de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

De wolven in het bos: discussie over de loonhandicap

Begin deze maand  maakte de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven haar rapport over de evolutie van de Belgische concurrentiekracht publiek.  Het CRB rapport toont dat het de goede kant uit gaat met de loonhandicap die België heeft ten overstaan van onze drie buurlanden. In 2006 zou die nog maar 1,2 procent bedragen en volgend jaar zou ze wegsmelten tot 0,4 procent. Het VBO noemde de cijfers: Niet geloofwaardig, niet correct, verouderd en zelfs belachelijk. Ook Agoria kon niet achterblijven. Het CRB rapport houdt geen rekening met een historische loonhandicap van 8%, beweert Agoria. Ze hebben in hun persbericht over een goed nieuws show. “Geloofwaardig is het cijfergegoochel van de Raad al lang niet meer. De CRB blijkt niet in staat om serieuze prognoses te doen. Daarvoor ontbreekt het hem duidelijk aan analysecapaciteit.”

ABVV en ACV hekelden terecht de demagogie van de werkgevers die de CRB verketteren als het hun slecht uitkomt en omgekeerd, die willekeurige buitenlandse studies aanhalen en dan nog eenzijdig om hun stelling te ‘bewijzen'. Bovendien is in het verleden ook door onverdachte liberale economen als professor De Grauwe al gezegd dat het onzin is om te beweren dat de lonen te hoog zijn. Omdat het concurrentienadeel met onze buurlanden verwaarloosbaar is en het met het Verre Oosten zó groot dat het toch niet overbrugbaar is.

ls er, daarenboven, één patroonsfederatie niet moet mee huilen met de wolven in het bos, dan is het wel Agoria. Reeds vanaf het akkoord van 2003 bestaat in onze sector het saldomechanisme (weliswaar met een vrijwaring van de index). In de metaal kan er dan ook geen sprake zijn van sectorale ontsporing van de loonkost. Als er op individuele basis ontsporingen zijn dan hebben de patroons die enkel aan zichzelf te danken. Samen met Agoria hebben we geijverd voor een verlaging van de patronale lasten op ploegenarbeid. Het resultaat is er. De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven raamt de totaliteit aan lastenverlagingen voor dit jaar op 7,5 miljard euro. De politiek van lastenverlaging heeft de belastingdruk op arbeid de afgelopen jaren met 1,4 procent doen dalen. Maar de lastenverlaging op ploegen- en nachtarbeid komt natuurlijk grotendeels ten goede aan de industriële bedrijven. De Belgische autoproducenten zien daardoor hun loonkost dit jaar met 2,1 procent dalen. Als dat er mede voor kan zorgen dat we deze cruciale industriële werkgelegenheid hier kunnen houden, is het hen meer dan gegund. Maar de impact van de lastenverlaging wordt wel niet meegerekend in het rapport van de CRB. Tenslotte werd in de metaal en elektronische industrie in Nederland net een akkoord afgesloten van 8,7% voor de komende 27 maanden.

In de metaal hebben we ons als verantwoorde partners gedragen. Omdat ook wij bezorgd zijn voor de situatie van onze bedrijven. Want zonder bedrijven zijn er ook geen jobs. Maar men moet onze goedheid niet met domheid verwarren. Het zou onze patroons sieren indien ze zich ook op een verantwoordelijke manier zouden gedragen. Als VBO en Agoria roepen dat de kost van de inflatie van oktober niet verrekend is in een rapport dat afsluit in september, dan zeggen wij, dat ook wij bekommerd zijn om de stijging van de prijzen. Maar omdat het de koopkracht van de arbeiders aantast.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Kiezen voor een (aanvullend) pensioen

Hiernaast vindt U een link naar meer uitleg over de pensioenbrieven voor het aanvullend pensioen in PC 111 (metaalnijverheid). Ook de arbeiders uit onze andere sectoren zullen de komende maanden gelijkaardige brieven ontvangen. In de media werd de laatste weken opnieuw veel aandacht besteed aan de pensioenen. Onderzoek wees immers uit dat de wettelijke pensioenuitkeringen al twintig jaar lang zachtjes verglijden tot een minimumpensioen. De Belgische pensioenbedragen waren vroeger misschien relatief hoog, vandaag behoren ze tot de laagste in Europa. België heeft dan ook een van de hoogste aantallen armen onder zijn gepensioneerden.

Dat is een van de belangrijke redenen waarom ABVV én onze gepensioneerdencommissie telkens opnieuw pleiten voor de welvaartsvastheid van deze uitkeringen. Bruno Tobback, de huidige bevoegde minister, stelde op zijn beurt dat de laagste pensioenen inderdaad te laag zijn. Daarenboven is ook de verhouding van het pensioenbedrag tot het vroeger verdiende loon te laag voor de gemiddelde en hogere inkomens, waardoor – zo vreesde hij – de legitimiteit van het stelsel wordt ondergraven.

We moeten daarom nog geen doemdenkers te worden. Het al dan niet betaalbaar zijn is geen financiële kwestie, maar wel een discussie over welke samenleving we willen. Pensioenen zijn en blijven betaalbaar, alleen zullen ze veel kosten. Per vijf euro die we met zijn allen verdienen gaat er vandaag één euro naar sociale uitgaven. Door de vergrijzing zal dat tegen 2050 bijna één op drie zijn. De vraag is of we dat willen opbrengen en er een beleid voor voeren. De vorige regeringen hebben onder impuls van Johan Vandelanotte werk van gemaakt met het Zilverfonds. Na meer dan honderdveertig dagen onderhandelen lijkt de orange-blauwe regering andere prioriteiten te hebben.

Hoe dan ook wordt een aanvullend pensioen meer en meer nodig voor iedereen. Daarom voorzag het akkoord 1999-2000 van de metaalnijverheid al in een collectief aanvullend pensioen voor elke arbeider. Niet omdat we het wettelijk pensioen opgegeven hadden; we zijn en blijven fervente voorstanders en verdedigers van die “eerste pijler”. Wel omdat we toen al vonden dat de voordelen van de tweede pijler niet alleen voor bedienden en enkele arbeiders in sterke bedrijven mochten voorbehouden zijn. Wat toen waar was, is dat vandaag nóg. Want zonder overheidsbeleid en zonder visie van vakbonden en werkgevers zijn de aanvullende pensioenen er alleen voor wie het al relatief goed heeft.

De metaalnijverheid was één van de eerste arbeiderssectoren dat zo'n collectief en paritair beheerd systeem uitdokterde. In de sectoren waarvoor wij bevoegd zijn hebben alle arbeiders inmiddels een aanvullend pensioen. Vanzelfsprekend is hiermee niet alles opgelost. Op tien jaar tijd zijn er dan wel tien keer meer werknemers met een aanvullend pensioen (van 200.000 naar twee miljoen), de kloof tussen hoge en lage wettelijke pensioenen is echter niet verkleind, wel integendeel. Wie een goed pensioen heeft, heeft er meestal ook nog een goed aanvullend pensioen bovenop. Er is dus nog heel wat werk aan de winkel. Want arbeiders die het beste van zichzelf gegeven hebben en voor onze welvaart gezorgd hebben, hebben recht op een degelijk inkomen voor een onbekommerde oude dag. Alleen moeten we dat niet verwachten van de regering die nu in de maak is.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Een wereldwijde CAO voor Umicore, wie volgt?

Vorige week heeft de Internationale Metaalbond (IMB) met de materialengroep Umicore een internationale raamovereenkomst afgesloten voor de wereldwijde toepassing van de basisconventies van de Internationale Arbeidsorganisatie(IAO). Het gaat om vakbondsvrijheid, verbod op dwang- of kinderarbeid en verbod op discriminatie bij aanwerving. Wereldwijd zijn er momenteel een 50-tal van dergelijke raamovereenkomsten (je zou kunnen zeggen een wereld CAO). In de metaalsectoren zijn er zestien (onder andere Volkswagen, Bosch, Renault, BMW, Arcelor). De internationale CAO met Umicore is de allereerste in zijn soort voor een Belgische multinational.

Met een internationale raamovereenkomst engageren multinationale ondernemingen zich om de IAO-basisconventies overal na te leven in al hun vestigingen. De overeenkomst geldt niet alleen voor de Umicore-vestigingen zelf, maar ook voor ondernemingen waar Umicore medeaandeelhouder is. Bovendien is er het uitdrukkelijk engagement dat Umicore er bij zijn partners -toeleveranciers en onderaannemers- op zal aandringen een zelfde houding aan te nemen. Alle Umicore-werknemers wereldwijd ontvangen in de komende maanden een kopie van de tekst in hun eigen taal. Voor ABVV-Metaal werd deze internationale raamovereenkomst mede ondertekend door Georges De Batselier, Ondervoorzitter.

Amper vijftig wereldwijde raamovereenkomsten (en de overgrote meerderheid met bedrijven met een Europees hoofdkwartier) zullen de globalisering niet stoppen of in goede banen leiden natuurlijk. Maar zulke raamakkoorden zijn wel één van de middelen om transnationale ondernemingen globaal te dwingen om de IAO basisconventies te respecteren. Doordat de overeenkomst niet enkel betrekking heeft op de (hoofd)vestigingen maar ook op de toeleveranciers en de onderaannemers verzekert het bovendien een aantal minimale rechten van heel wat metaalarbeiders. Ook en vooral in landen waar sociale rechten nog geen alledaagse kost zijn.

Zulke raamakkoorden zijn daarenboven een wezenlijke versterking van het internationaal syndicalisme. Enerzijds omdat de raamovereenkomst een belangrijk drukkingmiddel kan zijn, met name in die landen waar vakbonden niet zo sterk staan en waar het opeisen van vakbondsrechten nog een harde strijd is. Anderzijds omdat men zo de Internationale Metaalbond als een volwaardige onderhandelingspartner erkent. Het is de IMB die, samen met de vakbonden van het land waar het hoofdkwartier gevestigd is, de onderhandelingen voert.

Umicore was misschien de eerste Belgische multinational met zo'n raamakkoord, maar hopelijk niet de laatste. Het is aan Bekaert om het goede voorbeeld te volgen. Onze bedrijven moeten tonen dat ze wereldwijd de IAO conventies willen en zullen en doen naleven.

Herwig Jorissen
Voorzitter 

Personeelstekort remt economische groei volgens Agoria. Werf dan aan en leid op!

Agoria gaf haar traditionele persconferentie over de stand van zaken in de technologische industrie. Algemeen keek de sector tevreden terug. Tijdens de eerste helft van het jaar werd 1,9 procent meer omzet geboekt dan tijdens dezelfde periode vorig jaar. Als geen rekening wordt gehouden met de gevolgen van de herstructureringen bij VW Vorst, nam de omzet zelfs met 4,5 procent toe. Hetzelfde geldt voor de werkgelegenheid. Als er abstractie gemaakt wordt van Volkswagen en zijn toeleveranciers steeg ze lichtjes, met 0,2 procent. Wordt VW wel meegeteld, dan daalt de tewerkstelling eigenlijk met 1,1 procent. Dat is natuurlijk behoorlijk cynisch. Volkswagen en de daarmee gepaard gaande herstructurering in Vorst en bij de toeleveranciers heeft wel degelijk plaatsgegrepen. Vraag het maar aan de betrokken arbeiders. En iets later bewees General Motors – in zo verre dat nog nodig was – dat het hier niet om een uitzondering ging in onze industrie. Met andere woorden: een zekere terughoudendheid was op zijn plaats geweest.

Het werd helemaal te gek toen ze er aan toevoegden dat een kwart van de bedrijven in de sector orders moest weigeren omdat ze onvoldoende gekwalificeerd personeel konden aantrekken. Bij de informaticabedrijven was dat zelfs één op de twee. Agoria becijferde dat ruim 3.000 banen niet ingevuld raakten. Dat komt overeen met dik één procent van de totale tewerkstelling in de sector. Omdat heel wat jobs niet ingevuld raken, mist de technologische industrie in ons land groei. De bedrijven uit de technologische industrie zagen hun activiteiten in de eerste helft van dit jaar weliswaar met 1,9% toenemen. Maar dat cijfer had beduidend hoger kunnen liggen, zei Agoria, als ze niet te kampen hadden met een nijpend personeelstekort.

Eigenlijk, zo luidt de onderliggende boodschap, ligt het dus aan de onvoldoende geschoolde arbeiders dat er niet meer werkgelegenheid is in de technologische industrie. Dat zegt men op een moment dat er in Vlaanderen ondanks alle hoera-berichten nog altijd 180.000 werklozen zijn. Op een moment dat, dixit minister van Werk Peter Van Velthoven, het aantal uren opleiding per werknemer daalt in plaats van stijgt. Dat, ondanks lastenverlaging en bonussen, er nog altijd te weinig oudere (competente) werknemers aan het werk zijn en men het potentieel van allochtonen links laat liggen. Maar tezelfdertijd moeten we wel constateren dat de collectieve vormingsinspanningen in onze sector al meer dan dertig jaar gelijk gebleven zijn en dat ook hier het aantal uren vorming niet noemenswaardig stijgt.

Maar blijkbaar gaat Agoria voor het makkelijke gewin en dus reageren ze enthousiast op het feit dat de oranje-blauwe onderhandelaars de deur geopend hebben voor economische migratie. Blijkbaar vinden ze dat het niet de taak van de werkgevers is om er mee voor te zorgen dat werknemers voldoende kwalificaties hebben. Die zekerheid hebben ze alvast: de regering die in de maak is, is het volledig met de werkgevers eens. Zij die op 10 juni dachten dat het allemaal geen verschil maakte op wie je stemde, moeten de eerste akkoorden inzake kernenergie, migratie en asielbeleid en justitie er maar eens op nalezen. Ze zijn er aan voor hun moeite.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Automobiel ook elders onder druk

Het is nog maar een paar maanden geleden dat onze auto-industrie de zoveelste klap te verwerken kreeg. Opel-Antwerpen kreeg tegen elke economische logica in het nieuwe model (opvolger van de Astra) niet toegewezen. Dankzij het voortreffelijke Europese syndicale optreden binnen de GM-groep en dankzij een voorbeeldige ABVV-Metaaldelegatie binnen het bedrijf, werd uiteindelijk een dubbele buit binnengehaald. Er is een nieuwe toekomst voor Opel-Antwerpen (met voorlopig twee nieuw toegewezen modellen en in 2009 hopelijk een derde), maar de fabriek is ook afgeslankt. Voor de afvloeiing van 1861 arbeiders is er echter een uitstekend sociaal akkoord onderhandeld. Natuurlijk volgt er dan altijd kritiek. Voor sommigen is de werkzekerheid niet groot genoeg; in de publieke opinie schreeuwen anderen moord en brand over de té hoge gouden handdrukken.
Soms is het goed om voorbij onze grenzen te kijken, om beter te zien wat we ondanks alles gerealiseerd hebben. Zaterdag 15 september bijvoorbeeld liep in de Verenigde Staten een vierjarige collectieve arbeidsovereenkomst af bij Ford, General Motors en Chrysler. De United Autoworkers (UAW) kozen General Motors uit als hoofddoelwit. Als ze daar een akkoord zouden bereiken, zouden de andere twee wel volgen. Na acht weken onderhandelen bleef een akkoord echter uit. Centraal stond de ziekteverzekering: de medische kosten van alle actieve arbeiders, gepensioneerde werknemers en hun familieleden worden nu betaald door de constructeurs. Het gaat om meer dan één miljoen personen, waarvan de meesten op pensioen zijn. De totale verplichtingen voor verwachte gezondheidsuitgaven wordt geschat op 90 tot 110 miljard dollar, dat komt neer op 1.200 tot 1.500 dollar per auto. De ‘Big Three' willen nu verlost worden van de ziekteverzekeringsverplichtingen. Ze stellen daarom voor om een trust op te richten – een Voluntary Employees' Beneficiary Association (VEBA) – die door de vakbond zou worden beheerd. De fabrikanten zouden er al hun verzekeringsverplichtingen in onderbrengen en een eenmalige financiële injectie geven.

De constructeurs speelden het spel zeer hard. Ze dreigden met een verhuizing van de Amerikaanse autoproductie naar het buitenland. Iedereen realiseert zich dan ook dat het de belangrijkste onderhandelingen in meer dan een generatie zijn. Op het moment dat we dit edito schrijven is er nog steeds geen akkoord. De UAW leek bereid te zijn om te praten over trust, beheerd door de vakbonden, dat de ziektekosten moet dekken. (Een zelfde systeem werd ook reeds onderhandeld door de “United Steelworkers” bij Goodyear.) Maar de gesprekken blokkeerden op de garanties die de UAW vroeg voor de arbeiders die zouden blijven werken bij GM na de voor volgend jaar voorziene herstructurering. (De uitkomst over deze cruciale onderhandelingen kan men vinden op www.abvvmetaal.be.)

Het is die lijn die de delegatie van ABVV-Metaal ook steeds aangehouden heeft: een akkoord over herstructurering en kostenbesparing, maar enkel als er werkzekerheid is.  In Antwerpen is dat gelukt; de UAW vecht er op dit moment nog voor. Er is nu medegedeeld dat er meer kandidaat-vertrekkers (brugpensioen en gouden handdrukken) dan plaatsten zijn, zoals ook al het geval was bij Volkswagen-Vorst. Na alles wat de arbeiders hebben meegemaakt is dat goed te begrijpen. Bovendien is er ook nog eens de politieke onzekerheid: gaat de nieuwe regering ons een Generatiepact-bis opsolferen? Dat er zoveel vertrekkandidaten zijn, toont aan dat we een goed sociaal akkoord hebben onderhandeld. Maar ook het andere mag niet vergeten worden, zeker in deze moeilijke tijden voor de automobielindustrie: voor de resterende arbeiders en hun gezinnen is er werkzekerheid! Dat was onze inzet en we hebben woord gehouden.

Herwig Jorissen
Voorzitter