Een hogere pensioenpremie en een betere gelijkstelling voor het vakantiegeld 2021

Dankzij het ABVV werden de voorbije dagen twee dossiers geregeld die de koopkracht van uitzendkrachten rechtstreeks ten goede komen. Het eerste betreft de verhoging van de pensioenpremie voor uitzendkrachten, het tweede gaat over extra vakantiegeld voor bijna vijfduizend uitzendkrachten. Hieronder lichten we deze punten voor jou toe.

 

  1. Hogere pensioenpremie
Op initiatief van het ABVV werd in het paritair comité voor de uitzendarbeid (PC 322) een akkoord gesloten om de pensioenpremie voor uitzendkrachten te verhogen vanaf 1 oktober 2021. De pensioenpremie is een kleine verhoging van het brutoloon van de uitzendkracht, die in verhouding staat tot de aanvullende pensioenbijdrage die in een bepaalde sector betaald wordt aan vaste werknemers. In tegenstelling tot vaste werknemers bouwen uitzendkrachten immers geen sectoraal aanvullend pensioen (SAP) op. Dankzij de pensioenpremie ontvangt een uitzendkracht toch hetzelfde loon als hetgeen hij zou krijgen indien hij door het bedrijf als vaste werknemer werd aangeworven.

De pensioenpremie bestaat sinds 2008 en lange tijd was ze een correcte weerspiegeling van de werkelijke loonsituatie. Dat veranderde echter met de taxshift, die sinds 2018 zorgt voor lagere RSZ-bijdragen voor werkgevers. Omdat de pensioenpremie nog steeds berekend werd op basis van de hogere werkgeversbijdragen, was ze niet langer conform de werkelijke loonsituatie.

Dat euvel werd nu rechtgezet, weliswaar na lange en moeilijke onderhandelingen met het VBO en Federgon (de werkgeversfederatie van de uitzendsector). De pensioenpremie wordt berekend door de bijdrage voor het sectoraal aanvullend pensioen in een bepaalde sector (bijv. in PC 111 is dat 2,39 %) te vermenigvuldigen met een coëfficiënt en het is die coëfficiënt die vanaf 1 oktober 2021 naar omhoog gaat. Concreet stijgt de coëfficiënt van 0,6603 naar 0,6943 voor arbeiders en van 0,6841 naar 0,7158 voor bedienden. Voor een arbeider-uitzendkracht in een PC 111 stijgt de pensioenpremie dus van 1,58 % (2,39 % x 0,6603) naar 1,66 % (2,39 % x 0,6943). Meer dan 500.000 uitzendkrachten krijgen eindelijk waar ze recht op hebben!

  1. Meer vakantiegeld voor vijfduizend uitzendkrachten

De dagen tijdelijke werkloosheid omwille van corona in 2020 werden gelijkgesteld voor het recht op jaarlijkse vakantie (vakantiegeld en vakantiedagen) in 2021. Deze gelijkstelling geldt voor alle werknemers en dus ook voor uitzendkrachten. In de praktijk vielen echter heel wat uitzendkrachten uit de boot, namelijk wanneer zij geen contract hadden op de dag voorafgaand aan de start van de corona-werkloosheid.

Dankzij het ABVV is deze onrechtvaardigheid nu ook rechtgezet. Ook uitzendkrachten die niet verbonden waren door een arbeidsovereenkomst op de dag voorafgaand aan de dag waarop zij tijdelijk werkloos werden, kunnen van de gelijkstelling genieten. In de praktijk krijgen hierdoor bijna vijfduizend arbeiders-uitzendkrachten meer vakantiegeld (meer dan 120.000 gewerkte dagen werden gelijkgesteld)! De Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) is momenteel alle dossiers aan het regulariseren.

Ben je uitzendkracht en denk je dat je te weinig vakantiegeld hebt ontvangen? Neem dan contact op met het ABVV of de RVJ om te controleren of de gelijkstelling correct is toegekend.