In gesprek met ... Fidel Gavilan.

In mijn vorige blog traden we in detail over de voorbereiding van een EFI. Of: welke info heb je nodig om aan een EFI-analyse te kunnen beginnen. Nu, na deze voorbereiding begint het echte werk natuurlijk pas. Want een EFI is allesbehalve kinderspel.

Let op: in dit artikel bespreken we enkel maar één facet van de EFI, de financiële gezondheid van de onderneming. Uit een EFI-bundel valt heel wat meer informatie te halen, zoals de vormingsinspanning, genderpolitiek van de onderneming, de kwalitatieve en kwantitatieve evolutie van de tewerkstelling, RSZ-bijdrageverminderingen voor doelgroepen als structurele verminderingen, het fiscaal beleid waaronder de notionele intrestaftrek, en nog zoveel meer.

In deze blog leer je de kern van de zaak: aan 10 welke punten moet je als delegee aandacht schenken bij het analyseren van (de economische en) financiële informatie van een bedrijf? En vooral: wanneer is het tijd om aan de alarmbel te trekken?

1. De omzet en de evolutie ervan

De omzet vind je naast code 70 in de resultatenrekening op bladzijde VOL 3 in de jaarrekening. In de EFI hoor je de jaarlijkse cijfers te krijgen van het actief, het passief en de resultatenrekening uit de jaarrekeningen van de afgelopen 5 boekjaren, zodat je die kunt vergelijken met voorgaande jaren.

2. Het bedrijfsresultaat en de evolutie ervan, ook wel EBIT genoemd

De EBIT vind je naast code 9901 in de resultatenrekening op bladzijde VOL 3 in de jaarrekening.

3. EBIT-marge

Deel je de EBIT door de omzet, dan krijg je een eerste rendabiliteitsgraad, met name de EBIT-marge. De marge vertelt je hoeveel euro's de onderneming verdient per 100 euro aan verkochte goederen.
Dit cijfer hoort positief te zijn, zo niet waarschuw je je secretaris en vakbondsdeskundige!

4. Het netto resultaat na belastingen

Het netto resultaat staat in de resultatenrekening naast code 9905 op bladzijde VOL 3 in de jaarrekening.

5. Solvabiliteit

De solvabiliteit bereken je door het eigen vermogen met code 10/15 op pagina VOL 2.2 van het passief te delen door het balanstotaal met code 10/49 op dezelfde bladzijde. De solvabiliteit geeft aan hoe diep de onderneming in de schulden zit. Een minimum aan solvabiliteit is 20 %. Ligt dit onder de 20 %? Dan hoor je aan de alarmbel te trekken.

6. Cashflow

De cashflow geeft je een idee van hoeveel cash de onderneming op één jaar tijd genereert. De cashflow moet je zelf berekenen. De formule is:

Winst of verlies van het boekjaar (code 9904 – bladzijde VOL3)
+    afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa (code 630 – bladzijde VOL3)
-     terugneming van afschrijvingen en van waardeverminderingen op immateriële en materiële vaste activa (code 760 – bladzijde VOL3)
-     terugneming van waardeverminderingen op financiële vaste activa ( code 761 – bladzijde VOL3)
+    uitzonderlijke afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa (code 660 – bladzijde VOL3)
+    waardevermindering op financiële vaste activa (code 661 – bladzijde VOL3)

De cashflow hoort positief te zijn. Is de cashflow uitzonderlijk negatief gedurende één boekjaar, geen paniek. Blijft de cashflow – jaar na jaar – negatief, leg het voor aan je vakbondsdeskundige!

Probeer, indien mogelijk een opsplitsing te krijgen van de cashflow in een operationele, financiële en investeringscashflow over meerdere jaren. Bekijk de evolutie van de verschillende cashflows. De investeringscashflows zouden op termijn een positieve impact moeten hebben op de operationele cashflow. Zo niet is er verkeerd geïnvesteerd! Ook de verhouding van de financiële cashflow ten opzichte van de solvabiliteit is interessant. Het geeft je een idee of de onderneming niet te veel verschuldigd is. Ook grote cashuitgaven zoals kapitaalvergoedingen moeten in vraag gesteld worden.

7. De evolutie van de personeelskosten (in % van de omzet)

De personeelskosten staan bij code 62 op bladzijde VOL 3 in de jaarrekening. Normaal hoort deze stabiel te zijn of te dalen. Bij sterke stijging(en), licht je vakbondsdeskundige in. De personeelskosten van code 62 houden weliswaar geen rekening met de interim-kost, de onderaannemers en andere gehuurde werknemers! Die kosten zitten in de kosten voor diensten en diverse goederen (code 61 – bladzijde VOL3). Vraag altijd een uitsplitsing van die kosten.

8. Productie en productiviteit

De productie en productiviteit, liefst per product moet je ook aandachtig lezen, want een product dat niet verkoopt, leidt tot economische werkloosheid in de afdeling. Een dalende productiviteit zorgt voor een dalende winstgevendheid. Je hebt recht op minimaal volgende elementen :

- de evolutie van de productie uitgedrukt in volume, getal of gewicht evenals in waarde en toegevoegde waarde;
- de aanwending van de economische productiecapaciteit;
- de evolutie van de productiviteit, om meer bepaald zicht te krijgen op de toegevoegde waarde per arbeidsuur of de productie per werknemer.

9. Investeringen

Ook de investeringen in machines, in terreinen en gebouwen, in activa in aanbouw, ... zijn belangrijk. De investeringen vind je op verschillende bladzijden, met name in de toelichtingen op bladzijde VOL 5.3.1, VOL 5.3.2, VOL 5.3.3, VOL 5.3.4, VOL 5.3.5 en VOL 5.3.6, naast de "aanschaffingen, met inbegrip van de geproduceerde vaste activa" met codes 8161, 8162, 8163, 8164, 8165 en 8166. Wij raden je aan om de investeringen jaar na jaar bij te houden in een Excel-bestand. In normale tijden schommelen de investeringen rond hetzelfde bedrag. Dalen die investeringen plots, dan adviseren wij je om contact op te nemen met je vakbondssecretaris.

10. Toekomstvooruitzichten

Het KB van 27 september 1973 schrijft dat "de voorlichting in verband met het programma en de algemene toekomstverwachtingen van de onderneming (...)zich uitstrekt tot alle aspecten van de activiteit van de onderneming, inzonderheid de industriële, financiële, commerciële, sociale aspecten en het speurwerk, met inbegrip van de vooruitzichten inzake haar verdere uitbouw en inlichtingen over de financiering van de voorgenomen investeringen". In de toekomstvooruitzichten hoort de lokale directie een beeld te geven van de toekomstige investeringen, eventuele nieuwe producten en in het bijzonder de evolutie van de tewerkstelling. Ontbreekt die informatie, vraag het aan het ondernemingshoofd.

Je leest het: de EFI-analyse is een hele, vooral technische boterham. Maar er is geen reden tot paniek: als delegee krijg je de volledige ondersteuning van de Centrale in deze materie. Het is vooral belangrijk om te onthouden wanneer je als delegee alarm moet slaan bij het bekijken van de EFI van je bedrijf. Dat zijn de volgende vier puntjes:

1. Negatieve EBIT-marge
2. Solvabiliteit lager dan 20 %
3. Opeenvolgende negatieve cashflow
4. Plots dalende investeringen

Word je geconfronteerd met een van bovenstaande vaststellingen? Neem dan contact op met je secretaris. Je kunt hiermee, en met andere vragen over de EFI, ook steeds terecht op het adres Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Fidel Gavilan
Adviseur ABVV-Metaal

 

Andere blogs van Fidel:

2 x 10 punten om af te checken voor je aan een EFI begint

5 redenen waarom jongeren de speelbal zijn van de federale en Vlaamse regering