de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

En nu volle kracht vooruit

Het woord van de Voorzitter verschijnt gedrukt als edito in de Nieuwe Werker. De laatste zin van de derde paragraaf (cursief) zult U echter tevergeefs in de Nieuwe Werker zoeken. Ze is "per vergissing" uit ons edito verdwenen.

De verkiezingen zijn voorbij. Het kondigde zich aan als moeilijke verkiezingen, het zijn desastreuze verkiezingen geworden voor de progressieven in dit land  en voor de socialistische partijen in het bijzonder. Zowel de Sp-a als de PS zijn afgestraft door de kiezers. Of we dat nu onterecht vinden of niet. De feiten zijn er. Het komt nu aan de partij toe om in eerste instantie een evaluatie te maken van de uitslag en er de nodige lessen uit te trekken.

Sommige van onze syndicale kandidaten hadden misschien op een betere uitslag gehoopt. We denken echter dat ze het goed gedaan hebben. Zeker als nieuwe kandidaten in een verkiezing waarin de partij slecht scoort. De opdracht “meer arbeiders in het parlement” is misschien niet helemaal geslaagd. Maar één arbeidster is alvast verkozen: onze ABVV-Metaal délégue, Meryame Kitir, met meer dan 12.000 stemmen. Op haar schouders rust nu de zware verantwoordelijkheid om de stem van de kleine man en vrouw, die ook in de Sp-a, de laatste jaren al te veel in de verdrukking is geraakt, luid en duidelijk te laten klinken. We wensen haar dan ook proficiat met haar verkiezing en veel succes met haar mandaat. En ze weet dat ze alvast op de steun van ABVV-Metaal kan blijven rekenen.

Een slechte verkiezingsuitslag betekent ook dat de partij er (wellicht) niet zal bij zijn in de volgende regering. Wij denken dat diegene (ook in de vakbond) die al te makkelijk gezegd hebben dat het geen verschil maakt of de socialisten in de regering zitten of niet, van een koude reis zullen thuiskomen. Zoals de Amerikanen moesten ervaren dat er wel degelijk een verschil was tussen Gore en Bush. Zo zullen de arbeiders en burgers van dit land het ook ervaren dat er wel degelijk verschil is tussen rooms-blauw of een regering met rood. We zijn benieuwd of het ACV even strijdbaar zal zijn als ze dat was tegen paars. We vonden het alvast opmerkelijk dat na het initiatief van minister Vanvelthoven om de nodige schikkingen te treffen om de sociale verkiezingen te laten doorgaan en de opmerkelijke interventie van de eerste minister om dit te blokkeren, het ACV zweeg als vermoord.

Bij al deze kommer en kwel mogen we echter één positief punt niet vergeten. Extreem-rechts heeft opnieuw een nederlaag geleden. Het VB is misschien nog niet verslagen, maar trappelt in ieder geval ter plaatse. In vergelijking met de verkiezingen van 2003 gaan ze nog vooruit (maar zelfs minder dan ze zelf verwacht / vooropgesteld hadden), maar in vergelijking met de Vlaamse verkiezingen van 2004 en de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 gaan ze duidelijk en soms hard achteruit.

Het zijn geen tijden waarin we onze kunnen permitteren om moedeloos te zijn. Meer dan ooit zullen we de belangen van onze arbeiders moeten verdedigen. Het is aan de socialistische beweging in zijn geheel om te tonen wat we waard zijn en hoe zeer we nodig zijn. De volgende afspraak zijn de sociale verkiezingen.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Arbeiders in het parlement

De verkiezingen zijn achter de rug en de kaarten grondig geschud. Vlaanderen (en eigenlijk België) heeft paars afgestraft en tegen links gekozen. De komende periode zullen de socialistische en ook de andere progressieve partijen de nodige tijd moeten nemen om te analyseren wat de oorzaken hiervan zijn. We moeten dat grondig doen, maar ook rustig. En daarbij niet te hoog van de toren blazen. Want achteraf is het altijd makkelijk om je gelijk te bewijzen.

Er was de oproep om meer arbeiders in het parlement te krijgen. Het hadden er natuurlijk meer mogen zijn, maar één iemand is alvast verkozen: Meryame Kitir (ABVV-Metaal Ford Genk). Een ding is in ieder geval duidelijk. We zullen in de komende periode best wat  arbeiders in het parlement kunnen gebruiken. Parlementariërs die weten wat het is om elke dag aan de band te staan, die weten wat een herstructurering betekent, die weten wat het is om je job te verliezen, omdat ze het zelf meegemaakt hebben.

Vlak voor de federale verkiezingen lanceerde Paul Soete, de baas van de metaalpatroons, de discussie over de hoge ontslagvergoedingen. Hij nam afstand van de absurd hoge ontslagvergoedingen die managers soms krijgen. Dat pleit voor hem. Alleen was de context waarin hij dat deed minder neutraal. De aanleiding waren immers de ontslagpremies zoals ze voor onze arbeiders onderhandeld waren bij Volkswagen (en straks misschien bij Opel). Dat benadeelt, volgens Agoria, het investeringsklimaat. Hij vraagt zelfs een wettelijk initiatief ter zake (een maximum begrensing voor ontslagpremies bv. 1 jaar). In een zelfde adem vraagt hij ook dat de bescherming van de afgevaardigden herbekeken zou worden. Het is toch eigenaardig  dat hoge ontslagpremies voor managers, bedienden en kaderleden al jaren zondermeer passeren, maar als arbeiders eindelijk eens een ontslagpremie zoals deze van de bedienden onderhandelen is het land ineens te klein. Bovendien is niets onrechtvaardiger dan de lat gelijk leggen, voor wie niet gelijk is. Het jaarinkomen van een doorsnee manager is nu eenmaal van een andere orde dan het inkomen van een arbeider.

Om op zulke dingen te letten is een vertegenwoordiging van arbeiders in het parlement meer dan welkom. Maar er zijn ook andere thema's waar arbeiders de broodnodige syndicale dimensie aan de parlementaire discussie kunnen toevoegen: het arbeiders-bedienden statuut, de vergrijzing en de evaluatie van het generatiepact, het behoud van onze sociale zekerheid, de vertegenwoordiging in de KMO's,...

Er is dus meer dan werk aan de winkel voor arbeiders die de stap willen / kunnen zetten naar het parlement en de senaat. Uitdagingen genoeg, aan hen en aan ons om het waar te maken.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Geen stervensbegeleiding voor de automobiel mits iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt!

In de laatste week van februari was het al automobiel wat de klok sloeg. 

Op 27 februari 1997 – een decennium geleden – kondigde Renault-topman Louis Schweitzer in een Brussels hotel de sluiting van Renault-Vilvoorde aan. Tien jaar en één dag later spraken de resterende arbeiders van Volkswagen Vorst zich uit vóór een toekomst voor hun fabriek, gelukkig met een ruime meerderheid! Op datzelfde moment werd bij Opel onderhandeld over de omstandigheden waarin het nieuwe Astra-model in Antwerpen kan geproduceerd worden.

Op de keper beschouwd lijkt dit alles wel op stervensbegeleiding. Anders gezegd: “Is er nog een toekomst voor de automobielindustrie in België?” Maar ik ben geen doemdenker, integendeel. Mits iedereen zijn verantwoordelijkheid opneemt ben ik er zelfs van overtuigd dat we er in slagen om op korte en middellange termijn de automobiel in België te houden.

De context hebben we niet helemaal in handen. Sinds Renault zijn bijvoorbeeld de economische omstandigheden sterk gewijzigd. Alleen al de  groeiende markten in Oost-Europa en China vormen een bijkomende uitdaging voor de westerse automobielindustrie.

Hoewel het moeilijk is om de beweegredenen van een sluiting of een herstructurering helemaal in te schatten, toch heeft iedereen geleerd uit de sluiting van Vilvoorde.

De politieke overheid weet nu dat zij niet alleen een rol heeft ná de feiten, maar ook dat ze preventief moet optreden. Sinds de herstructurering bij Ford hebben zowel de Vlaamse als de federale overheid in overleg met de sociale partners gewerkt aan de verankering van de automobielindustrie in België.

Ook als vakbond hebben we lessen getrokken uit Renault. We hebben geleerd dat Europese solidariteit zijn grenzen heeft, maar dat we moeten blijven geloven in een Europese aanpak gestoeld op solidariteit. We hebben geleerd dat flexibiliteit in de automobiel een onderwerp is waar je niet automatisch “neen” kan tegen zeggen. Een flexibele arbeidstijd blijkt een troef in de internationale concurrentie. In mei 2006 hebben wij – tegen wil en dank – onze verantwoordelijkheid genomen door een kader te scheppen voor het plus-minusconto: meer werken bij een grote vraag, minder werken als de vraag afneemt. Vandaag vormt flexibiliteit opnieuw een essentieel element van de toekomst van Volkswagen Vorst. Wie nu nog niet inziet dat het plus-minusconto een factor is in de overleving van de Belgische automobielindustrie, speelt met vuur. Wij hebben ook geleerd dat staken in de automobiel een drukkingsmiddel is waar zorgvuldig mee moet worden omgesprongen.

Ten slotte is er ook de verpletterende verantwoordelijkheid van de lokale directie. Toegegeven, zij heeft niet zo veel vrijheid om de toekomst van hun vestiging te bepalen. Maar toch is haar leiderschap en inzet bepalend wanneer in de moederhuizen de scenario's worden uitgetekend. Zij moet – noch min, noch meer – opkomen voor hun vestiging.

De handschoen is nu geworpen, laat ons deze uitdaging aangaan.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Stem voor Socialistische Progressieve Afgevaardigden

De onderhandelingen zijn opgestart

In alle sectoren zijn de onderhandelingen nu echt van start gegaan. Eerst en vooral werden de eisenbundels ingediend door de vakbonden, vervolgens kwamen de eerste antwoorden door de patroons. Het is de traditionele opening van de onderhandelingen en dat was nu niet anders. In de vorige Werker werd reeds een eerste round-up gemaakt van de krachtlijnen in de diverse eisenbundels:
  • een ernstige koopkrachtverbetering
  • werkzekerheid
  • recht op opleiding en vorming
  • een haalbare arbeidstijd
  • een betere vertegenwoordiging in de KMO's
  • voortzetting van de bestaande brugpensioenregelingen. 

Wie geïnteresseerd is kan de volledige eisenbundels van alle sectoren vinden op deze website onder de rubriek “sectorale onderhandelingen”. Daar kan je ook terecht voor een stand van zaken van de evolutie in de onderhandelingen. 

We weten dat iedereen onze onderhandelingen met argusogen zal volgen. De nieuwe structuur van de Centrale maakt dat sommigen benieuwd, anderen (zeer) bezorgd zijn. Nu, ook al zijn er zaken die ons scheiden, er is ook nog heel wat dat ons bindt. De belangrijkste bekommernissen (koopkracht, werkzekerheid, brugpensioen,...) zijn voor alle arbeiders gelijk. Daarom hebben ABVV-Metaal en MWB zonder problemen één ABVV-eisenbundel opgesteld, vooraleer er met ACV-Metaal gesproken werd over een gemeenschappelijke eisenbundel van alle vakbonden. Trouwens, ook in de discussie omtrent het Paritair Comité voor de Logistiek zaten en zitten ABVV-Metaal en MWB op dezelfde lijn.

We vertellen niets nieuws als we zeggen dat de onderhandelingen zich als niet gemakkelijk aankondigen. Agoria, de patroonsfederatie van de metaal- en machinebouw, liet al bij de start van de interprofessionele onderhandelingen weten dat de marge voor een koopkrachtverbetering zeer klein zou zijn. In een eerste reactie op onze eisenbundel hebben zij, zoals alle andere patroonsfederaties trouwens, dezelfde boodschap nog eens herhaald.

Natuurlijk is koopkracht is een zeer belangrijk element in onze eisenbundel, maar we hebben ook heel wat kwalitatieve eisen, waar we ook antwoorden op verwachten. In de komende rondes zal iedereen over de brug moeten komen om een evenwichtig resultaat te bekomen. En dat zal gebeuren op een manier zoals we dat in onze sectoren gewoon zijn. Met de voortdurende bekommernis om onze industrie te versterken en onze jobs te behouden (iets wat we ook het afgelopen jaar voldoende bewezen hebben). Maar met dezelfde bekommernis om onze arbeiders, die de derde meest productieve van de wereld zijn, te geven waar ze recht op hebben.

Herwig Jorissen
Voorzitter