In gesprek met ... Marc Vanhagendoren.

Op 30 september 2019 hebben we na een vrij korte onderhandeling van ongeveer 6 uur in het totaal een consensus bereikt over hoe we de welvaartsenveloppe van 1,1 procent uit het nationaal akkoord van 2019-2020 zouden gaan invullen. Het is een mooi akkoord waarbij alle fracties tevreden konden terugkeren naar hun achterban om uitleg te verschaffen en een goedkeuring te vragen om deze cao te ondertekenen. De inhoud van dit akkoord is als volgt: een maaltijdchequeverhoging van 7 naar 8 euro, één betaalde verlofdag en een loonsverhoging van 0,43 procent.

Na deze onderhandeling heb ik er even bij stilgestaan hoe het zover is gekomen en ik kwam tot de volgende analyse.

Na de eerste onderhandeling bleek al dat het overleg over een nieuw Interprofessioneel Akkoord (IPA) voor de periode 2019-2020 moeilijk verliep. Volgens het loonrapport van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) was er de komende twee jaar ruimte voor maximaal 0,8 procent opslag, bovenop de index, maar de vakbonden vonden dat te weinig. De bonden eisten meer koopkracht. “Als de economie erop vooruitgaat, moeten de werknemers in gelijke tred volgen.” Er volgde op 13 februari een stakingsdag met ‘ongeziene proporties’ die een deel van het land lam legde. De directie nodigde ons uit om te vragen wat wij die dag van plan waren. Het was voor hen belangrijk dat zij hun klanten, leveranciers enz. konden laten weten of zij toegang hadden tot het bedrijf of niet. Als tegenprestatie beloofden zij ons dat er geen gerechtsdeurwaarders aan te pas zouden komen. Zo goedgelovig als we waren, bevestigden we dat ABVV en ACV de ketting aan de poort zouden leggen om onze eisen voor meer koopkracht kracht bij te zetten.

Het was jammer genoeg een illusie dat het management zijn woord zou houden en het stuurde die 13 februari drie gerechtsdeurwaarders met op hun beurt twee combi’s met politieagenten op ons af om de staking te breken. Omstreeks 10 uur ‘s ochtends konden de werkwilligen dan het bedrijf betreden en aan de slag gaan. Het waren grotendeels bedienden. De dagen nadien waren niet de leukste dagen om als delegee mee te maken. Alle zonden van boven kregen we over ons heen, zowel van directie als andere fracties als enkele tientallen werknemers die niet deelnamen aan de actie.

En nu komt het, na een kleine berekening te maken blijkt dat we door onze actiedag aan alle werknemers inclusief niet-stakers en directie elk jaar 252 euro/jaar koopkracht extra konden geven door die extra 0,3 procent verhoging.

Was het een staking waard? Absoluut wel en we zijn strijdvaardiger dan ooit.

Het is een optie om het recht op niet-staken te vrijwaren, maar de effectiviteit van stakingen te beschermen door akkoorden toe te laten die enkel betrekking hebben op de leden van de vakbond, de stakers dus. In sommige staten in de VS werden zogenaamde right to work acts ingevoerd die het recht op niet-staken (en niet lid zijn van een vakbond) moeten vrijwaren. Als antwoord daarop gaan vakbond opnieuw akkoorden sluiten die enkel gelden voor de vakbondsleden (en dus de stakers). Niet-stakers kunnen dus niet meegenieten van eventuele loonsverhogingen of andere voordelen. Het voordeel dat een individuele werknemer kan hebben door niet mee te doen aan een staking wordt opeens veel kleiner. Hij kan zich nog steeds profileren als werkwillig en verliest geen loon. Maar als de staking slaagt, dan krijgt hij geen deel van de koek. Niet staken is niet altijd de dominante keuze meer.

Ik hoop dat mensen de volgende keer zich solidairder opstellen want dat is de kracht van de vakbond/werknemers. Samen kun je altijd meer bereiken.



Marc Vanhagendoren
Hoofddelegee Commscope