de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

Goed voornemen voor 2008: één werknemersstatuut

Het is de periode dat we elkaar gelukkig nieuwjaar wensen. Dat behoort zo tot de lopende zaken. Ook in 2007 zijn vele bedrijven, groot en klein, het slachtoffer geweest van herstructureringen en sluitingen. Met alle gevolgen voor de arbeiders en hun families. Al zal de strijd van Opel ongetwijfeld de meest prominente plaats innemen bij de jaaroverzichten.

We willen andere bedrijven niet te kort doen, maar ook voor ons zal 2007 een beetje het jaar van Opel Antwerpen zijn. Enerzijds, omdat het ons opnieuw brutaal met de feiten confronteerde: je mag dan nog één van de meest productieve vestigingen zijn, je mag volgens allerhande objectieve criteria de beste van de klas zijn, je mag een plus minus systeem onderhandelen, je mag zoveel als je wil. Als ‘men', in het kader van welke geo-politieke strategie dan ook, anders beslist, dan ben je de pineut. En dan krijg je de opvolger van de Opel Astra niet en dan moeten er 1600 werknemers afvloeien. Anderzijds, zal het ook het jaar van Opel zijn vanwege de voorbeeldige Europese syndicale strijd die er gestreden werd. Het is onder andere dankzij die Europese syndicale aanpak dat de vestiging in Antwerpen vandaag twee modellen produceert en kan hopen op een Ford-Genk scenario (na een dramatische herstructurering een nieuwe doorstart beleven). Het is moedig dat de syndicale delegaties van alle Europese vestigingen consequent geopteerd hebben om zich niet tegen elkaar te laten uitspelen en om zowel de lusten als de lasten onder alle Opel-vestigingen te verdelen. Dat neemt niet weg dat we een sociaal plan moesten onderhandelen. Wat je ook uit de brand sleept (regelingen voor tijdelijke, brugpensioen, gouden handdruk,... ), pijnlijk is het altijd.

De Opel-delegatie heeft een goed en evenwichtig plan onderhandeld. We waren dan ook verbaasd over de verontwaardiging in de publieke opinie over de hoge afscheidspremies voor onze arbeiders. Het valt ons op dat men niet  dezelfde verontwaardiging ten toon spreidt als, na meer dan 180 dagen gepalaver over een nieuwe regering, de 2,5 miljard van het generatiepact voor 2007 en 2008 op is.
Trouwens, de onderhandelde premies waren (net zoals die bij Volkswagen) niet eens zo exuberant. Alleen kregen de arbeiders voor één keer dezelfde premies als deze die normaal voorbehouden zijn voor de bedienden. Vermits we toch in de periode van de goede voornemens zitten, zouden we het volgende willen vragen: zou men nu eens eindelijk een einde willen maken aan de discriminatie tussen arbeiders en bedienden. Dat lijkt ons zinvoller dan het politieke gekrakeel over punten en komma's. ABVV-Metaal is altijd de meest felle pleitbezorger geweest voor één werknemerstatuut. Er is ons al veel beloofd in interprofessionele akkoorden en door politici. Alleen moeten we constateren dat er niets gebeurt, behalve wat we zelf regelen in onze akkoorden. Dus als men in 2008 eens een einde wil maken aan deze discriminatie. Zou dat kunnen?

Voor de rest wensen we iedereen prettige feestdagen, een gelukkig nieuwjaar en bovenal, het allerbelangrijkste, een gezond 2008.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Oranje - Blauw duwt economie nu al in het rood

Straks is het Sinterklaas. Misschien brengt hij de Sint ons (eindelijk) een nieuwe regering, al dan niet in het oranje - blauw? Ooit moeten de heren en dames politici er toch in slagen om een beetje verantwoord gedrag ten toon te spreiden en op zoek te gaan naar een compromis.

Zij zijn immers de eerste om de sociale partners en vooral de vakbonden onverantwoord gedrag te verwijten als er gestaakt wordt voor de rechten en belangen van de werknemers. Maar zelfs ten tijde van het Generatiepact, toen het letterlijk ging om de toekomst van alle arbeiders in dit land, hebben wij het land geen 165 dagen en meer gegijzeld. Meer nog, het zou in ons niet opgekomen zijn om het te doen. Omdat we weten met welk economisch vuur we dan zouden spelen. Wij hebben toen hard gestreden tegen het Generatiepact maar in het belang van iedereen hebben we met een eerbaar compromis ingestemd. Niet omdat we overtuigd waren van het eindresultaat. En het eerste jaar na het generatiepact heeft ons alleen maar gelijk gegeven. Want de politiek van de  bedrijven ten overstaan van ‘oudere' werknemers is niet veranderd.  Uit het getuigenis van onze hoofdafgevaardigde bij Opel, Rudi Kennis, op de militantenconcentratie op 16 november, bleek ook duidelijk dat de tewerkstellingscellen voor kandidaat bruggepensioneerden meer window-dressing en poenschepperij zijn dan wel cellen waar iets voor de tewerkstelling wordt gedaan. Hetzelfde zien we ook bij Volkswagen: de helft van de ontslagen werknemers heeft inmiddels werk gevonden. Maar bij de kandidaat bruggepensioneerden is dat slechts zes procent.

Wij hebben een compromis onderhandeld omdat we weten niemand er belang bij heeft om de economie op de rand van de afgrond te brengen. Dat verstand ontbreekt echter blijkbaar bij onze politici. Maar dat komt wellicht omdat ze aan ‘goed bestuur' doen. Een ‘goed bestuur' dat er voor zorgt dat door de aanslepende politieke crisis de kans groot is dat de begroting in het rood duikt. Terwijl we over vier jaar meer dan 4 miljard euro surplus hebben al we de vergrijzing betaalbaar wil houden. Een crisis die zeker geen goede zaak is voor onze concurrentiekracht. Ze dreigt potentiële investeerders af te schrikken. Die waarschuwing stuurde zelfs de Amerikaanse Kamer van Koophandel in België de wereld in.

Ondertussen krijgt het consumentenvertrouwen zware klappen (vergelijkbaar met de klap na 9/11). De gezinnen zijn de economische toekomst somber in.  Dat komt natuurlijk door de levensduurte die onverbiddelijk stijgt (regering of geen regering) en vooral de stijgende prijzen voor energie, brandstof en voeding. En dat moet de winter nog beginnen.

De paarse regering van lopende zaken kan geen ingrijpende maatregelen treffen. En de blauw-oranje regeringsonderhandelaars doen niets en gijzelen ons verder. Straks gaan we, middels besparingen, ook nog eens de prijs van hun gijzeling moeten betalen. Een ding is zeker: deze politiek(ers) heeft (hebben) ons geen lessen te geven.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Kiezen voor een (aanvullend) pensioen

Hiernaast vindt U een link naar meer uitleg over de pensioenbrieven voor het aanvullend pensioen in PC 111 (metaalnijverheid). Ook de arbeiders uit onze andere sectoren zullen de komende maanden gelijkaardige brieven ontvangen. In de media werd de laatste weken opnieuw veel aandacht besteed aan de pensioenen. Onderzoek wees immers uit dat de wettelijke pensioenuitkeringen al twintig jaar lang zachtjes verglijden tot een minimumpensioen. De Belgische pensioenbedragen waren vroeger misschien relatief hoog, vandaag behoren ze tot de laagste in Europa. België heeft dan ook een van de hoogste aantallen armen onder zijn gepensioneerden.

Dat is een van de belangrijke redenen waarom ABVV én onze gepensioneerdencommissie telkens opnieuw pleiten voor de welvaartsvastheid van deze uitkeringen. Bruno Tobback, de huidige bevoegde minister, stelde op zijn beurt dat de laagste pensioenen inderdaad te laag zijn. Daarenboven is ook de verhouding van het pensioenbedrag tot het vroeger verdiende loon te laag voor de gemiddelde en hogere inkomens, waardoor – zo vreesde hij – de legitimiteit van het stelsel wordt ondergraven.

We moeten daarom nog geen doemdenkers te worden. Het al dan niet betaalbaar zijn is geen financiële kwestie, maar wel een discussie over welke samenleving we willen. Pensioenen zijn en blijven betaalbaar, alleen zullen ze veel kosten. Per vijf euro die we met zijn allen verdienen gaat er vandaag één euro naar sociale uitgaven. Door de vergrijzing zal dat tegen 2050 bijna één op drie zijn. De vraag is of we dat willen opbrengen en er een beleid voor voeren. De vorige regeringen hebben onder impuls van Johan Vandelanotte werk van gemaakt met het Zilverfonds. Na meer dan honderdveertig dagen onderhandelen lijkt de orange-blauwe regering andere prioriteiten te hebben.

Hoe dan ook wordt een aanvullend pensioen meer en meer nodig voor iedereen. Daarom voorzag het akkoord 1999-2000 van de metaalnijverheid al in een collectief aanvullend pensioen voor elke arbeider. Niet omdat we het wettelijk pensioen opgegeven hadden; we zijn en blijven fervente voorstanders en verdedigers van die “eerste pijler”. Wel omdat we toen al vonden dat de voordelen van de tweede pijler niet alleen voor bedienden en enkele arbeiders in sterke bedrijven mochten voorbehouden zijn. Wat toen waar was, is dat vandaag nóg. Want zonder overheidsbeleid en zonder visie van vakbonden en werkgevers zijn de aanvullende pensioenen er alleen voor wie het al relatief goed heeft.

De metaalnijverheid was één van de eerste arbeiderssectoren dat zo'n collectief en paritair beheerd systeem uitdokterde. In de sectoren waarvoor wij bevoegd zijn hebben alle arbeiders inmiddels een aanvullend pensioen. Vanzelfsprekend is hiermee niet alles opgelost. Op tien jaar tijd zijn er dan wel tien keer meer werknemers met een aanvullend pensioen (van 200.000 naar twee miljoen), de kloof tussen hoge en lage wettelijke pensioenen is echter niet verkleind, wel integendeel. Wie een goed pensioen heeft, heeft er meestal ook nog een goed aanvullend pensioen bovenop. Er is dus nog heel wat werk aan de winkel. Want arbeiders die het beste van zichzelf gegeven hebben en voor onze welvaart gezorgd hebben, hebben recht op een degelijk inkomen voor een onbekommerde oude dag. Alleen moeten we dat niet verwachten van de regering die nu in de maak is.

Herwig Jorissen
Voorzitter

De wolven in het bos: discussie over de loonhandicap

Begin deze maand  maakte de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven haar rapport over de evolutie van de Belgische concurrentiekracht publiek.  Het CRB rapport toont dat het de goede kant uit gaat met de loonhandicap die België heeft ten overstaan van onze drie buurlanden. In 2006 zou die nog maar 1,2 procent bedragen en volgend jaar zou ze wegsmelten tot 0,4 procent. Het VBO noemde de cijfers: Niet geloofwaardig, niet correct, verouderd en zelfs belachelijk. Ook Agoria kon niet achterblijven. Het CRB rapport houdt geen rekening met een historische loonhandicap van 8%, beweert Agoria. Ze hebben in hun persbericht over een goed nieuws show. “Geloofwaardig is het cijfergegoochel van de Raad al lang niet meer. De CRB blijkt niet in staat om serieuze prognoses te doen. Daarvoor ontbreekt het hem duidelijk aan analysecapaciteit.”

ABVV en ACV hekelden terecht de demagogie van de werkgevers die de CRB verketteren als het hun slecht uitkomt en omgekeerd, die willekeurige buitenlandse studies aanhalen en dan nog eenzijdig om hun stelling te ‘bewijzen'. Bovendien is in het verleden ook door onverdachte liberale economen als professor De Grauwe al gezegd dat het onzin is om te beweren dat de lonen te hoog zijn. Omdat het concurrentienadeel met onze buurlanden verwaarloosbaar is en het met het Verre Oosten zó groot dat het toch niet overbrugbaar is.

ls er, daarenboven, één patroonsfederatie niet moet mee huilen met de wolven in het bos, dan is het wel Agoria. Reeds vanaf het akkoord van 2003 bestaat in onze sector het saldomechanisme (weliswaar met een vrijwaring van de index). In de metaal kan er dan ook geen sprake zijn van sectorale ontsporing van de loonkost. Als er op individuele basis ontsporingen zijn dan hebben de patroons die enkel aan zichzelf te danken. Samen met Agoria hebben we geijverd voor een verlaging van de patronale lasten op ploegenarbeid. Het resultaat is er. De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven raamt de totaliteit aan lastenverlagingen voor dit jaar op 7,5 miljard euro. De politiek van lastenverlaging heeft de belastingdruk op arbeid de afgelopen jaren met 1,4 procent doen dalen. Maar de lastenverlaging op ploegen- en nachtarbeid komt natuurlijk grotendeels ten goede aan de industriële bedrijven. De Belgische autoproducenten zien daardoor hun loonkost dit jaar met 2,1 procent dalen. Als dat er mede voor kan zorgen dat we deze cruciale industriële werkgelegenheid hier kunnen houden, is het hen meer dan gegund. Maar de impact van de lastenverlaging wordt wel niet meegerekend in het rapport van de CRB. Tenslotte werd in de metaal en elektronische industrie in Nederland net een akkoord afgesloten van 8,7% voor de komende 27 maanden.

In de metaal hebben we ons als verantwoorde partners gedragen. Omdat ook wij bezorgd zijn voor de situatie van onze bedrijven. Want zonder bedrijven zijn er ook geen jobs. Maar men moet onze goedheid niet met domheid verwarren. Het zou onze patroons sieren indien ze zich ook op een verantwoordelijke manier zouden gedragen. Als VBO en Agoria roepen dat de kost van de inflatie van oktober niet verrekend is in een rapport dat afsluit in september, dan zeggen wij, dat ook wij bekommerd zijn om de stijging van de prijzen. Maar omdat het de koopkracht van de arbeiders aantast.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Personeelstekort remt economische groei volgens Agoria. Werf dan aan en leid op!

Agoria gaf haar traditionele persconferentie over de stand van zaken in de technologische industrie. Algemeen keek de sector tevreden terug. Tijdens de eerste helft van het jaar werd 1,9 procent meer omzet geboekt dan tijdens dezelfde periode vorig jaar. Als geen rekening wordt gehouden met de gevolgen van de herstructureringen bij VW Vorst, nam de omzet zelfs met 4,5 procent toe. Hetzelfde geldt voor de werkgelegenheid. Als er abstractie gemaakt wordt van Volkswagen en zijn toeleveranciers steeg ze lichtjes, met 0,2 procent. Wordt VW wel meegeteld, dan daalt de tewerkstelling eigenlijk met 1,1 procent. Dat is natuurlijk behoorlijk cynisch. Volkswagen en de daarmee gepaard gaande herstructurering in Vorst en bij de toeleveranciers heeft wel degelijk plaatsgegrepen. Vraag het maar aan de betrokken arbeiders. En iets later bewees General Motors – in zo verre dat nog nodig was – dat het hier niet om een uitzondering ging in onze industrie. Met andere woorden: een zekere terughoudendheid was op zijn plaats geweest.

Het werd helemaal te gek toen ze er aan toevoegden dat een kwart van de bedrijven in de sector orders moest weigeren omdat ze onvoldoende gekwalificeerd personeel konden aantrekken. Bij de informaticabedrijven was dat zelfs één op de twee. Agoria becijferde dat ruim 3.000 banen niet ingevuld raakten. Dat komt overeen met dik één procent van de totale tewerkstelling in de sector. Omdat heel wat jobs niet ingevuld raken, mist de technologische industrie in ons land groei. De bedrijven uit de technologische industrie zagen hun activiteiten in de eerste helft van dit jaar weliswaar met 1,9% toenemen. Maar dat cijfer had beduidend hoger kunnen liggen, zei Agoria, als ze niet te kampen hadden met een nijpend personeelstekort.

Eigenlijk, zo luidt de onderliggende boodschap, ligt het dus aan de onvoldoende geschoolde arbeiders dat er niet meer werkgelegenheid is in de technologische industrie. Dat zegt men op een moment dat er in Vlaanderen ondanks alle hoera-berichten nog altijd 180.000 werklozen zijn. Op een moment dat, dixit minister van Werk Peter Van Velthoven, het aantal uren opleiding per werknemer daalt in plaats van stijgt. Dat, ondanks lastenverlaging en bonussen, er nog altijd te weinig oudere (competente) werknemers aan het werk zijn en men het potentieel van allochtonen links laat liggen. Maar tezelfdertijd moeten we wel constateren dat de collectieve vormingsinspanningen in onze sector al meer dan dertig jaar gelijk gebleven zijn en dat ook hier het aantal uren vorming niet noemenswaardig stijgt.

Maar blijkbaar gaat Agoria voor het makkelijke gewin en dus reageren ze enthousiast op het feit dat de oranje-blauwe onderhandelaars de deur geopend hebben voor economische migratie. Blijkbaar vinden ze dat het niet de taak van de werkgevers is om er mee voor te zorgen dat werknemers voldoende kwalificaties hebben. Die zekerheid hebben ze alvast: de regering die in de maak is, is het volledig met de werkgevers eens. Zij die op 10 juni dachten dat het allemaal geen verschil maakte op wie je stemde, moeten de eerste akkoorden inzake kernenergie, migratie en asielbeleid en justitie er maar eens op nalezen. Ze zijn er aan voor hun moeite.

Herwig Jorissen
Voorzitter