In gesprek met ... Rohnny Champagne.

De laatste Ford is van de band gerold, de laatste shift is gedraaid. Vandaag komt er een einde aan een waar tijdperk, dat van Ford Genk en de bijhorende toeleveranciers. Na een halve eeuw van massatewerkstelling volgde op 24 oktober 2012 de doodsteek, en tegelijk de aanzet tot een lange en zware periode van onderhandelen en piket staan. En nu dit onontkoombaar moment. Hoe verwacht en aangekondigd ook, dat het iets bij me teweegbrengt, valt niet te ontkennen.

Stilte, oorverdovende stilte,

dat is wat je het eerste opvalt daar waar anders de vloer trilde van de persslagen. Je mist het schuivend en piepend geraas van ijzer op staal, van platines die vervormd en geknipt worden tot hun latere bestaan als bumper, deur of dakstijl. Het lijkt een beetje opsterven ook. Het hart dat stilvalt, maar tijdens de ultieme stuiptrekking toch nog een laatste keer auto's baart. Er bekruipt je een soort van kilte wanneer je de doodsheid van de fabriek aanschouwt, een plaats waar ooit meer dan 15.000 medewerkers een goed betaalde job vonden en hiermee zekerheid konden bieden aan hun gezin.

Woede en frustratie ook,

omwille van het onrecht dat ons en onze mensen is aangedaan. Hoe beter dan met de bereidheid om 12 % in te leveren konden de trotse Ford-medewerkers bewijzen dat hun bedrijf voor hen meer betekende dan alleen maar een plaats waar zij hun boterham verdienden? Hoe hou je jezelf en je familie staande wanneer een CEO aan de andere kant van de wereld ondanks al jouw inspanningen je je tweede thuis en al je zekerheden ontneemt? Wat doe je wanneer zelfs een ondertekende cao je niet meer beschermt tegen de willekeur en de hebzucht van een multinational? Het besef dat je voor één of ander vicepresident niet
meer bent dan een cijfertje onderaan de rekening hakt er keihard in!

Angst en moedeloosheid,

dat is wat je het meeste pijn doet. De onrust in de ogen van zovelen. De wetenschap dat, ondanks alle dagen en nachten die je gesleten hebt om een goed sociaal plan te onderhandelen, je je mensen geen nieuwe job kunt aanbieden. De pijn die je van hun gezicht kunt lezen en die je bijna fysiek voelt wanneer zij na een zoveelste zoektocht naar werk vertwijfeld bij jou binnenspringen. Het niet kunnen helpen! De angst die je niet kunt wegnemen! Het voor de zoveelste keer tegen een van je ex-militanten moeten zeggen dat je zelf ook niet onmiddellijk weet waar zij kunnen gaan solliciteren! De onmacht die je voelt wanneer je
hun moedeloosheid merkt!

De revolte,

De revolte die in je hart brandt wanneer je merkt dat alle inspanningen om een kandidaat-overnemer naar Genk te halen gedwarsboomd worden. Eerst door de meest rechtse Vlaamse regering ooit en later, en dat verraad komt nog veel harder aan, ook door de toplui van Ford Europa. De les die je hieruit leert. Nooit meer een sluitingsovereenkomst zonder gegarandeerde financiële middelen om zelf op zoek te gaan naar overnemers!

Nooit meer vertrouwen hebben in ...

Dat is het ergste wat men onze mensen heeft aangedaan!
Nooit meer zekerheden hebben!
Nooit meer naar die soms gehate maar o zo vertrouwde werkplaats mogen gaan!
Nooit meer lachen en grapjes maken met de collega's!
Nooit meer dat schuivende en piepende geraas van ijzer op staal!
Nooit meer kunnen zeggen: ik werk op Ford!
Nooit meer Ford!

Het worden donkere dagen voor ónze mensen in Limburg.
Onze kerstwens is dan ook simpel: Een aangename job waarmee je je gezin weer zekerheden kunt bieden en dit voor iedereen!
Wij zullen ons verder blijven inzetten voor ieder van hen. Op de steun van de Metaalcentrale en onze toegewijde medewerkers zullen zij kunnen blijven rekenen.

Rohnny Champagne
Provinciaal voorzitter ABVV-Metaal Limburg