de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

Een strijdbaar, maar vooral een gezond en gelukkig nieuwjaar

Dit is het laatste edito van dit jaar. Het edito ook waarin we  elkaar traditioneel een gelukkig nieuwjaar wensen. “Met al het beste'. Maar hoe doe je dat midden in – opnieuw – een zware herstructurering in de automobiel. En dan gaat het niet alleen over Volkswagen, dan hebben we het vooral ook over de toeleveranciers, over Faurecia, over Decoma en al die anderen. Al die arbeiders, al die families, al die onzekerheid. Natuurlijk gaat het niet alleen aan VW. Er zijn er zoveel meer die het afgelopen jaar de rekening hebben moeten betalen. Ik denk dan aan zovele bedrijven in de metaal die geconfronteerd werden met zware herstructureringen en / of zelfs sluitingen. En de lijst is lang veel te lang:  Sylvania in Tienen, Hörmann in Genk, Henrad in Herentals, Scanfil in Hoboken, Vichy BC Components in Roeselare, Jabil in Brugge waar men de boel toe deed, of kleine bedrijven zoals Weber in Beveren. En dat zijn ze – erg genoeg – niet allemaal. Zovele verhalen, zovele drama's.

We zullen het komend jaar hard moeten vechten voor onze industrie en voor onze jobs. We zullen dat op alle fronten moeten doen: iedere dag in onze bedrijven, tijdens de sectorale onderhandelingen, maar ook tijdens de federale verkiezingen. Want ook in een geglobaliseerde economie doet een ‘nationale' regering er toe. Maakt het een verschil of men maatregelen neemt die onze industrie verdedigen en verankeren en die zorgt voor een werknemersstatuut dat alle werknemers gelijk behandelt. 

Drama's als bij Volkswagen hebben de neiging om tot fatalisme te leiden: wat helpt het allemaal, we kunnen er toch niets aan doen. Begrijpelijk, maar niet verstandig. Natuurlijk zijn onze ‘marges' beperkt en natuurlijk zijn wij niet verantwoordelijk. Maar we kunnen wel de verantwoordelijkheid nemen om alles te doen om onze industrie en onze jobs te beschermen. Ondanks alle moeilijkheden die dat soms met zich meebrengt, hebben wij dat als ABVV-Metaal gedaan: van onze strijd tegen het generatiepact tot onze strijd voor het plus minus conto. Het is wat ons onderscheid van alle anderen. Wan wat nodig is moet gedaan worden.

Dat zullen we ook in 2007 doen. Samen met alle militanten en alle metallos. Het zal niet altijd makkelijk zijn, dat weten we nu al. Maar moeilijk gaat ook. Laat ons daarom elkaar ook in deze moeilijke tijden toch maar een hartelijk strijdbaar, maar vooral een gezond en gelukkig nieuwjaar wensen. Met al het beste. Want dat verdienen jullie.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Auto-industrie: we moeten Europees gaan

“Zorg dragen voor de automobiel is NU verantwoordelijkheid opnemen”, schreven we hier twee weken terug. Sindsdien is het ergst denkbare opnieuw gebeurd: een van België's autobouwers wordt geconfronteerd met een dramatische herstructurering. Bijna vier vijfde van het personeel van VW-Vorst komt op straat te staan. En iedereen weet dat men de boel koudweg zal sluiten als er op termijn geen nieuw model naar Vorst komt. Dat is de brute kapitalistische realiteit.

Het is ook maar een stuk van het hele verhaal. Want naast het grote verhaal van VW-Vorst zijn er zovele kleine verhalen bij de toeleveranciers:  Faurecia (binnenbekleding), Decoma (bumpers), Alcoa Fujikura (bekabeling), Inergy Automotive Systems (brandstoftanks), Kendrion (electromagnetische componenten), ArvinMeritor (deuren), Tenneco (uitlaten en schokdempers), Johnson Controls (stoelen), Univar Benelux (coatings en oliën), Chemetall (lakken en fosfaatbehandeling),... Allemaal zullen ze in meerdere of in mindere mate in de klappen delen. En vele ‘kleintjes' maken van een groot drama een nog groter drama.

Het zou ongepast zijn om op de kap van dat drama het gelijk van de één of de ander te willen bewijzen. Het zijn de arbeiders van VW en hun vakbondsdelegatie die de te volgen strategie zullen uitstippelen. Maar het is zonneklaar dat – net zoals bij Renault Vilvoorde – het niet om zuiver economische redenen is dat juist Vorst zo zwaar wordt aangepakt. Om zuiver economische redenen herstructureer je niet op die manier de tweede meest productieve vestiging van de groep. Daarom staan we volledig achter het pleidooi van Mia De Vits voor een Europese Commissaris die moet toezien op herstructureringen, nagaan of ze nodig zijn is voor het overleven van de ondernemingen en controleren of er geen nationale belangen spelen. Komt die aanpak er niet, dan zullen we in Vlaanderen al te vaak de klos blijven. Wat Vorst vandaag overkomt is op alle terreinen het failliet van de Europese gedachte. Daarom hopen we vurig dat we ons op syndicaal vlak zullen herpakken en wel een éénvormige Europese strategie kunnen ontwikkelen. Het was beter geweest hadden we zo'n strategie vooraf kunnen vastleggen, zoals bij General Motors (Opel). In een geglobaliseerde economie waar overcapaciteit heerst, moet je pijn lijden om concurrentieel te blijven. GM slaagde er in om die pijn te spreiden over alle vestigingen en om niemand in zijn eentje de prijs te laten bepalen. Maar voor de arbeiders van VW geldt nu meer dan ooit, beter laat dan nooit.

Er is de laatste maanden veel gepraat over maatregelen om de automobielindustrie in Vlaanderen en in België te verankeren. Nogmaals: dit drama bewijst het niemands gelijk. Het bewijst slechts één ding. In de automobiel ben je nooit veilig. En geen enkele maatregel schept zekerheid. Maar wie niets doet, gaat hoe dan ook kapot. Daarom vragen we vandaag met meer klem dan ooit te voren dat iedereen zijn verantwoordelijkheid opneemt: directies, vakbonden en ook onze regering. Dat ze de maatregelen uitvoeren waar alle partners van de automobiel in Vlaanderen om vragen. En om het met de woorden van Raymond van het Groenewoud te zeggen: “Nu ,  niet seffes, niet sebiet, niet weldra, maar nu maintenant tout de suite, HEUTE nog verdomme”.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Pensioenfonds metaal vernieuwd met meer solidariteit

Op 1 april 2000 ging het Pensioenfonds Metaal van start, een fonds uit de tweede pijler. De eerste en belangrijkste pijler omvat ons wettelijk pensioen uit de sociale zekerheid. De tweede pijler zorgt voor een aanvullend pensioen en is gekoppeld aan een tewerkstelling. De werkgever steekt daartoe elk jaar een percentage van het brutoloon in het fonds (in 2000 was dat 1 % van het brutoloon, nu al 1,5 %). Dat geld groeit aan tegen minstens 3,25 %.
Tot 2000 waren de meest gangbare aanvullende pensioenstelsels voorbehouden voor bedienden en waren ze uitsluitend op ondernemingsvlak te vinden. We hebben, eerst in de metaalverwerking en daarna ook in onze andere sectoren (garages, elektriciens…), het aanvullend pensioen voor heel de bedrijfstak georganiseerd. En onder een paritair beheer. Vooral ook in het kader van de gelijkschakeling tussen arbeiders en bedienden zijn we er trots op dat we dit gerealiseerd hebben in onze sectoren. Wat ons inziens echter ontbrak in het stelsel waren voldoende solidariteitsmechanismen.

Geen pensioenfonds zonder solidariteit! Vanaf 1 januari 2007 zorgt het fonds nu ook voor ‘solidariteit’. Daarvoor storten de werkgevers jaarlijks 0,1 % van de brutolonen. Wat houdt deze solidariteit nu in?

Wie ziek of tijdelijk werkloos is, krijgt geen loon. In principe wordt er voor deze dagen dan ook niets bijgedragen aan het pensioenfonds. Dat verandert nu:
  • Bij tijdelijke werkloosheid wordt per dag € 1 solidariteit aan het pensioen toegevoegd
  • Bij ziekte verloopt eerst de maand met gewaarborgd loon. De volgende maand gaat € 35 solidariteitsgeld naar het pensioen. Daarna wordt per maand ziekte € 20 gestort voor een duur van maximum tien maanden
  • Gaat een bedrijf failliet en betaalde de werkgever in de aanloop naar de faling de bijdragen niet, dan wordt de ontbrekende som bijgepast met solidariteitsgeld
  • Als een arbeider overlijdt voor het einde van zijn loopbaan, dan ontvangen zijn erfgenamen of begunstigden én het opgespaarde kapitaal én een overlijdensdekking van € 1.000
Een solidair en paritair beheerd pensioenfonds voor alle arbeiders was en is onze doelstelling. Met de nieuwe regeling zetten we een stap verder in de goede richting. In de komende weken zal ABVV-Metaal dan ook een affiche en pamflettencampagne voeren in de bedrijven om de metallo’s op de hoogte te brengen van deze nieuwe verwezenlijkingen.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Zorg dragen voor de automobiel is NU verantwoordelijkheid opnemen

Op 29 mei ondertekenden we voor de automobielsector een protocolakkoord inzake het plus-minus conto en het tijdsparen. Op deze pagina werd hierover reeds uitvoerig bericht. We gaan dan ook niet alles herhalen. Alleen dit: om binnen de eigen groep concurrentieel te blijven en nieuwe modellen binnen te halen is in sommige vestigingen het plus-minus conto levensnoodzakelijk (het plus-minus conto bepaalt dat de arbeidsduur berekend wordt over de levensduur van een automodel, zijnde maximum zes jaar). Zeker in tijden dat bij de rechtstreekse concurrenten niet alleen nulakkoorden werden afgesloten, maar zelfs serieuze loonsinleveringen. En men moet geen doorgestudeerde econoom zijn om te weten dat wie geen nieuwe modellen binnenhaalt, serieus in de problemen komt. 

Enerzijds is er het plus-minus conto, anderzijds is het tijdsparen belangrijk voor een aantal andere automobielvestigingen. Het uitgangspunt van het tijdsparen is dat men overuren kan oppotten gedurende zijn ganse carrière en dat men zelf kan bepalen wanneer men deze wil opnemen. Met andere woorden met tijdsparen worden overuren niet uitbetaald maar in overeenstemming met goede syndicale principes gecompenseerd. 

Dit was en is een belangrijk protocolakkoord voor ons. Maar ook een akkoord dat voor heel wat discussies zorgt. In onze centrale, maar vooral ook binnen het ABVV. Eenzelfde discussie en tegenstand bestaat trouwens ook binnen het ACV. Omdat de uitvoering van dit protocolakkoord ook een aantal wetgevende initiatieven vergt, moeten we met zijn allen – wij als centrale, de interprofessionele syndicale structuren, de werkgevers, de regering – hoe dan ook tot een compromis komen. Dat is gezien de standpunten een niet altijd even makkelijke evenwichtsoefening. We hebben er nochtans vertrouwen in dat we er uit zullen geraken en dat iedereen zijn verantwoordelijkheid zal opnemen en dat niemand het risico zal willen nemen om niet alles gedaan te hebben om de tewerkstelling van onze automobielbedrijven zo maximaal mogelijk beschermd te hebben. 

Wat we echter kunnen missen als kiespijn is een minister van Economie, Ondernemen, Innovatie, Wetenschap en Buitenlandse Handel, die in het kader van haar politieke profilering op de hoofdzetel van GM onverantwoorde verklaringen aflegt. Verklaringen die een karikatuur maken van het protocolakkoord (“de invoering van een werkdag van tien uur”) en die alleen maar voor onrust zorgen in de betrokken fabriek in Antwerpen. Als de VLD dan toch wil luisteren naar het middenveld, dan kan ze minister Moerman misschien eens uitleggen hoe sociale dialoog werkt en vooral hoe voorzichtig men daarin soms te werk moet gaan. Iedereen die het nieuws volgt weet dat voor de automobiel in Vlaanderen en Brussel cruciale momenten aanbreken. Als iedereen nu zijn of haar job doet, dan en dan alleen zullen we er in slagen om de jobs van onze arbeiders te vrijwaren. Laat ons dat doen en voor de rest niet te hard roepen.

Herwig Jorissen
Voorzitter

De automobiel moet verankerd worden

De West-Europese autoverkoop vertraagt, de verschillende constructeurs spelen vestigingen tegen elkaar uit, maar onze automobielconstructeurs krijgen het ene na het andere model toegewezen. Ford Genk krijgt twee nieuwe modellen (de Galaxy en de S-max) en krijgt er binnenkort nog eens de nieuwe Mondeo bij. Volvo Gent krijgt het nieuwe model XC50. Volkswagen mag de nieuwe Polo assembleren en mag voorlopig de meerproductie van de huidige generatie alvast produceren. Opel Antwerpen weet nog niet wie de nieuwe Astra mag maken, maar ontsnapt vooralsnog aan een Europese herstructurering. Als alles zo gaat, hoe komt dat dan en wat is dan het probleem? 

Na het drama van de sluiting van Renault Vilvoorde en de loodzware herstructureringen bij Opel en Ford Genk zijn de ogen van velen opengegaan. De berusting van ‘ze zullen hier allemaal uiteindelijk verdwijnen’ sloeg om in vechtlust en in de wil om niet meer achter de feiten aan te hollen. Maar om op voorhand de nodige initiatieven te nemen om de automobielindustrie hier te houden en te verankeren. De sociale partners wilden een actieve rol van de overheid en de Vlaamse regering heeft deze vraag beantwoord in de vorm van een actieplan voor de automobielindustrie. Er werd een Taskforce opgericht met het oog op de permanente opvolging door de sector en dat alles resulteerde in twaalf actiepunten. Naast de onze klassieke troeven (centrale ligging, hoge productiviteit, hoog opgeleid personeel,…) werden een resem concrete voorstellen gedaan:
  • Verlaging van de loonkost door lastenvermindering op ploegenarbeid
  • Invoering van tijdspaarrekening in bedrijven
  • De constructeurs wordengesensibiliseerd om innovatieve projecten in te dienen, vooral rond procesinnovatie en, indien mogelijk, in samenwerking met Vlaamse toeleveranciers
  • Accountmanagers voor de voertuigindustrie om elk assemblagebedrijf te begeleiden in de contacten met de overheid
  • In samenwerking met VDAB en onderwijs betere afstemming tussen vraag en aanbod van arbeidskrachten
  • Samenwerking op vlak van de logistiek
  • Accijnsverlaging of –vrijstelling op energieproducten.

Al deze actiepunten hadden één gemeenschappelijk doel: het behoud van de automobielindustrie in België. Daarom zullen de sociale partners in eerste instantie een princiepsakkoord ondertekenen omtrent tijdsparen en het plus – minus conto (zie uitleg in artikel op deze pagina). Dit akkoord legt een aantal principes vast. Daarnaast moeten de uitvoeringsmaatregelen komen. We maken ons geen illusie. Dit akkoord als dusdanig zal ons ook geen blijvend voordeel opleveren. Maar het is een belangrijk signaal naar de hoofdzetels dat we bereid zijn om te vernieuwen en het zal hoe dan ook een troefkaart zijn voor onze constructeurs, en als allereerst voor Opel, als ze bij hun moederbedrijven hun offertes moeten indienen om de nieuwe modellen te bekomen. Daarom is dat akkoord van levensbelang voor 100.000 werknemers in Vlaanderen en voor een industrie die de economische motor is van een regio. Het zou ongehoord zijn als ook maar iemand daar lichtzinnig zou mee omgaan. Er hangt te veel van af.

Herwig Jorissen
Voorzitter