de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

Zorg dragen voor de automobiel is NU verantwoordelijkheid opnemen

Op 29 mei ondertekenden we voor de automobielsector een protocolakkoord inzake het plus-minus conto en het tijdsparen. Op deze pagina werd hierover reeds uitvoerig bericht. We gaan dan ook niet alles herhalen. Alleen dit: om binnen de eigen groep concurrentieel te blijven en nieuwe modellen binnen te halen is in sommige vestigingen het plus-minus conto levensnoodzakelijk (het plus-minus conto bepaalt dat de arbeidsduur berekend wordt over de levensduur van een automodel, zijnde maximum zes jaar). Zeker in tijden dat bij de rechtstreekse concurrenten niet alleen nulakkoorden werden afgesloten, maar zelfs serieuze loonsinleveringen. En men moet geen doorgestudeerde econoom zijn om te weten dat wie geen nieuwe modellen binnenhaalt, serieus in de problemen komt. 

Enerzijds is er het plus-minus conto, anderzijds is het tijdsparen belangrijk voor een aantal andere automobielvestigingen. Het uitgangspunt van het tijdsparen is dat men overuren kan oppotten gedurende zijn ganse carrière en dat men zelf kan bepalen wanneer men deze wil opnemen. Met andere woorden met tijdsparen worden overuren niet uitbetaald maar in overeenstemming met goede syndicale principes gecompenseerd. 

Dit was en is een belangrijk protocolakkoord voor ons. Maar ook een akkoord dat voor heel wat discussies zorgt. In onze centrale, maar vooral ook binnen het ABVV. Eenzelfde discussie en tegenstand bestaat trouwens ook binnen het ACV. Omdat de uitvoering van dit protocolakkoord ook een aantal wetgevende initiatieven vergt, moeten we met zijn allen – wij als centrale, de interprofessionele syndicale structuren, de werkgevers, de regering – hoe dan ook tot een compromis komen. Dat is gezien de standpunten een niet altijd even makkelijke evenwichtsoefening. We hebben er nochtans vertrouwen in dat we er uit zullen geraken en dat iedereen zijn verantwoordelijkheid zal opnemen en dat niemand het risico zal willen nemen om niet alles gedaan te hebben om de tewerkstelling van onze automobielbedrijven zo maximaal mogelijk beschermd te hebben. 

Wat we echter kunnen missen als kiespijn is een minister van Economie, Ondernemen, Innovatie, Wetenschap en Buitenlandse Handel, die in het kader van haar politieke profilering op de hoofdzetel van GM onverantwoorde verklaringen aflegt. Verklaringen die een karikatuur maken van het protocolakkoord (“de invoering van een werkdag van tien uur”) en die alleen maar voor onrust zorgen in de betrokken fabriek in Antwerpen. Als de VLD dan toch wil luisteren naar het middenveld, dan kan ze minister Moerman misschien eens uitleggen hoe sociale dialoog werkt en vooral hoe voorzichtig men daarin soms te werk moet gaan. Iedereen die het nieuws volgt weet dat voor de automobiel in Vlaanderen en Brussel cruciale momenten aanbreken. Als iedereen nu zijn of haar job doet, dan en dan alleen zullen we er in slagen om de jobs van onze arbeiders te vrijwaren. Laat ons dat doen en voor de rest niet te hard roepen.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Pensioenfonds metaal vernieuwd met meer solidariteit

Op 1 april 2000 ging het Pensioenfonds Metaal van start, een fonds uit de tweede pijler. De eerste en belangrijkste pijler omvat ons wettelijk pensioen uit de sociale zekerheid. De tweede pijler zorgt voor een aanvullend pensioen en is gekoppeld aan een tewerkstelling. De werkgever steekt daartoe elk jaar een percentage van het brutoloon in het fonds (in 2000 was dat 1 % van het brutoloon, nu al 1,5 %). Dat geld groeit aan tegen minstens 3,25 %.
Tot 2000 waren de meest gangbare aanvullende pensioenstelsels voorbehouden voor bedienden en waren ze uitsluitend op ondernemingsvlak te vinden. We hebben, eerst in de metaalverwerking en daarna ook in onze andere sectoren (garages, elektriciens…), het aanvullend pensioen voor heel de bedrijfstak georganiseerd. En onder een paritair beheer. Vooral ook in het kader van de gelijkschakeling tussen arbeiders en bedienden zijn we er trots op dat we dit gerealiseerd hebben in onze sectoren. Wat ons inziens echter ontbrak in het stelsel waren voldoende solidariteitsmechanismen.

Geen pensioenfonds zonder solidariteit! Vanaf 1 januari 2007 zorgt het fonds nu ook voor ‘solidariteit’. Daarvoor storten de werkgevers jaarlijks 0,1 % van de brutolonen. Wat houdt deze solidariteit nu in?

Wie ziek of tijdelijk werkloos is, krijgt geen loon. In principe wordt er voor deze dagen dan ook niets bijgedragen aan het pensioenfonds. Dat verandert nu:
  • Bij tijdelijke werkloosheid wordt per dag € 1 solidariteit aan het pensioen toegevoegd
  • Bij ziekte verloopt eerst de maand met gewaarborgd loon. De volgende maand gaat € 35 solidariteitsgeld naar het pensioen. Daarna wordt per maand ziekte € 20 gestort voor een duur van maximum tien maanden
  • Gaat een bedrijf failliet en betaalde de werkgever in de aanloop naar de faling de bijdragen niet, dan wordt de ontbrekende som bijgepast met solidariteitsgeld
  • Als een arbeider overlijdt voor het einde van zijn loopbaan, dan ontvangen zijn erfgenamen of begunstigden én het opgespaarde kapitaal én een overlijdensdekking van € 1.000
Een solidair en paritair beheerd pensioenfonds voor alle arbeiders was en is onze doelstelling. Met de nieuwe regeling zetten we een stap verder in de goede richting. In de komende weken zal ABVV-Metaal dan ook een affiche en pamflettencampagne voeren in de bedrijven om de metallo’s op de hoogte te brengen van deze nieuwe verwezenlijkingen.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Onthoofd educatief verlof

De schoolvakanties zijn (bijna) voorbij en voor duizenden leerlingen breekt het moment weer aan om terug naar school te gaan, om hun opleidingen af te maken, te beginnen,… Heel wat werknemers die hetzelfde van plan waren vanaf september zullen het moeilijker hebben. De regering heeft zware besparingen aangekondigd in het stelsel van het Betaald Educatief Verlof: het recht om met behoud van loon afwezig te zijn op het werk om je bij te vormen of bij te scholen. De vakbonden hebben hierop al sterk gereageerd. Iedereen beweert dat in een geglobaliseerde economie kennis en goed geschoolde werknemers onze belangrijkste troeven zijn. Besparen op een stelsel dat een actieve promotie is voor het permanent leren is bijgevolg economisch contraproductief. Zo’n besparing staat ook haaks op de Europese, federale en regionale doelstellingen om de deelname van volwassenen aan onderwijs en opleiding te verhogen. De problemen zijn niet nieuw, ze bestaan al van bij de omvorming van het stelsel van de kredieturen naar het stelsel van het BEV. Door de verdubbeling van het aantal gebruikers kwam de financiering van het BEV al snel in de problemen. In de jaren 90 werden daarom verschillende maatregelen genomen. Er werd een lijst opgemaakt van opleidingen die geen beroepsdoeleind en dienden en dus niet meer in aanmerking kwamen voor BEV en in 1995 werd de duur van het BEV zelfs gehalveerd.

Eén van de ‘zogezegde’ problemen zou de groei van de sectorale opleidingen zijn. De bedrijven van het PC 111 (Agoria) zijn met meer dan 35% van de gebruikers duidelijk de grootste klant van het BEV. “Probleem” is natuurlijk een zeer relatief begrip. De hoge cijfers betekenen ook dat onze arbeiders (weliswaar vooral in de middelgrote en grote ondernemingen, maar dat is een andere discussie) permanent worden bijgeschoold wat hun job betreft. Bovendien heeft het BEV de afgelopen decennia misschien geen doorslaggevende maar toch ook geen onbelangrijke rol gespeeld in de vrijwaring van de concurrentiepositie van heel wat van onze bedrijven.

Het is zinloos en gevaarlijk om zoals in de jaren negentig een discussie te voeren over welke opleidingen in aanmerking kunnen komen voor BEV en welk niet: de één zal misschien vinden dat een automobielarbeider die een opleiding tot drukker volgt niets is voor het BEV, Verhofstadt zal opnieuw zeggen dat het BEV zich moet richten op knelpuntberoepen, sommige zullen de sectorale opleidingen in vraag stellen en andere zullen zich afvragen waarom syndicale opleidingen in aanmerking komen,….

Terwijl de echte discussie moet gaan over de financiering van het stelsel. En dan moet je niet diegene sanctioneren die wel aan opleiding doen, maar deze die het niet doen. In het interprofessioneel akkoord van ‘99 engageerden de sociale partners zich om op zes jaar tijd de vormingsinspanningen op te trekken tot 1,9% van de loonkosten. Misschien kunnen we de sectoren die onder deze opleidingsnorm blijven een extra financiële inspanning opleggen recht evenredig met het procent dat ze te kort schieten.

In de meeste gevallen krijgen bedienden nog altijd meer opleiding dan arbeiders. Omdat te veel patroons opleiding voor arbeiders nog altijd niet als een investering voor het bedrijf zien. Het BEV zet deze scheve situatie een klein beetje recht, al is het maar via de sectorale opleidingen. Het is niet toevallig dat zestig procent van de gebruikers van het BEV arbeiders zijn en een groot deel metaalarbeiders. Daarom zijn de genomen maatregelen dubbel onrechtvaardig voor ons. Daarom mag er niet geraakt worden aan de uren en de opleiding, van welke aard dan ook. Het is de financiering die aangepakt moet worden en dan moet iedereen zowel de bedrijven als de overheid zijn verantwoordelijkheid opnemen: mooie woorden over permanent leren volstaan niet!

Herwig Jorissen
Voorzitter

De automobiel moet verankerd worden

De West-Europese autoverkoop vertraagt, de verschillende constructeurs spelen vestigingen tegen elkaar uit, maar onze automobielconstructeurs krijgen het ene na het andere model toegewezen. Ford Genk krijgt twee nieuwe modellen (de Galaxy en de S-max) en krijgt er binnenkort nog eens de nieuwe Mondeo bij. Volvo Gent krijgt het nieuwe model XC50. Volkswagen mag de nieuwe Polo assembleren en mag voorlopig de meerproductie van de huidige generatie alvast produceren. Opel Antwerpen weet nog niet wie de nieuwe Astra mag maken, maar ontsnapt vooralsnog aan een Europese herstructurering. Als alles zo gaat, hoe komt dat dan en wat is dan het probleem? 

Na het drama van de sluiting van Renault Vilvoorde en de loodzware herstructureringen bij Opel en Ford Genk zijn de ogen van velen opengegaan. De berusting van ‘ze zullen hier allemaal uiteindelijk verdwijnen’ sloeg om in vechtlust en in de wil om niet meer achter de feiten aan te hollen. Maar om op voorhand de nodige initiatieven te nemen om de automobielindustrie hier te houden en te verankeren. De sociale partners wilden een actieve rol van de overheid en de Vlaamse regering heeft deze vraag beantwoord in de vorm van een actieplan voor de automobielindustrie. Er werd een Taskforce opgericht met het oog op de permanente opvolging door de sector en dat alles resulteerde in twaalf actiepunten. Naast de onze klassieke troeven (centrale ligging, hoge productiviteit, hoog opgeleid personeel,…) werden een resem concrete voorstellen gedaan:
  • Verlaging van de loonkost door lastenvermindering op ploegenarbeid
  • Invoering van tijdspaarrekening in bedrijven
  • De constructeurs wordengesensibiliseerd om innovatieve projecten in te dienen, vooral rond procesinnovatie en, indien mogelijk, in samenwerking met Vlaamse toeleveranciers
  • Accountmanagers voor de voertuigindustrie om elk assemblagebedrijf te begeleiden in de contacten met de overheid
  • In samenwerking met VDAB en onderwijs betere afstemming tussen vraag en aanbod van arbeidskrachten
  • Samenwerking op vlak van de logistiek
  • Accijnsverlaging of –vrijstelling op energieproducten.

Al deze actiepunten hadden één gemeenschappelijk doel: het behoud van de automobielindustrie in België. Daarom zullen de sociale partners in eerste instantie een princiepsakkoord ondertekenen omtrent tijdsparen en het plus – minus conto (zie uitleg in artikel op deze pagina). Dit akkoord legt een aantal principes vast. Daarnaast moeten de uitvoeringsmaatregelen komen. We maken ons geen illusie. Dit akkoord als dusdanig zal ons ook geen blijvend voordeel opleveren. Maar het is een belangrijk signaal naar de hoofdzetels dat we bereid zijn om te vernieuwen en het zal hoe dan ook een troefkaart zijn voor onze constructeurs, en als allereerst voor Opel, als ze bij hun moederbedrijven hun offertes moeten indienen om de nieuwe modellen te bekomen. Daarom is dat akkoord van levensbelang voor 100.000 werknemers in Vlaanderen en voor een industrie die de economische motor is van een regio. Het zou ongehoord zijn als ook maar iemand daar lichtzinnig zou mee omgaan. Er hangt te veel van af.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Leden ABVV-Metaal op lijsten VB geschrapt

In ons vorige edito hebben we er geen doekjes om gewonden. We zeiden klaar en duidelijk dat er voor ons er één partij is waar syndicalisten absoluut niet voor konden stemmen: het VB. In vergelijking met de gemeenteraadsverkiezingen van 2000 is het VB opnieuw vooruit gegaan. Dat is zondermeer betreurenswaardig. Maar in vergelijking met de verkiezingen van 2004 heeft het VB – eindelijk – 80.000 stemmen verloren. Samen met de uitslagen in Antwerpen en in Gent, waar het VB afgeblokt werd, is dat een eerste positieve signaal. Een signaal ook dat er wel degelijk iets te doen valt tegen de zwarte opmars van de laatste vijftien jaren.

In datzelfde edito kondigden we ook aan dat we na de verkiezingen zouden nagaan of er geen leden op VB-lijsten stonden. Wie er op voorkwam, zou – zoals in onze statuten staat – automatisch geschrapt worden: omdat in onze rangen geen plaats is voor racisme en intolerantie. 

We hebben de gewoonte om na de verkiezingen hetzelfde te zeggen als ervoor. Wel, voor ABVV-Metaal hebben we de oefening gemaakt. Wanneer we dit edito schrijven heeft één afdeling nog niet alle lijsten gecontroleerd. Op dit moment zijn er 39 ABVV-Metaalleden die op lijsten van het VB gestaan hebben (verwachten we een eindresultaat tussen de 45 en de 50). We hebben het inderdaad over leden. Slechts bij grote uitzondering gaat het om militanten.

Is dat veel? JA.
Is dat veel te veel? Volmondig JA.

Daarom zijn de uitsluitingsbrieven deze week al verstuurd of zullen ze in sommige gewesten eerstdaags verstuurd worden. We staan er op om exact mede te delen hoeveel leden we zullen schrappen. Niet omdat we fier zijn op het aantal, integendeel. Maar, ten eerste, het is een belangrijk signaal. Want voor elk lid dat zich bekendmaakt en op een lijst gaat staan, zijn er allicht een aantal arbeiders die voor deze verderfelijke partij stemmen. Dat betekent dat onze vakbond en onze vorming nog veel werk voor de boeg heeft. Ten tweede willen het helder communiceren in de hoop dat andere centrales en andere vakbonden hetzelfde zullen doen. Want het is makkelijk om in de pers vaag te verklaren dat je leden zal uitsluiten, je moet het ook doen. 

Dat is het duidelijke signaal dat we als ABVV-Metaal willen geven. Anderzijds zeggen we ook dat geen enkele veroordeling levenslang is. Niet omdat we iets of iemand willen goed praten – al denken dat er soms wel degelijk sprake is van misleiding. Wel omdat we geloven in de kracht van een humaan socialisme. Dat wil zeggen dat je mensen de mogelijkheid moet geven moet hun fouten in te zien en te verbeteren. Het is onze kracht dat we geloven in de maakbaarheid van de samenleving en in deze van de mens. Ook dat is rechtlijnig zijn.

Natuurlijk krijgt het VB veel te veel stemmen, ook van arbeiders. Maar het is hoopgevend dat het tij aan het keren is. Misschien nog maar zwakjes, maar als iedereen zijn werk doet, dan is het mogelijk. Ook dat leren de verkiezingen van 8 oktober. Laat ons dat dus maar doen.

Herwig Jorissen
Voorzitter