de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

Wie is er nu nog bezorgd om de auto-industrie in ons land?

Toen de Ford-arbeiders een maand geleden staakten voor een koopkrachtverhoging was het land bijna te klein. De politieke wereld op kop veroordeelde hen: de arbeiders speelden met vuur, ze bedreigden de toekomst van Ford in Genk,... Achteraf vond de Ford-directie het niet alleen nodig om de arbeiders een negentiende-eeuwse brief toe te sturen, waarin te lezen stond dat de staking 15 miljoen euro had gekost en moest worden terugverdiend; daarbovenop stelde ze onaangename maatregelen in het vooruitzicht en zei dat werknemers die het niet eens waren met haar beleid maar moesten vertrekken. Welke die onaangename maatregelen zijn waaraan de directie toen dacht, weten we nu: het personeel moet zelf zijn busvervoer betalen, de maaltijden in het bedrijfsrestaurant worden duurder, en dergelijke dingen meer. Deze keer kwam de verontwaardiging niet alleen van de vakbonden. De voormalige minister van Werk, Peter Van Velthoven (sp.a), en zelfs professor Blanpain spraken schande van de directie en maakten duidelijk dat wie de arbeiders laat betalen voor een staking eigenlijk het stakingsrecht in vraag stelt en elke sociale dialoog in de toekomst bemoeilijkt.

Van de politieke partijen die in de interim of welke regering dan ook zitten, hebben we niets gehoord. Maar diezelfde partijen hebben in hun noodbegroting (in de betekenis van ‘nodig om Leterme premier te maken') wel beslist om de lastenverlaging voor ploegenarbeid uit te stellen. Agoria reageerde onmiddellijk met een persmededeling om erop te wijzen dat zowel de huidige als de toekomstige premier eerder al hadden toegezegd om de korting van tien naar zestien procent op te trekken. Dat moet nu gebeuren, aldus Agoria, om te vermijden dat ons land (inzake ploegenarbeid) duurder zou worden dan de omringende landen, dat onze vestigingen bestellingen zouden verliezen en dat er dus jobs zouden sneuvelen. Zeker voor de auto-industrie is die ingreep erg belangrijk: hogere of lagere lasten hebben een onmiddellijke impact op de toekomstkansen van de Belgische autofabrieken. Anders gezegd, de verlaging is van levensbelang om de werkgelegenheid in de sector veilig te stellen.

Welk signaal denkt onze regering daarmee te geven aan onze auto-industrie en de respectievelijke hoofdkwartieren van GM, Ford en Volvo? Dat gedane beloftes van geen tel zijn in de Belgische politiek? Dat de toekomst van de automobiel in België enkel een zaak is van de arbeiders die er werken?

Met deze begroting worden onze arbeiders tweemaal gepakt. Een eerste keer omdat de regering te weinig doet voor hun koopkracht (maar dat hebben ze zelf al gedeeltelijk rechtgezet). Een tweede keer omdat deze regering zich niet bekommert om de industrie en opnieuw de arbeiders het gelag laat betalen.

Ten slotte, de Ford-arbeiders hebben het productieverlies door de staking (4000 wagens) al opgehaald. Hoe zit het eigenlijk met de achterstand die we opgelopen hebben door al de maanden aanslepende staking van de politieke partijen? Dikt die gewoon verder aan?

Herwig Jorissen
Voorzitter

Een spook waart door het land – het spook van de koopkracht...

“Koopkrachthysterie”, zo noemt het patronaat de acties van de afgelopen maanden. Als het al hysterie is, dan wel van het aanstekelijke soort. In de vorige Werker vond je al een behoorlijke lange lijst van bedrijven waar akkoorden werden gesloten (soms met en in de meeste gevallen zonder staking. Die lijst is nog langer geworden: Duracell, Sylvania, Crown Speciality Packaging Hoboken, Spicer, Philips Brugge, Tyco, Bosal, EADS (Oostkamp), Crown Verpakking (Deurne), Sadef, VLD Jonckheere, Superia (Zedelgem), Cools Parts (Zedelgem),... En dan lopen in verschillende bedrijven de onderhandelingen nu nog. Volgens Timmermans van het VBO (interview De Morgen) doen al de patroons die toegevingen omdat de vakbonden hen het mes op de keel zetten. Ze moeten wel want, zo zegt hij, er bestaat geen OCMW  voor ondernemingen die op het einde van de maand niet rond komen. Neen, maar gelukkig bestaat er dan zoiets als notionele interestaftrek en andere fiscale spitsvondigheden. Noch de arbeiders, noch de vakbonden willen het sociaal overleg zoals dat bestaat in België op de helling zetten. Zo'n uitspraken zijn een regelrechte belediging voor de arbeiders die elke week in hun winkelkarretje geconfronteerd worden met de gestegen levensduurte. En het is heus meer dan tien procent van de bevolking dat er koopkracht bij ingeschoten is. 

De vakbonden hebben geen acties georganiseerd rond koopkracht met het oog op de nakende sociale verkiezingen. Het bewijs daarvoor is dat er in weinig of geen bedrijven over de eisen een opbod is geweest tussen de vakbonden. De industriebonden hebben integendeel gehoor gegeven aan wat leefde bij de arbeiders en deze verzuchtingen verwoord. In de overgrote meerderheid van de gevallen is dat afgehandeld op de traditionele manier, binnen het sociaal overleg. En ze hebben in de meeste gevallen gebruik gemaakt van een systeem (de “niet-recurrente” oftewel eenmalige voordelen) waar het patronaat vragende partij voor was tijdens de laatste Interprofessionele Onderhandelingen. Zij hadden hierbij misschien niet aan de arbeiders gedacht, maar zolang er geen eengemaakt werknemersstatuut is, moeten de arbeiders nu eenmaal voor zichzelf opkomen. 

Laat ons dus vooral redelijk zijn: daar waar het kon zijn koopkrachtakkoorden onderhandeld of is men nog in onderhandeling. Dat is één zaak. Het heeft geen zin om nu al schoten voor de boeg te lossen met het oog op interprofessionele en / of sectorale onderhandelingen. Van de politiek hebben we de afgelopen maanden kunnen leren dat de ander provoceren niet tot eerbare compromissen leidt. Wat de koopkracht betreft, hebben de vakbonden op een verantwoorde manier hun werk gedaan. Het zou goed zijn, indien de (interim- of andere) regering hun deel zou doen om de koopkracht van de bevolking te vrijwaren.

Herwig Jorissen
Voorzitter

JA, de arbeiders bij de toeleveranciers hebben het recht om voor hun belangen op te komen en de vakbeweging staat pal achter hen

Limburg stond de afgelopen week een beetje in brand. Eerst gingen de toeleveranciers van Ford in staking, waardoor ook Ford plat kwam te liggen. De werkgevers (VOKA Limburg, maar ook Agoria) schreeuwden onmiddellijk moord en brand. “Chaos en gebrek aan respect bedreigen toekomst Ford Genk”, volgens Agoria, en de vakbonden moesten verantwoordelijk zijn en afstand nemen van de wilde acties. Op relatief korte tijd zijn de vakbonden er in geslaagd om in alle bedrijven akkoorden te onderhandelen, waarmee de problemen van de baan waren. Dacht men. Want prompt ging Ford zelf in staking. Nu schreeuwden niet alleen de patroons moord en brand (VKW-Limburg, VBO) maar ook de politiek (onder andere Patricia Ceyssens, Vlaams minister van Economie in de Zevende dag) want de toekomst van Ford kwam door die onverantwoorde arbeiders in het gedrang.

Volgens de topman van Ford Europa, John Fleming, is dankzij de inspanningen van het bedrijf, de regionale en nationale overheden (de arbeiders vernoemde hij niet) vandaag “Ford Genk één van de modernste en meest efficiënte fabrieken in zijn soort”. Al die inspanningen dreigen nu teniet gedaan te worden en er komt “een grote wolk boven de toekomst van de Genkse Ford-fabriek”. Als één van de meest efficiënte fabrieken in zijn soort bedreigd wordt door een staking, dan zegt de topman van Ford Europa eigenlijk dat Ford-arbeiders geen recht op staken hebben. Elke arbeider heeft recht om voor zijn gerechtvaardigde belangen op te komen, ook die van Ford, ook die van de toeleveranciers.

Zoals alle autoconstructeurs werkt Ford met toeleveranciers, die onderdelen leveren aan de moederfabriek. In Genk zitten de toeleveringsbedrijven allemaal dicht bij elkaar, verdienden de arbeiders weinig en zijn de lonen tussen de verschillende toeleveranciers ook nog eens behoorlijk verschillend. Dat alleen al is een tijdbom. Naast de onderbetaling is er ook het massale gebruik en vooral misbruik van uitzendarbeid en tijdelijke contracten. Als gedurende jaren uitzendwerk gebruikt wordt als systeem en niet voor hetgeen waarvoor het bedoeld is (bij uitzonderlijke vermeerdering van werk of voor een vervanging), dan komt er in het bedrijf een groep arbeiders die, begrijpelijkerwijze, altijd voor het kortetermijnresultaat zullen gaan. Gewoon omdat ze niet weten of ze er straks nog bij zullen zijn (dat bleek ook al bij de vorige stakingsgolf in de Limburgse toelevering). Men moet dan niet spreken over heethoofden of een kleine minderheid (dixit algemeen directeur Guy Martens). In de sociale geschiedenis zijn het de zogezegde heethoofden geweest – al is het beter om te spreken over mondige arbeiders – die via de weg van de vakbond voor progressie gezorgd hebben. Bovendien, wie de mensen zijn waarden, dromen, zekerheden en dus zijn toekomst ontneemt, kweekt heefthoofden. Het is aan de vakbond om hieraan gehoor en een stem te geven.

Bovendien is het niet omdat de constructeurs een flexibeler dan flexibel just-in-time-syteem hebben opgezet met een toeleveringspark van onderbetaalde arbeid, dat de arbeiders in die fabrieken dat zomaar moeten ondergaan. Als daardoor, gecombineerd met andere elementen, in een bepaald bedrijf de emmer op zeker ogenblik overloopt (en bij Syncreon zaten de mensen al zeven maanden te wachten op nieuwe functieclassificatie) dan zijn enkel diegenen die niet vertrouwd zijn met het dossier verwonderd. Dan blijkt dat flexibiliteit zijn grenzen en nadelen kent. Want de onderdelen in voorraad leveren vaak maar 1 tot 2 uur werk op, waardoor het moederbedrijf heel erg afhankelijk wordt van de toeleveranciers.

De vakbond is meer dan wie ook vragende partij voor werkgelegenheid, werkzekerheid en sociale vrede. Ook in Limburg, zoals bleek tijdens de afgelopen acties. Vanaf dag één is alles gedaan om de staking te beperken. In sommige bedrijven is kwam er een akkoord zonder staking, in andere niet. Nergens hebben de stakingen aangesleept en uiteindelijk bleef het productieverlies bij Ford beperkt. Toen de staking bij Ford uitbrak had de voorzitter van ABVV-Metaal Limburg, Tony Castermans, en hij alleen de moed om in de media te verklaren dat hij niet onverdeeld gelukkig was met de staking.

Wij hebben dus geen lessen te krijgen in verantwoordelijkheid. Niet van de werkgevers en zeker niet van politiekers die er nog altijd niet in slagen, na driehonderd dagen spelen met het geld van ons allemaal, om een regering te vormen die naam waardig. Die zelfs na driehonderd dagen staken geen compromis vinden. Zo'n onverantwoord gedrag heeft geen enkele vakbond ooit ten toon gespreid. Het is niet omdat ze blauw is, dat Patricia Ceyssens niet het schaamrood op haar wangen zou moeten krijgen.

Dus wij willen sociale vrede. Maar de elementen die een sociale vrede waarborgen moeten aanwezig zijn. Je handhaaft nu eenmaal geen sociale vrede op een tikkende tijdbom. Na de vorige stakingsronde bij de toeleveranciers hebben de patroons geen lessen willen trekken. Misschien hebben ze nu wel de moed en de verantwoordelijkheidszin om samen met de vakbonden de situatie te analyseren en te zien wat kan en niet (meer) kan. Om te zien hoe een einde kan gemaakt worden aan bepaalde excessen (de waanzinnige flexibiliteit en ermee gepaard gaande werkdruk, de onderbetaling, de gesel van het oneigenlijk gebruik van uitzendarbeid,...). ABVV-Metaal is bereid die oefening te maken en haar verantwoordelijkheid op te nemen. Voor onze arbeiders en voor onze industrie.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Sociale stabiliteit enkel door sociale rechtvaardigheid

Er waait een wind van wilde stakingen over het land zo kopte de Morgen in haar week-end editie. Als je het lijstje in de metaal bekijkt waar er acties gevoerd werden en/of waar er akkoorden werden bereikt, dan oogt het inderdaad behoorlijk indrukwekkend: Crown Verpakking (Deurne), Sadef, VLD Jonckheere, Superia (Zedelgem), Cools Parts (Zedelgem), Fomeco (Zwevegem), P&C (Roeselare) Betafence (Zwevegem), Alural (Lummen), Bekaert (verschillende vestigingen), Watteeuw, Tyco (Brugge), Daikin (Oostende), Bombardier (Brugge), Packo (Zedelgem en Diksmuide), Dumont, Alro (Dilsen Stokkem), Galva, Sabca (Lummen), Hydromation (Tongeren), Plastic Omnium (Herentals)New Holland (Zedelgem en Antwerpen), Inergy (Herentals), Bosch (Tienen), Kautex (Tessenderlo), Opel, Tenneco Automotive, Ford, JLG, Magna Belplas, Lear Corporation, SML, IAC, Syncreon...  

Zonder te spreken over de bedrijven waar men het in alle luwte heeft gedaan of waar men nu nog aan tafel zit. Hoe alles is begonnen bij een toeleverancier van Ford, Syncreon, hebben we in het vorig edito uit te doeken gedaan. Vanaf dan is er een ketting in gang geschoten: een ketting van sociale onrust als men wil, maar vooral een ketting van revolte tegen jaren gegroeide sociale onrechtvaardigheid.

ABVV-Metaal is een vakbond die zijn verantwoordelijkheid opneemt: verantwoordelijk voor de arbeiders en ook voor het behoud van de industrie. We hebben dat in het recente verleden meer dan genoeg bewezen: van het saldomechanisme tot het plus minus conto. We zijn ook een vakbond die de CAO's die wij onderhandeld hebben, respecteert. Maar onze arbeiders zien ook de historisch lage werkloosheidscijfers en de historisch hoge bedrijfswinsten. Ze lezen ook over de supersalarissen van managers en over politici die maanden kunnen staken en doorbetaald worden. Ondertussen worden zij geconfronteerd met een alsmaar stijgende levensduurte: stijgende energieprijzen, stijgende brandstofprijzen, stijgende uitgaven van het dagelijks leven... Combineer dat met de toenemende werkdruk, met het perspectiefloze van jarenlang te moeten werken met een tijdelijk of interimcontract en dan weet je: vroeg of laat moest deze tijdbom afgaan.

Men moet nu niet afkomen met “de vakbonden zijn voorbijgelopen” of “de vakbonden hebben het niet meer in de hand”. Voor deze sociale onrust zijn de werkgevers zelf verantwoordelijk. Zij zijn de pyromanen. Nu het overal brandt, kijken ze naar de brandweer – de vakbond – en roepen om ter luidst dat we het vuur niet op één, twee, drie geblust krijgen.  Terwijl men maar al te goed weet, dat er niets makkelijker is, dan om net nu de boel aan te steken. We hebben dat niet gedaan. Wat de werknemers aangekaart en onderhandeld hebben in al die bedrijven gaat over:

  • een deel koopkracht: wat zich doorgaans vertaald heeft in netto-premies, een vervroegde index, maaltijdcheques,...
  • het beperken van de misbruiken van tijdelijke en interimarbeid
  • respect: respect voor het werk dat je presteert ook als toeleverancier (loonsverhogingen om de verschillen met het moederbedrijf te normaliseren) respect voor arbeiders die hetzelfde presteren maar onzeker blijven door de tijdelijke contracten waarin men hen gevangen houdt.

ABVV-Metaal heeft daarom de acties van de arbeiders gesteund en ze zal dat ook blijven doen. Op korte termijn zullen we met alle toeleveranciers bij elkaar komen om ons te beraden over de organisatie van de toelevering in de toekomst. We zullen meer nog dan vroeger campagne voeren tegen de misbruiken inzake tijdelijke en interimarbeid. We zijn begonnen met een affichecampagne en we zullen niet stoppen. Niet meer. Net zoals de patroons zijn we voor sociale stabiliteit. Er kan maar sociale stabiliteit zijn, als er ook sociale rechtvaardigheid is.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Waarom er geen metaalpagina in de werker staat

Alle ABVV-leden ontvangen iedere veertien dagen “De Werker”.  In “de Werker” heeft elke centrale een eigen pagina. Op deze pagina kan elke beroepscentrale van het ABVV zijn leden informeren over onderwerpen die hen aanbelangen. In de editie van “de Werker” zal voor het eerst geen pagina staan van ABVV-Metaal. Wat er had moeten staan was:

  • een verslag van de Syndicale Raad van 21 december: op de website te vinden bij actualiteit uit de centrale
  • de belangrijkste uittreksels uit het protocol afgesloten tussen ABVV-Metaal en ABVV-TKD
  • een gemeenschappelijke edito van Donald Wittevrongen, Voorzitter TKD en mezelf.

In dat edito delen we onze leden mee dat de instanties van ABVV-Metaal en ABVV-TKD besloten hebben om vanaf 1 januari 2008 een federatie te vormen met het oog op een fusie in april 2009. Dat laatste vanzelfsprekend indien de Congressen van beide beroepscentrales er mee instemmen. De naam van de nieuwe centrale zou de naam dragen “ABVV-Industrie”. Zowel ABVV-Metaal als ABVV TKD wilden hiermee te kennen geven dat de fusie een inhoudelijk project was namelijk het verwezenlijken van een noodzakelijk industriesyndicalisme. De creatie van een industrievakbond is al decennialang een fundamentele resolutie van ABVV-Metaal.

ABVV was van oordeel dat we op onze pagina niet mochten spreken over een fusie en dat we ook niet voor onze beurt mochten spreken en zeker niet over het industriesyndicalisme.

Het is natuurlijk goed dat het ABVV waakt over zijn statuten en over deze van de beroepscentrales. Maar als democratische instanties van twee beroepscentrales in alle openheid een belangrijke strategische keuze maken voor de toekomst van hun eigen structuur en voor deze van de arbeiders in het algemeen en daarover hun leden wensen te informeren, dan is dat hun goed recht. De gesprekken die ABVV-Metaal en ABVV-TKD voeren, gebeuren in alle openheid (en niet in de coulissen). Ze zijn besproken in hun besturen, zowel plaatselijk als ‘nationaal'. Een vergaande en intense samenwerking tussen twee centrales kan natuurlijk niemand verbieden, maar als het ABVV van oordeel is dat een fusie om statutaire redenen niet zou kunnen, dan heeft men genoeg tijd om in te grijpen. Het voornemen van beide centrales verzwijgen in de eigen kolommen is daar niet voor nodig.

Daarom vindt U deze week geen metaalpagina in “de Werker”. Maar dit zal ons niet stoppen om verder te doen, om gezamenlijke secretariaten en uitvoerend besturen te houden met ABVV-TKD, om te zien hoe we samen kunnen werken en om tussendoor óók de sociale verkiezingen te winnen. Onze ervaring bij de splitsing is dat er veel water naar de zee vloeit vooraleer er een definitieve regeling tot stand komt. En dat er in de tussentijd vele scenario's de revue passeren en vele scenario's aangepast en weer aangepast worden. Dat is zo. Maar onze ervaring is ook dat je er soms wel een duw aan kunt geven of even afremmen, maar dat je de stroom niet kunt stoppen.

Herwig Jorissen
Voorzitter