"Dit jaar ga ik een rode vlag uithangen. En ik ga er toch nog iets speciaals van maken met mijn gezin."

Jimmy gaat al vele jaren naar de 1 mei-stoet in Leuven: “Ik doe dat al sinds mijn negentiende, toen ik nog bij de jong-socialisten zat. Daarna ga ik altijd terug naar Tienen – waar ik woon – om te vieren met mijn vrouw en kinderen. Er is daar vanalles te beleven, zoals muziekoptredens en leuke activiteiten voor de kleintjes.”

Deze keer niets van dat alles, maar toch wordt er nog steeds gevierd ten huize Crispeyn: “Dit jaar ga ik een rode vlag uithangen. En ik ga er toch nog iets speciaals van maken met mijn gezin. We gaan ijsjes eten en een mooie wandeling maken. Maar het zal raar blijven. 1 mei is toch vooral de dag waarop je kameraden ontmoet en samen een goede pint drinkt.”

 

“De coronacrisis stelt veel zaken op scherp.”


Voor Jimmy is 1 mei een belangrijke dag: “Het is het feest van de sociale strijd. Het is een dag waarop we stilstaan bij het verleden, maar ook vooruitkijken naar de toekomst. Waar willen we naartoe? De corona-crisis stelt veel zaken op scherp. Wie zijn vandaag de essentiële werknemers? Dat zijn net die beroepen die jarenlang niet kregen wat ze verdienden: de verplegers, de postbodes, magazijniers, enzovoort. Dat zijn de mensen die onze maatschappij doen draaien. Deze 1 mei moet dus in het teken staan van deze mensen. Zij verdienen allemaal een deftig loon, een vast contract en veel respect.”

Jimmy voegt er nog aan toe: “Het is schandalig dat sommige rechtse politici en werkgevers elke dag voor de essentiële werknemers staan te applaudisseren, terwijl ze nooit iets gedaan hebben om de positie van die mensen te verbeteren. Wij als vakbeweging moeten nu vooral voor hen opkomen. We moeten vermijden dat de factuur van de corona-crisis wordt afgewenteld op de gewone man.”