterken en de zwakken op de arbeidsmarkt in onze samenleving. Daarom is elk IPA belangrijk. Op 5 januari heeft ABVV-Metaal er een informatieve Syndicale Raad aan gewijd. ABVV-voorzitter Rudy Deleeuw heeft het ontwerp van IPA toen uitvoerig toegelicht en verdedigd.  Voor zo'n ontwerp wordt altijd de afweging gemaakt tussen de punten die via het IPA gerealiseerd worden en de marge die de sectoren achteraf overhouden om zelf zaken te onderhandelen. In dit IPA zitten heel wat positieve punten. We denken dan aan de verhoging van het minimumloon, aan de regeling inzake de gelijkgestelde periodes waardoor voor heel wat arbeiders/sters ook na het generatiepact het brugpensioen terug mogelijk wordt. Maar op de Syndicale Raad is ook gebleken dat er voor ABVV-Metaal nog een aantal belangrijke pijnpunten overblijven. Ik noem er slechts twee:

  • dat wat onder de noemer ‘uitvoering van het generatiepact' valt (zware beroepen, recht op brugpensioen,...)
  • en de problematiek van het arbeiders - bediendestatuut.
Wat het arbeiders – bediendestatuut betreft stelde de voorzitter van het ABVV dat het irrealistisch was om daarover in dit IPA een akkoord te bereiken. Hij benadrukte evenwel dat er tussen de partners duidelijk overeengekomen werd om in de loop van januari een werkmethode af te spreken om in dit dossier knopen door te hakken. Hij wees ook op de vooruitgang die reeds geboekt werd in de werkgroep van de Nationale Arbeidsraad: de maandelijkse betaling van het loon, de opening omtrent tijdelijke werkloosheid voor bedienden in bepaalde gevallen van economische overmacht,... Verder wees hij de Syndicale Raad erop dat de problematiek van de opzegtermijnen fundamenteel is voor de bedienden. De patroons willen die termijnen vooral aftoppen, maar daar winnen de arbeiders niets bij. Hij pleitte dan ook voor een strategie om het statuut van de arbeiders te verbeteren.


Het was duidelijk dat de Syndicale Raad van ABVV-Metaal sceptisch stond tegenover weer een nieuwe timing. In het vorige IPA stond immers al dat tegen eind 2005 een voorstel voor een nieuw statuut moest uitgewerkt worden. Volgens de voorzitter van het ABVV is dit echter de laatste kans: als de sociale partners nu geen akkoord bereiken, dan is het risico zeer groot dat in 2007 de regering de zaak in handen zal nemen.

Na de uiteenzetting van de voorzitter zullen de verschillende besturen van ABVV-Metaal zich beraden over dit ontwerp. De uitslag van deze consultatie zal blijken op het Federaal Comité van het ABVV op 19 januari. Het is belangrijk dat de buitenwereld ziet dat het ABVV een sterke leider heeft. Dat is in het voordeel van alle arbeiders. In de afweging over het IPA zullen we daar zeker rekening mee houden. Maar zeker wat het arbeiders – bediendestatuut betreft blijft voor ons de vraag: hoe lang hebben we nu al gewacht en hebben we al niet te lang gewacht, en hoe kunnen we naar diezelfde buitenwereld ons ongenoegen over deze voortdurende discriminatie tonen.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Auto-industrie: we moeten Europees gaan

“Zorg dragen voor de automobiel is NU verantwoordelijkheid opnemen”, schreven we hier twee weken terug. Sindsdien is het ergst denkbare opnieuw gebeurd: een van België's autobouwers wordt geconfronteerd met een dramatische herstructurering. Bijna vier vijfde van het personeel van VW-Vorst komt op straat te staan. En iedereen weet dat men de boel koudweg zal sluiten als er op termijn geen nieuw model naar Vorst komt. Dat is de brute kapitalistische realiteit.

Het is ook maar een stuk van het hele verhaal. Want naast het grote verhaal van VW-Vorst zijn er zovele kleine verhalen bij de toeleveranciers:  Faurecia (binnenbekleding), Decoma (bumpers), Alcoa Fujikura (bekabeling), Inergy Automotive Systems (brandstoftanks), Kendrion (electromagnetische componenten), ArvinMeritor (deuren), Tenneco (uitlaten en schokdempers), Johnson Controls (stoelen), Univar Benelux (coatings en oliën), Chemetall (lakken en fosfaatbehandeling),... Allemaal zullen ze in meerdere of in mindere mate in de klappen delen. En vele ‘kleintjes' maken van een groot drama een nog groter drama.

Het zou ongepast zijn om op de kap van dat drama het gelijk van de één of de ander te willen bewijzen. Het zijn de arbeiders van VW en hun vakbondsdelegatie die de te volgen strategie zullen uitstippelen. Maar het is zonneklaar dat – net zoals bij Renault Vilvoorde – het niet om zuiver economische redenen is dat juist Vorst zo zwaar wordt aangepakt. Om zuiver economische redenen herstructureer je niet op die manier de tweede meest productieve vestiging van de groep. Daarom staan we volledig achter het pleidooi van Mia De Vits voor een Europese Commissaris die moet toezien op herstructureringen, nagaan of ze nodig zijn is voor het overleven van de ondernemingen en controleren of er geen nationale belangen spelen. Komt die aanpak er niet, dan zullen we in Vlaanderen al te vaak de klos blijven. Wat Vorst vandaag overkomt is op alle terreinen het failliet van de Europese gedachte. Daarom hopen we vurig dat we ons op syndicaal vlak zullen herpakken en wel een éénvormige Europese strategie kunnen ontwikkelen. Het was beter geweest hadden we zo'n strategie vooraf kunnen vastleggen, zoals bij General Motors (Opel). In een geglobaliseerde economie waar overcapaciteit heerst, moet je pijn lijden om concurrentieel te blijven. GM slaagde er in om die pijn te spreiden over alle vestigingen en om niemand in zijn eentje de prijs te laten bepalen. Maar voor de arbeiders van VW geldt nu meer dan ooit, beter laat dan nooit.

Er is de laatste maanden veel gepraat over maatregelen om de automobielindustrie in Vlaanderen en in België te verankeren. Nogmaals: dit drama bewijst het niemands gelijk. Het bewijst slechts één ding. In de automobiel ben je nooit veilig. En geen enkele maatregel schept zekerheid. Maar wie niets doet, gaat hoe dan ook kapot. Daarom vragen we vandaag met meer klem dan ooit te voren dat iedereen zijn verantwoordelijkheid opneemt: directies, vakbonden en ook onze regering. Dat ze de maatregelen uitvoeren waar alle partners van de automobiel in Vlaanderen om vragen. En om het met de woorden van Raymond van het Groenewoud te zeggen: “Nu ,  niet seffes, niet sebiet, niet weldra, maar nu maintenant tout de suite, HEUTE nog verdomme”.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Een strijdbaar, maar vooral een gezond en gelukkig nieuwjaar

Dit is het laatste edito van dit jaar. Het edito ook waarin we  elkaar traditioneel een gelukkig nieuwjaar wensen. “Met al het beste'. Maar hoe doe je dat midden in – opnieuw – een zware herstructurering in de automobiel. En dan gaat het niet alleen over Volkswagen, dan hebben we het vooral ook over de toeleveranciers, over Faurecia, over Decoma en al die anderen. Al die arbeiders, al die families, al die onzekerheid. Natuurlijk gaat het niet alleen aan VW. Er zijn er zoveel meer die het afgelopen jaar de rekening hebben moeten betalen. Ik denk dan aan zovele bedrijven in de metaal die geconfronteerd werden met zware herstructureringen en / of zelfs sluitingen. En de lijst is lang veel te lang:  Sylvania in Tienen, Hörmann in Genk, Henrad in Herentals, Scanfil in Hoboken, Vichy BC Components in Roeselare, Jabil in Brugge waar men de boel toe deed, of kleine bedrijven zoals Weber in Beveren. En dat zijn ze – erg genoeg – niet allemaal. Zovele verhalen, zovele drama's.

We zullen het komend jaar hard moeten vechten voor onze industrie en voor onze jobs. We zullen dat op alle fronten moeten doen: iedere dag in onze bedrijven, tijdens de sectorale onderhandelingen, maar ook tijdens de federale verkiezingen. Want ook in een geglobaliseerde economie doet een ‘nationale' regering er toe. Maakt het een verschil of men maatregelen neemt die onze industrie verdedigen en verankeren en die zorgt voor een werknemersstatuut dat alle werknemers gelijk behandelt. 

Drama's als bij Volkswagen hebben de neiging om tot fatalisme te leiden: wat helpt het allemaal, we kunnen er toch niets aan doen. Begrijpelijk, maar niet verstandig. Natuurlijk zijn onze ‘marges' beperkt en natuurlijk zijn wij niet verantwoordelijk. Maar we kunnen wel de verantwoordelijkheid nemen om alles te doen om onze industrie en onze jobs te beschermen. Ondanks alle moeilijkheden die dat soms met zich meebrengt, hebben wij dat als ABVV-Metaal gedaan: van onze strijd tegen het generatiepact tot onze strijd voor het plus minus conto. Het is wat ons onderscheid van alle anderen. Wan wat nodig is moet gedaan worden.

Dat zullen we ook in 2007 doen. Samen met alle militanten en alle metallos. Het zal niet altijd makkelijk zijn, dat weten we nu al. Maar moeilijk gaat ook. Laat ons daarom elkaar ook in deze moeilijke tijden toch maar een hartelijk strijdbaar, maar vooral een gezond en gelukkig nieuwjaar wensen. Met al het beste. Want dat verdienen jullie.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Zorg dragen voor de automobiel is NU verantwoordelijkheid opnemen

Op 29 mei ondertekenden we voor de automobielsector een protocolakkoord inzake het plus-minus conto en het tijdsparen. Op deze pagina werd hierover reeds uitvoerig bericht. We gaan dan ook niet alles herhalen. Alleen dit: om binnen de eigen groep concurrentieel te blijven en nieuwe modellen binnen te halen is in sommige vestigingen het plus-minus conto levensnoodzakelijk (het plus-minus conto bepaalt dat de arbeidsduur berekend wordt over de levensduur van een automodel, zijnde maximum zes jaar). Zeker in tijden dat bij de rechtstreekse concurrenten niet alleen nulakkoorden werden afgesloten, maar zelfs serieuze loonsinleveringen. En men moet geen doorgestudeerde econoom zijn om te weten dat wie geen nieuwe modellen binnenhaalt, serieus in de problemen komt. 

Enerzijds is er het plus-minus conto, anderzijds is het tijdsparen belangrijk voor een aantal andere automobielvestigingen. Het uitgangspunt van het tijdsparen is dat men overuren kan oppotten gedurende zijn ganse carrière en dat men zelf kan bepalen wanneer men deze wil opnemen. Met andere woorden met tijdsparen worden overuren niet uitbetaald maar in overeenstemming met goede syndicale principes gecompenseerd. 

Dit was en is een belangrijk protocolakkoord voor ons. Maar ook een akkoord dat voor heel wat discussies zorgt. In onze centrale, maar vooral ook binnen het ABVV. Eenzelfde discussie en tegenstand bestaat trouwens ook binnen het ACV. Omdat de uitvoering van dit protocolakkoord ook een aantal wetgevende initiatieven vergt, moeten we met zijn allen – wij als centrale, de interprofessionele syndicale structuren, de werkgevers, de regering – hoe dan ook tot een compromis komen. Dat is gezien de standpunten een niet altijd even makkelijke evenwichtsoefening. We hebben er nochtans vertrouwen in dat we er uit zullen geraken en dat iedereen zijn verantwoordelijkheid zal opnemen en dat niemand het risico zal willen nemen om niet alles gedaan te hebben om de tewerkstelling van onze automobielbedrijven zo maximaal mogelijk beschermd te hebben. 

Wat we echter kunnen missen als kiespijn is een minister van Economie, Ondernemen, Innovatie, Wetenschap en Buitenlandse Handel, die in het kader van haar politieke profilering op de hoofdzetel van GM onverantwoorde verklaringen aflegt. Verklaringen die een karikatuur maken van het protocolakkoord (“de invoering van een werkdag van tien uur”) en die alleen maar voor onrust zorgen in de betrokken fabriek in Antwerpen. Als de VLD dan toch wil luisteren naar het middenveld, dan kan ze minister Moerman misschien eens uitleggen hoe sociale dialoog werkt en vooral hoe voorzichtig men daarin soms te werk moet gaan. Iedereen die het nieuws volgt weet dat voor de automobiel in Vlaanderen en Brussel cruciale momenten aanbreken. Als iedereen nu zijn of haar job doet, dan en dan alleen zullen we er in slagen om de jobs van onze arbeiders te vrijwaren. Laat ons dat doen en voor de rest niet te hard roepen.

Herwig Jorissen
Voorzitter