Op vrijdag 19 juni vergadert de Europese Raad over de meerjarenbegroting 2021-2027 en over het Europese herstelplan. Zowel ETUC (de Europese vakbondsconfederatie), IndustriALL Europe (de Europese industrievakbond) als ABVV en ABVV-Metaal roepen de Europese Raad op om beide plannen goed te keuren én om bijzondere aandacht te hebben voor sociale en ecologische relance-maatregelen.

Het coronavirus (en de daaropvolgende lockdown) heeft de Europese Unie zwaar getroffen. Ze wordt geconfronteerd met de grootste economische recessie uit haar geschiedenis. Het herstel zal tijd vergen en – vanwege de onderlinge verwevenheid – sterk afhankelijk zijn van het herstel in de afzonderlijke lidstaten. De coronacrisis dreigt ook te zorgen voor verdere economische divergentie tussen de EU-landen. De impact is immers niet overal gelijk. De Zuidelijke landen (Italië, Spanje, Griekenland) zijn veel zwaarder getroffen dan de West- en Noord-Europese landen (o.m. door de grotere toeristische sector en de grotere schuldenlast). Die ongelijkheid is een bedreiging voor de interne markt (en dus voor het economisch herstel in elke afzonderlijke lidstaat).

Het herstel van de EU zal afhankelijk zijn van het herstel van haar individuele lidstaten. Solidariteit is dus essentieel. Elk land heeft er baat bij dat een ander land zo snel mogelijk uit de recessie geraakt. Op 27 mei lanceerde de Europese Commissie haar voorstel om uit de crisis te geraken: een herstelfonds (Next Generation EU) van 750 miljard euro. 500 miljard daarvan zal dienen als gift aan de (zwaarst getroffen) lidstaten. De overige 250 miljard komt ter beschikking in de vorm van goedkope leningen. Dat allemaal bovenop de nieuwe Europese meerjarenbegroting (2021 – 2027) van 1.100 miljard euro. Het geld uit het herstelfonds gaat de EU zelf lenen op de kapitaalmarkten (wat ze goedkoper kan doen dan de lidstaten).

Aan de steunmaatregelen – waar ook bedrijven en sectoren aanspraak op kunnen maken – worden voorwaarden gekoppeld op vlak van vergroening, digitalisering en Europese verankering. Het is nu de moment om de crisis aan te grijpen als een opportuniteit om de transitie naar een groene en digitale economie in een (noodzakelijke) stroomversnelling te brengen. Voor ons moeten de financiële steunmaatregelen ook gekoppeld worden aan zaken zoals het bestrijden van de (jeugd)werkloosheid, het versterken van het sociaal overleg en het stimuleren van opleiding voor werknemers.

Om het herstelplan te kunnen lanceren, is goedkeuring nodig van alle lidstaten. Het valt nog te bezien of de zogenaamde ‘zuinige landen’ (Nederland, Denemarken, Zweden en Oostenrijk) bereid zijn tot solidariteit met de Zuid-Europese landen, die recht hebben op het gros van de steunmaatregelen. Het feit dat zowel Duitsland (aanvankelijk in het kamp van de zuinige landen) als Frankrijk het EU-plan steunen, is al een belangrijke stap. In juli zal duidelijk worden of Europa een akkoord kan bereiken en het herstelprogramma vanaf september in werking kan treden.

Alhoewel een definitieve beslissing over bovenstaande punten niet zal vallen op de Europese Raad van 19 juni, hopen we toch dat er gunstig gereageerd wordt op de voorstellen van de Europese Commissie. De vorige crisis (2008-2009) heeft immers aangetoond dat het weinig zin heeft om te besparen in tijden van recessie. Integendeel, de beste recepten om uit een crisis te geraken zijn investeringen in duurzame, digitale en lokaal verankerde economische ontwikkeling én het bevorderen van de koopkracht van werknemers/burgers.

Een krachtig Europees economisch herstelbeleid tenslotte, is ook noodzakelijk om relevant te blijven als Europese Unie. In een wereld in volle verandering – met verschuivende machtsverhoudingen – is sterke Europese samenwerking en solidariteit essentieel. De Europese Unie moet haar burgers, werknemers en bedrijven beschermen.

Meer info over de ETUC-campagne vind je hier.