Nog 8 maanden en de SV zijn volop aan de gang in de ondernemingen. Maar voor er een bolletje in het stemhokje wordt gekleurd moet er heel wat gebeuren en de spelregels zijn strikt.  Vanaf begin november trekt de vormingsdienst van ABVV-Metaal doorheen Vlaanderen om de afgevaardigden te informeren en wegwijs te maken in de procedure. 

Er zijn verschillende momenten in de aanloop van de verkiezingsdag (tussen 11 en 24 mei 2020) waar er belangrijke beslissingen moeten genomen worden. 

Moeten er verkiezingen gehouden worden of niet?

Om sociale verkiezingen te organiseren voor de oprichting van een CPBW of OR moet er een bepaalde ‘drempel’ worden vastgesteld aan werknemers die tewerkgesteld zijn in de onderneming. Voor de berekening van de drempel, wordt als ‘werknemer’ beschouwd: iedere persoon die verbonden is met de onderneming door een arbeids- of leerovereenkomst. Het gaat met andere woorden over de arbeiders, de bedienden met inbegrip van de handelsvertegenwoordigers, de kaderleden en het leidinggevend personeel. Ook de studenten, de huisarbeiders, de telewerkers, het dienstencheques-personeel en de industriële leerlingen worden beschouwd als werknemers.

Worden gelijkgesteld:

- Personen die voor een beroepsopleiding in de onderneming geplaatst zijn door gemeenschapsinstellingen belast met de beroepsopleiding
- De onderzoekers die aangeworven zijn door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen of andere geassocieerde Fondsen worden als werknemers beschouwd waar zij hun onderzoeksopdracht uitoefenen.

Worden voor de berekening van de ‘drempel’ niet als werknemers bij hun werkgever beschouwd:

- De werknemer die verbonden is met een vervangingsovereenkomst
- De uitzendkracht (bij het uitzendkantoor zelf)

Opgelet: Terwijl de uitzendkrachten voor de drempel niet als werknemer worden beschouwd bij hun werkgever (zijnde het interimkantoor), worden ze wel in aanmerking genomen bij de ‘gebruiker’ (= het bedrijf waar ze via het interimkantoor worden tewerkgesteld) voor zover ze geen werknemers vervangen gedurende de schorsing van de overeenkomst van de werknemer die ze vervangen (ziekte en andere afwezigheden van eigen werknemers).

Minimum tewerkgesteld werknemers

- Er moet een ondernemingsraad opgericht worden in ondernemingen die gewoonlijk gemiddeld ten minste 100 werknemers tewerkstellen.
- Er moet een comité worden opgericht in de ondernemingen die gewoonlijk gemiddeld ten minste 50 werknemers tewerkstellen.

Start met de eerste telling!

Om het gemiddelde van de personeelsbezetting te bepalen wordt rekening gehouden met al de werknemers zelfs wanneer hun arbeidsovereenkomst is geschorst omwille van ziekte, ongeval, tijdskrediet enz..

De berekening van de tewerkstellingsdrempel gebeurt op basis van de referteperiode. Voor de huidige afgevaardigden die zetelen in de ondernemingsraad of het CPBW is het dus nu al belangrijk om deze informatie op te vragen in de respectievelijke overlegorganen.

Welke referteperiode?

- voor eigen werknemers van 1/10/2018 tot 30/09/2019.

De werkgever is verplicht deze informatie aan jullie te bezorgen. De informatie moet conform het register van de DIMONA-aangifte zijn die de werkgever trimestrieel indient bij de overheid.

- voor uitzendarbeiders (behalve motief schorsing) van 01/01/2019 tot 30/06/2019.

De werkgever moet een bijlage bijhouden waarbij aan elke uitzendkracht een nummer toegewezen wordt volgens een doorlopende nummering en in de chronologische volgorde van zijn/haar tewerkstelling.

De bijlage vermeldt voor elke uitzendkracht:

- het nummer van de inschrijving
- de naam en voornamen
- de datum van het begin van de tewerkstelling
- de datum van het einde van de tewerkstelling
- het uitzendkantoor dat hem/haar tewerkstelt
- zijn/haar wekelijkse arbeidsduur

Uitzondering: De bijlage moet door de werkgever niet worden bijgehouden indien de bestaande ondernemingsraad via een unanieme verklaring vaststelt dat de drempel van 100 werknemers werd overschreden. De verklaring dient opgenomen te worden in de notulen van de ondernemingsraad.

Syndicaal aandachtspunt

- Plaats het thema op de agenda van de ondernemingsraad of bij ontstentenis op het CPBW en vraag de informatie op bij jouw werkgever.
- Het is aan de werkgever om de informatie en berekening ‘begrijpelijk en praktisch’ toe te lichten zodat werknemersvertegenwoordigers over de nodige informatie beschikken om een correct oordeel te vormen.

Meer informatie kun je terugvinden in de online brochure van de FOD WASO.