de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

De onderhandelingen komen er aan en daar is de loonkost

Professor Konings heeft op vraag van de patroonsfederatie Agoria een studie gemaakt over de evolutie van de loonkosten in België in de technologische industrie tussen 1997 en 2004. Volgens zijn studie lagen die loonkosten gemiddeld 9,7 procent hoger dan in onze buurlanden. Bovendien stegen ze in dezelfde periode met gemiddeld drie procent. 

Het resultaat van dat alles is dat, als we onze loonkosten op het niveau van Nederland hadden gehandhaafd, we nu 16.000 banen rijker waren geweest. Volgens professor Konings en Agoria. 

Dat Agoria net nu met deze bestelde studie naar buiten komt is natuurlijk niet toevallig. Meer nog, het is stilaan een traditie dat Agoria aan de vooravond van de interprofessionele en sectorale onderhandelingen met zo’n boodschap over de te hoge loonkost naar buiten treedt. De boodschap heeft natuurlijk een politieke betekenis en is tegelijk ook een schot voor de boeg voor die sectorale onderhandelingen. Bovendien heeft iedereen ook de neiging om precies dié cijfers en studies aan te halen die zijn eigen gelijk bevestigen. Toch moeten we ook niet alles afdoen als louter patronale propaganda. Zestienduizend jobs zijn tenslotte niet niks. 

Enerzijds weet Agoria natuurlijk ook dat de loonkost maar een element is en dat het weinig zin heeft om het geïsoleerd te bekijken. Bovendien is het ook zo dat onze loonkost in vergelijking met onze buurlanden een veel geringer deel uitmaakt van de productiekost (bij ons maakt de loonkost 27% uit van de productiekost; in bijvoorbeeld Frankrijk is dat al 42%). Anderzijds heeft de regering de laatste jaren heel wat maatregelen genomen om de loonlast te verminderen. Minister Demotte zei het recentelijk nog: officieel betaalt een werkgever in België 45,36 procent van het brutoloon aan de sociale zekerheid, maar sinds de jaren tachtig heeft de overheid de werkgeversbijdragen druppelsgewijs verlaagd en daardoor is de gemiddelde feitelijke bijdragevoet nog amper de helft van het officiële percentage (24,9%). Bovendien is er ook nog de formele belofte van de lastenverlaging op ploegenarbeid. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de winstcijfers van de bedrijven. 

Vanzelfsprekend is de loonkost ook onze bekommernis. Want ook wij hebben er baat bij dat het goed gaat met onze industrie. Vandaar ook dat we in onze CAO’s een saldomechanisme onderhandeld hebben, met een volledige vrijwaring van de index. Maar we hopen dat de patroons even gevoelig zullen zijn voor al die andere elementen die een belangrijke rol spelen in onze concurrentiepositie: en dan denken we aan zaken zoals opleiding en innovatie. In die zin delen we de bekommernis van Agoria dat het komende akkoord best geen akkoord is dat geschreven wordt vanuit een sociaaleconomische schuilkelder, waarbij alleen een stand still haalbaar is. Waarover het dan wel moet gaan en wat er wel in een interprofessioneel en/of sectoraal akkoord moet staan, daarover zullen we ongetwijfeld van mening verschillen. 
En soms zeer grondig. 

Maar met het akkoord in de automobiel omtrent het tijdsparen en het plusminusconto, zoals met het akkoord over het saldomechanisme of het sectoraal aanvullend pensioen, hebben wij bewezen dat we in het belang van onze industrie en de metaalarbeiders op een pragmatische manier de problemen kunnen en durven aanpakken. Zonder onze fundamentele principes op te geven. Vandaar ook dat we met veel vertrouwen en met ambitie de komende onderhandelingen tegemoet zien.

Herwig Jorissen
Voorzitter

MITTAL ‘wint’ de overnamestrijd om Arcelor. Nu de arbeiders.

Na vijf maanden strijd lijkt het dan toch dat Mittal het gevecht om Arcelor “gewonnen” heeft. Op 27 januari maakte Mittal zijn ‘vijandelijk’ overnamebod bekend. En op 25 juni heeft de raad van bestuur van Arcelor ingestemd met het bod van Mittal. Arcelor-Mittal wordt nu, met een omzet van 55 miljard euro en 334.000 werknemers wereldwijd, het grootste staalbedrijf ter wereld.

Als vakbond hebben we doorgaans niet de gewoonte om ons te mengen als twee kapitalisten aan het vechten gaan om een been. Maar we zijn wel gevoelig voor elke industriële ontwikkeling die een impact kan hebben op de tewerkstelling, de werkomstandigheden en het sociaal overleg in onze ondernemingen. Als we stelling nemen dan is deze niet geïnspireerd door de hoogte van dit of dat aandeel, maar door de belangen van onze metallos. In het begin van de overnameactiviteiten namen we daarom een eerder neutrale positie in ten aanzien van de voorstellen van Mittal. Dat betekende voor ons ook dat we niet, in tegenstelling tot sommige vakbonden in andere landen, de koers voor Arcelor wilde varen. Zoals de Belgische als de Vlaamse overheid hebben we steeds gezegd dat het industrieel plan van Mittal voor ons een essentieel gegeven zou zijn. In zijn ontmoetingen met de politieke overheden had Mittal te kennen gegeven dat hij verder zou investeren in de Belgische vestigingen en dat alle engagementen van Arcelor ook zouden worden nagekomen (en misschien wel meer).

Onze gereserveerde houding veranderde volledig wanneer Severstal op het toneel verscheen. Gezien de onfrisse praktijken van Severstal een tiental jaar geleden tegen de staalarbeiders en hun vakbonden, hebben wij ons uitdrukkelijk en publiekelijk achter de fusie met Mittal geschaard. Een reeks van deze misdaden zouden stuk voor stuk voor een Belgisch gerecht zwaar veroordeeld worden. Dit is uitvoerig gedocumenteerd in boeken en op internet. De feiten zijn dus bij iedereen gekend. Het verbaasde mij dan ook dat vakbonden die op de eerste rij staan als het over grote principes en waarden gaat nu zwegen en dus in de feiten een bondgenoot waren van Severstal / Arcelor. Op een ontmoeting met Mittal in de Belgische Senaat op 15 juli hebben de Vlaamse metallos van het ABVV daarom als eerste en enige vakbond in België en Europa openlijk de kant gekozen van Mittal.

Zoals bij alle overnames zullen het natuurlijk de aandeelhouders van Arcelor zijn, die er beter van worden. Maar dit is niet onze zorg. Met twee grote staalbedrijven in de Arcelorgroep Vlaanderen, Sidmar te Gent enerzijds en het Limburgse ALZ anderzijds, is onze eerste zorg de garantie op tewerkstelling van zowat 8.000 werknemers, en de daarbij gepaard gaande bijkomende investeringen. Een bijkomende zorg is de mate waarin wij met de toekomstige directie zullen kunnen overleggen. Als vakbond wensen wij zowel op Vlaams, Belgisch als op Europees niveau een constructieve dialoog met de directie aan te gaan. Dit is dé absolute voorwaarde voor een in Vlaanderen opererende onderneming.

Natuurlijk is er de vrees dat de hoge factuur van de overnamestrijd op de één of andere manier door de arbeiders zal moeten betaald worden. Geld kan je geen twee keer uitgeven. En als het geld moet terugverdiend worden dan gebeurt dat meestal door synergieën en dus door besparingen. In dezelfde ontmoeting in de Belgische Senaat beaamde Mittal dat het samengaan met Arcelor zou leiden tot één miljard euro aan synergieën, maar volgens de staalmagnaat kunnen die volledig gerealiseerd worden door het optimaliseren van de inkoop, marketing, productie en de processen. «En niet door het schrappen van arbeidsplaatsen.» We zullen hem aan deze belofte houden. En als hij zich aan zijn belofte houdt, dan hebben we wel iets gewonnen. Als vakbond moet je nooit goedgelovig zijn, maar je moet wel durven optreden als het moet. Daarom kozen we kamp van Mittal en daarom verwachten we dat dit vertrouwen niet beschaamd zal worden.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Proficiat voor de nieuwe ploeg

Terwijl deze Werker in de bus valt bij de leden is het congres va het ABVV of nog bezig of net achter de rug. We zullen afscheid genomen hebben van André en Xavier en hen – meer dan terecht – uitgebreid in de bloemen gezet hebben. Na een jarenlange staat van dienst en In zeer moeilijke tijden hebben zij onze organisatie op een meer dan voortreffelijke wijze geleid.

We hebben er alle vertrouwen in dat de nieuwe ploeg met aan het hoofd Rudy Deleeuw en Anne Delemenne het minstens even goed zullen doen. Het zal ook nodig zijn. Want de uitdagingen die op ons afkomen zijn niet min. Er zijn de actuele uitdagingen: het competitiviteitsdebat, de financiering van onze sociale zekerheid, de verdere uitvoering van een aantal heikele punten van het generatiepact (omschrijving zware beroepen…) de interprofessionele onderhandelingen,… Stuk voor stuk belangrijke dossiers voor de werknemers in dit land die allemaal in de komende periode hun beslag moeten krijgen. Er is werk genoeg aan de winkel voor de nieuwe ploeg.

Maar er is meer. We kunnen – ook al s ABVV - een aantal discussies niet voor ons uit blijven schuiven. We denken dan met name aan het arbeidersbediendenstatuut en de gevolgen dat zoiets vanzelfsprekend met zich meebrengt voor de structuur van de vakbond. Oude discussies over industrie en sectorsyndicalisme zullen gevoerd moeten worden. Daarenboven zullen we als vakbond morgen nog meer dan vandaag een antwoord moeten bieden op de steeds verdere globalisering van de economie. Daarnaast weet iedereen ook maar al te goed dat na de federale verkiezingen er meer dan waarschijnlijk een nieuwe ronde van communautaire onderhandelingen op de agenda zal staan. Niemand weet welke terreinen tijdens die onderhandelingen aan bod zullen komen. Maar dat het gevolgen kan hebben voor terreinen waarop ook wij actief zijn, is goed mogelijk.

Een ding is in ieder geval duidelijk de antwoorden van gisteren zullen morgen niet meer volstaan. Zo simpel zal het niet zijn. Een veelheid van uitdagingen dus waar de nieuwe ploeg voor zal staan. Maar we hebben vertrouwen en zijn er zeker van dat de nieuwe Voorzitter en de nieuwe Algemeen Secretaris het tot een goed einde zullen brengen. Zolang men maar twee zaken voor ogen houdt. Men moet steeds het beste van gisteren bewaren om de uitdagingen van morgen op een nieuwe manier aan te kunnen. Maar ook wij zijn de vakbond die op het einde van congressen zingen ‘Sterft gij oude vormen en gedachten”. Als we daar geen schrik van hebben, dan kunnen we elke uitdaging aan.

Als ABVV-Metaal zijn we er van overtuigd dat het ABVV en de nieuwe equipe sterk en open genoeg is om elke uitdaging aan te kunnen.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Grote onderscheiding uitgereikt in de automobiel

Op maandag 29 mei ondertekenden de sociale partners een principe-akkoord voor de automobiel. Het is een akkoord dat de mogelijkheid creëert om een flexibiliteit te ontwikkelen meer op maat van de autoconstructeurs. Dit was vanzelfsprekend geen makkelijk akkoord. Onze (automobiel)arbeiders werken immers al zeer flexibel. Maar het was, volgens ons, een noodzakelijk akkoord, omdat we het maximale willen doen om de automobiel bij ons te verankeren. Dit heeft natuurlijk ook aanleiding gegeven tot heel wat interne discussies, zowel bij de constructeurs al s bij de toeleveranciers, en behoorlijk wat tegenwind in het ABVV.

Een belangrijke reden om dit akkoord nu te tekenen was “de schoonheidswedstrijd” waaraan GM Antwerpen meedoet. General Motors moet gaan beslissen waar de opvolger van de Astra zal geproduceerd worden. Antwerpen is één van de kandidaten en zoals dat de gewoonte is in de automobiel moeten de verschillende vestigingen dan tegen elkaar concurreren met een zo ‘mooi’ mogelijke offerte. Voor GM Antwerpen is het afgesloten principe-akkoord hierin een belangrijk element. 

Als ABVV-Metaal hebben we gedaan wat we moesten doen. Maar de inkt van het akkoord is nog maar net droog of bij GM Antwerpen worden twee van onze delegees voor vijf dagen geschorst. Volgens de directie zijn het twee "onruststokers" die door hun actie een hele productielijn hebben stilgelegd. 

Het juiste verhaal kan je op deze pagina lezen. In de bewuste nacht van donderdag 27 op vrijdag 28 april brak tussen 2u30 en 3u00 een staking uit aan de chassis-lijn omdat er niet genoeg volk aan de band stond. Terwijl de arbeiders de boel in de ganse fabriek wilden platleggen, probeerden onze delegees de zaak in de afdeling zelf regelen. Ondanks het onverantwoorde optreden van de directie (niemand wilde die nacht met de vakbonden over de problemen aan de lijn praten) hebben onze mensen aan de arbeiders gevraagd om terug aan het werk te gaan. Wat ook gebeurd is. Met andere woorden het is niet zoals de directie zegt dat door het optreden van onze delegees er productie verloren gegaan. Het is dankzij hen dat er die nacht nog geproduceerd werd. Maar wat was de beloning? Een aangetekende brief en vijf dagen schorsing. Vanzelfsprekend was dat voor ons onaanvaardbaar. Ondanks een beslissing van de verzoeningscommissie om de twee delegees niet te schorsen hield de directie van GM Antwerpen halsstarrig vol en op donderdag 1 juni om 18 uur krijgen onze twee delegees uit de nachtshift te horen dat ze alsnog geschorst zouden worden. Het gevolg was dat GM echt een staking aan zijn broek had met productieverlies. Maar dat had een onverantwoorde personeelsdirecteur uitsluitend aan zichzelf te danken. 

Als ABVV-Metaal zullen we het daar natuurlijk niet bij laten. Maar we aanvaarden ook niet dat er lichtzinnig wordt omgesprongen met de toekomst van onze fabrieken. Door niemand, ook niet door het management. Daarom reiken we bij deze een grote onderscheiding uit aan onze twee delegees Demir Sonner en Francis Burg voor hun sociaal, syndicaal en economisch verantwoord optreden. En voor de arbeiders die op een prachtige wijze hun solidariteit betoond hebben gedurende de vijf dagen dat onze delegees geschorst waren.

Herwig Jorissen
Voorzitter