de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

Arbeiders in het parlement

De verkiezingen zijn achter de rug en de kaarten grondig geschud. Vlaanderen (en eigenlijk België) heeft paars afgestraft en tegen links gekozen. De komende periode zullen de socialistische en ook de andere progressieve partijen de nodige tijd moeten nemen om te analyseren wat de oorzaken hiervan zijn. We moeten dat grondig doen, maar ook rustig. En daarbij niet te hoog van de toren blazen. Want achteraf is het altijd makkelijk om je gelijk te bewijzen.

Er was de oproep om meer arbeiders in het parlement te krijgen. Het hadden er natuurlijk meer mogen zijn, maar één iemand is alvast verkozen: Meryame Kitir (ABVV-Metaal Ford Genk). Een ding is in ieder geval duidelijk. We zullen in de komende periode best wat  arbeiders in het parlement kunnen gebruiken. Parlementariërs die weten wat het is om elke dag aan de band te staan, die weten wat een herstructurering betekent, die weten wat het is om je job te verliezen, omdat ze het zelf meegemaakt hebben.

Vlak voor de federale verkiezingen lanceerde Paul Soete, de baas van de metaalpatroons, de discussie over de hoge ontslagvergoedingen. Hij nam afstand van de absurd hoge ontslagvergoedingen die managers soms krijgen. Dat pleit voor hem. Alleen was de context waarin hij dat deed minder neutraal. De aanleiding waren immers de ontslagpremies zoals ze voor onze arbeiders onderhandeld waren bij Volkswagen (en straks misschien bij Opel). Dat benadeelt, volgens Agoria, het investeringsklimaat. Hij vraagt zelfs een wettelijk initiatief ter zake (een maximum begrensing voor ontslagpremies bv. 1 jaar). In een zelfde adem vraagt hij ook dat de bescherming van de afgevaardigden herbekeken zou worden. Het is toch eigenaardig  dat hoge ontslagpremies voor managers, bedienden en kaderleden al jaren zondermeer passeren, maar als arbeiders eindelijk eens een ontslagpremie zoals deze van de bedienden onderhandelen is het land ineens te klein. Bovendien is niets onrechtvaardiger dan de lat gelijk leggen, voor wie niet gelijk is. Het jaarinkomen van een doorsnee manager is nu eenmaal van een andere orde dan het inkomen van een arbeider.

Om op zulke dingen te letten is een vertegenwoordiging van arbeiders in het parlement meer dan welkom. Maar er zijn ook andere thema's waar arbeiders de broodnodige syndicale dimensie aan de parlementaire discussie kunnen toevoegen: het arbeiders-bedienden statuut, de vergrijzing en de evaluatie van het generatiepact, het behoud van onze sociale zekerheid, de vertegenwoordiging in de KMO's,...

Er is dus meer dan werk aan de winkel voor arbeiders die de stap willen / kunnen zetten naar het parlement en de senaat. Uitdagingen genoeg, aan hen en aan ons om het waar te maken.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Stem voor Socialistische Progressieve Afgevaardigden

De onderhandelingen zijn opgestart

In alle sectoren zijn de onderhandelingen nu echt van start gegaan. Eerst en vooral werden de eisenbundels ingediend door de vakbonden, vervolgens kwamen de eerste antwoorden door de patroons. Het is de traditionele opening van de onderhandelingen en dat was nu niet anders. In de vorige Werker werd reeds een eerste round-up gemaakt van de krachtlijnen in de diverse eisenbundels:
  • een ernstige koopkrachtverbetering
  • werkzekerheid
  • recht op opleiding en vorming
  • een haalbare arbeidstijd
  • een betere vertegenwoordiging in de KMO's
  • voortzetting van de bestaande brugpensioenregelingen. 

Wie geïnteresseerd is kan de volledige eisenbundels van alle sectoren vinden op deze website onder de rubriek “sectorale onderhandelingen”. Daar kan je ook terecht voor een stand van zaken van de evolutie in de onderhandelingen. 

We weten dat iedereen onze onderhandelingen met argusogen zal volgen. De nieuwe structuur van de Centrale maakt dat sommigen benieuwd, anderen (zeer) bezorgd zijn. Nu, ook al zijn er zaken die ons scheiden, er is ook nog heel wat dat ons bindt. De belangrijkste bekommernissen (koopkracht, werkzekerheid, brugpensioen,...) zijn voor alle arbeiders gelijk. Daarom hebben ABVV-Metaal en MWB zonder problemen één ABVV-eisenbundel opgesteld, vooraleer er met ACV-Metaal gesproken werd over een gemeenschappelijke eisenbundel van alle vakbonden. Trouwens, ook in de discussie omtrent het Paritair Comité voor de Logistiek zaten en zitten ABVV-Metaal en MWB op dezelfde lijn.

We vertellen niets nieuws als we zeggen dat de onderhandelingen zich als niet gemakkelijk aankondigen. Agoria, de patroonsfederatie van de metaal- en machinebouw, liet al bij de start van de interprofessionele onderhandelingen weten dat de marge voor een koopkrachtverbetering zeer klein zou zijn. In een eerste reactie op onze eisenbundel hebben zij, zoals alle andere patroonsfederaties trouwens, dezelfde boodschap nog eens herhaald.

Natuurlijk is koopkracht is een zeer belangrijk element in onze eisenbundel, maar we hebben ook heel wat kwalitatieve eisen, waar we ook antwoorden op verwachten. In de komende rondes zal iedereen over de brug moeten komen om een evenwichtig resultaat te bekomen. En dat zal gebeuren op een manier zoals we dat in onze sectoren gewoon zijn. Met de voortdurende bekommernis om onze industrie te versterken en onze jobs te behouden (iets wat we ook het afgelopen jaar voldoende bewezen hebben). Maar met dezelfde bekommernis om onze arbeiders, die de derde meest productieve van de wereld zijn, te geven waar ze recht op hebben.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Geen stervensbegeleiding voor de automobiel mits iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt!

In de laatste week van februari was het al automobiel wat de klok sloeg. 

Op 27 februari 1997 – een decennium geleden – kondigde Renault-topman Louis Schweitzer in een Brussels hotel de sluiting van Renault-Vilvoorde aan. Tien jaar en één dag later spraken de resterende arbeiders van Volkswagen Vorst zich uit vóór een toekomst voor hun fabriek, gelukkig met een ruime meerderheid! Op datzelfde moment werd bij Opel onderhandeld over de omstandigheden waarin het nieuwe Astra-model in Antwerpen kan geproduceerd worden.

Op de keper beschouwd lijkt dit alles wel op stervensbegeleiding. Anders gezegd: “Is er nog een toekomst voor de automobielindustrie in België?” Maar ik ben geen doemdenker, integendeel. Mits iedereen zijn verantwoordelijkheid opneemt ben ik er zelfs van overtuigd dat we er in slagen om op korte en middellange termijn de automobiel in België te houden.

De context hebben we niet helemaal in handen. Sinds Renault zijn bijvoorbeeld de economische omstandigheden sterk gewijzigd. Alleen al de  groeiende markten in Oost-Europa en China vormen een bijkomende uitdaging voor de westerse automobielindustrie.

Hoewel het moeilijk is om de beweegredenen van een sluiting of een herstructurering helemaal in te schatten, toch heeft iedereen geleerd uit de sluiting van Vilvoorde.

De politieke overheid weet nu dat zij niet alleen een rol heeft ná de feiten, maar ook dat ze preventief moet optreden. Sinds de herstructurering bij Ford hebben zowel de Vlaamse als de federale overheid in overleg met de sociale partners gewerkt aan de verankering van de automobielindustrie in België.

Ook als vakbond hebben we lessen getrokken uit Renault. We hebben geleerd dat Europese solidariteit zijn grenzen heeft, maar dat we moeten blijven geloven in een Europese aanpak gestoeld op solidariteit. We hebben geleerd dat flexibiliteit in de automobiel een onderwerp is waar je niet automatisch “neen” kan tegen zeggen. Een flexibele arbeidstijd blijkt een troef in de internationale concurrentie. In mei 2006 hebben wij – tegen wil en dank – onze verantwoordelijkheid genomen door een kader te scheppen voor het plus-minusconto: meer werken bij een grote vraag, minder werken als de vraag afneemt. Vandaag vormt flexibiliteit opnieuw een essentieel element van de toekomst van Volkswagen Vorst. Wie nu nog niet inziet dat het plus-minusconto een factor is in de overleving van de Belgische automobielindustrie, speelt met vuur. Wij hebben ook geleerd dat staken in de automobiel een drukkingsmiddel is waar zorgvuldig mee moet worden omgesprongen.

Ten slotte is er ook de verpletterende verantwoordelijkheid van de lokale directie. Toegegeven, zij heeft niet zo veel vrijheid om de toekomst van hun vestiging te bepalen. Maar toch is haar leiderschap en inzet bepalend wanneer in de moederhuizen de scenario's worden uitgetekend. Zij moet – noch min, noch meer – opkomen voor hun vestiging.

De handschoen is nu geworpen, laat ons deze uitdaging aangaan.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Logistiek: Peter, doe het beter?!

De minister van Werk, Peter Vanvelthoven (sp.a), zei dat er één paritair comité voor de logistieke bedrijven komt. Hij antwoordde daarmee op een parlementaire vraag van Vandeurzen (CD&V). Volgens Van Velthoven komt zo een einde aan de rechtsonzekerheid in de logistieke sector. Hij meent dat de huidige situatie, waarbij bedrijven soms van paritair comité moesten veranderen, voor heel wat onduidelijkheid zorgt, wat voor internationale bedrijven een hinderpaal betekent om te investeren in België.

Logistieke arbeid (arbeiders) valt tot nu toe onder het paritair comité van de specifieke bedrijfstak waarbinnen het verricht wordt, althans wanneer dat in het toepassingsgebied van dat PC staat. De overblijvende gevallen behoren dan tot de bevoegdheid van het paritair comité van het vervoer (PC 140). Voor de bedienden bestaat ook zo'n opsplitsing.

Wat de minister nu beoogt is niet enkel het residuaire karakter van het paritair comité 140 af te schaffen. Hij wil ook de PC's 140 (arbeiders) en 226 (bedienden) geleidelijk aan omvormen tot de paritaire comités van het vervoer en de logistiek. Hij wil dus al de logistieke activiteiten – die nu in verschillende paritaire comités zitten – samenbrengen onder de paraplu het PC 140. En meer nog, ook de eigen logistieke activiteiten binnen bedrijvengroepen wil hij overhevelen naar het aparte PC 140, door ze gelijk te stellen aan logistieke activiteiten voor derden.

Deze intenties hebben verstrekkende gevolgen voor de metaalsectoren. Het bestaan van het PC van de metaalhandel komt simpelweg op de helling te staan. Maar dat is lang niet alles. Met de huidige doelstelling van de minister kunnen immers zelfs preassemblageactiviteiten in de automobiel naar het PC 140 verdwijnen.

De afgelopen maanden hebben alle sociale partners van het PC 111 (metaal- en machinebouw) alsook van het PsC 149.04 (metaalhandel) laten weten dat ze zich niet konden vinden in die voorstellen. Ze zegden ook allemaal dat ze tot een constructieve oplossing willen komen, omdat ze allemaal overtuigd zijn van het economisch belang van de logistieke sector voor Vlaanderen.

De minister had er geen oren naar. Een één-tweetje tussen Vandeurzen en Vanvelthoven – niet toevallig twee Limburgers – maakte het lobbywerk af dat het in Limburg sterke VKW (Vlaams Kristelijke Werkgevers) begonnen was onder de vorige sp.a-voorzitter – ook al een Limburger. De logistiek is een belangrijke economische activiteit in Limburg.

De zogezegde (maar onbestaande) rechtsonzekerheid van de bedrijven, wordt ingeruild voor de daadwerkelijke onzekerheid van de arbeiders die nu in logistieke bedrijven werken. Wat baat het om als Sp.a arbeiders in het parlement te willen halen, als aan de andere kant een minister van dezelfde partij de loon- en arbeidsvoorwaarden van diezelfde arbeiders in gevaar brengt. Een patroonsfederatie die lobbyt voor een paritair comité doet dat nooit om de mooie ogen van de werknemers. Ze doet dat omdat ze een PC wil waar de loon- en arbeidsvoorwaarden gunstiger zijn. Voor de werkgevers, welteverstaan. Dat is de realiteit. We nemen dat niet. En we zullen op elke werkvloer, ook in Limburg, gaan uitleggen wat dat betekent en wat de concrete gevaren zijn voor de betrokken arbeiders. De strijd is nog maar net begonnen.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Brief aan Minister Van Velthoven Logistiek
Brief Minister Vanvelthoven PsC149.4
Historiek en Argumentarium Logistieke centra