de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

De wet Renault en de les van Opel

Bijgestaan door verschillende lijfwachten kondigde op donderdag 27 februari 1997 Renault-topman Louis Schweitzer aan tijdens een persconferentie in het Brusselse Hilton Hotel dat Renault Vilvoorde definitief zou dichtgaan op 31 juli. Het nieuws sloeg in als een bom, want alleen al in de Renault-fabriek zouden daardoor 3100 mensen hun job verliezen. Op hetzelfde moment werd dezelfde brutale mededeling gedaan op de Ondernemingsraad. Personeel, bevolking en politici reageerden verontwaardigd. Maar ondanks een harde strijd en gerechtelijke procedures gaf Renault geen (of amper een) krimp. Vilvoorde sloot als productievestiging, maar kon wel nog een zekere tewerkstelling redden als toeleverancier (400 jobs).

Naar aanleiding van het brutale optreden van de Renaultdirectie heeft de regering een procedure van informatie en consultatie opgelegd in het geval van collectieve afdankingen. Eerst moet de Ondernemingsraad op de hoogte worden gebracht van het voornemen om over te gaan tot collectieve afdankingen. De beslissing mag officieel nog niet definitief zijn, dat kan pas na de consultatie van de vakbonden. De arbeiders kunnen tegenvoorstellen of alternatieven naar voren  brengen. De praktijk van de afgelopen tien jaar heeft echter uitgewezen dat er, ook met de Wet Renault, fundamenteel weinig veranderd is. Vormtechnisch is er natuurlijk weleen en ander gewijzigd. Maar als een directie naar een Ondernemingsraad komt met een collectief ontslag of een sluiting als intentie , dan is de beslissing eigenlijk al genomen. Vanaf dat moment loop je als vakbond dikwijls achter de feiten aan.

Rudi Kennes, onze hoofdafgevaardigde bij Opel Antwerpen, zei naar aanleiding van de huidige situatie in een interview met  De Tijd (7 maart 2009): ‘Vroeger wachtten vakbonden tot beslissingen genomen waren. Dan gingen ze staken. Of bezetten ze de fabriek. Maar die tijd is allang voorbij. Nu proberen we beslissingen te sturen voor ze genomen worden. Het is de enige manier om er invloed op uit te oefenen. Als (GM-baas) Rick Wagoner morgen verklaart dat Opel Antwerpen dicht moet, dan is het gedaan. Dan sta je voor een voldongen feit. Binnen tien minuten staat het op internet en reageren de beurzen. Dan is er geen millimeter onderhandelingsruimte meer, laat staan dat er een weg terug is. Kijk naar wat er bij Bekaert en bij DAF is gebeurd. Daar werden de werknemers gewoon naar de refter geroepen, en kregen ze te horen dat het gedaan was. Dat moet je vermijden.'

Het is natuurlijk nog maar de vraag hoe je dat moet vermijden en of je dat kan vermijden. In datzelfde interview voegt hij er aan toe ‘Moderne vakbondsmensen zoeken samen met directies naar oplossingen. Ze maken zelf hun handen vuil als het moet.  Ze beseffen dat een lege stoel aan een vergadertafel nog nooit een probleem heeft opgelost.'  Naast een voorbeeldige Europese syndicale aanpak, hebben bij Opel de vakbonden ook een dergelijke houding aan de dag gelegd. Ze zitten rond de tafel en praten vóór de directie de beslissingen genomen heeft.Dat is bij momenten ongetwijfeld een erg akelige tafel. Om sluitingen te vermijden, moeten ze immers de pijn solidariseren. Ze hebben consultancy bureaus ingeschakeld om zulke alternatieven uit te werken. Of ze / we zullen slagen, weten we nu niet. Het is alleszins wel de eerste keer dat er twee opties op tafel liggen op Europees niveau, als een multinational grote beslissingen of  herstructureringen plant,: een brutale patronale optie of een alternatief aangereikt door de vakbonden. Is dat ‘Mittbestimmung'? Neen, want uiteindelijk beslist het bedrijf. Maar het wordt wel mogelijk gemaakt dankzij het Duitse model van de ‘Mittbestimmung'. Ook daarover moeten we durven nadenken., want een vakbond moet niet alleen de ander of de patroons permanent bevragen. Een vakbond moet ook zichzelf, zijn eigen methodes steeds opnieuw in vraag stellen. Laat dat ook maar een les zijn die we van de syndicale aanpak bij Opel kunnen opsteken.

Herwig Jorissen
Voorzitter

We willen een land van autobouwers blijven

Op het moment dat wij dit edito schrijven, vertrekt een delegatie van de Vlaamse regering naar Detroit om er met de top van GM en Ford te praten over de toekomst van Opel Antwerpen, maar ook van Ford in Genk en Volvo in Gent. Met andere woorden: ze zijn daar om te  praten over de toekomst van de Vlaamse automobielindustrie.

Door de economische crisis en de dramatische situatie bij Opel Antwerpen zijn vele discussies in een stroomversnelling terechtgekomen. Zo wordt de vraag gesteld: wat moet de overheid doen? Het is niet de vraag of de overheid iets moet doen - daarover bestaat ondertussen een consensus bij alle democratische partijen - maar wel: moet of kan de overheid financieel participeren om Opel te redden?

Het voordeel van economen en professoren is dat ze zo'n vragen kunnen beantwoorden zonder verantwoordelijk te zijn voor de gevolgen. Dan is het makkelijk om te zeggen dat de één zijn dood de andere zijn brood is door de overcapaciteit in de automobiel, dat het niet erg is dat GM op de fles gaat, aangezien Ford of Volvo daardoor meer auto's zullen verkopen. Theoretisch gezien kan dat misschien wel kloppen, maar de tienduizend gezinnen die leven van hun baan bij Opel kopen er geen eten mee. Om nog maar te zwijgen van de tewerkstelling.

Ook wij zijn ervan overtuigd dat het niet de eerste taak is van de overheid om geld te pompen in noodlijdende bedrijven, maar wel om de voorwaarden te creëren waarin de industrie in het algemeen en de automobielindustrie in het bijzonder kunnen gedijen. Ze moet dat doen, omdat onze welvaart ervan afhangt. Vier op tien Vlamingen werkt rechtstreeks of onrechtstreeks dankzij de industrie. Onze sociale zekerheid wordt in grote mate gefinancierd dankzij de industrie. Voor elke job die verdwijnt in de industrie zijn er twee jobs nodig uit andere sectoren om onze sociale zekerheid te kunnen blijven financieren. Daarom moet de overheid zorg dragen voor de industrie en voor de automobiel in het bijzonder. De automobiel is immers het hart van onze industrie.  Om dat te verwezenlijken, moet er worden gewerkt op lange termijn. Samen met de diverse overheden hebben we dat in het verleden gedaan en goed gedaan.

Vandaag worden we echter geconfronteerd met een economische crisis als nooit tevoren en in Antwerpen loopt veel meer dan enkel de tewerkstelling van een vestiging en haar toeleveranciers gevaar. Wij zijn altijd een land van autobouwers geweest. We moeten duidelijk maken dat we dat land van autobouwers willen blijven. Het gaat niet alleen om Opel, het gaat om een ganse sector. Als wij, zoals de Europese vakbonden van Opel, vragen dat de overheid participeert in een Europese poot, dan vragen we niet dat ze in eender wat zouden participeren. Natuurlijk moet er eerst een realistisch businessmodel voor zo'n Europese tak worden uitgewerkt. We realiseren ons maar al te goed dat, als het geld in een bodemloze put terechtkomt, diezelfde overheid vroeg of laat toch weer aan onze deur staat om ons de rekening voor te schotelen onder het mom van nieuwe lasten of besparingen.

Daarom zijn we tevreden met de missie waarmee de Vlaamse regering naar Detroit is getrokken. Ze zetten in op een Europese strategie (de enige strategie om de wereldconcurrentie het hoofd te bieden). Ze zetten in op de wagens van de toekomst - de eco-auto. Ze nemen in dat kader hun verantwoordelijkheid als overheid. Iedereen weet dat dit niet enkel een verhaal van rozengeur en maneschijn zal zijn. Zelfs als we de Kaap kunnen halen, zullen er evenzeer moeilijke momenten volgen. Dan zullen we anderzijds wel een perspectief voor de toekomst hebben voor Opel en voor onze automobielsector.

Al onze autofabrieken behoren tot de meest competitieve ondernemingen van hun groep. Als we kijken naar onze auto-, truck- en autobusfabrieken en hun toeleveranciers, dan lijkt het meer dan dringend dat de overheid, nog meer dan voorheen, inzet op de automotive sector. We willen immers dat land van autobouwers blijven. We willen onze industrie behouden. Het lijkt alsof de Vlaamse regering dat alvast heeft begrepen.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Wensen voor 2009: een waakzaamheidcomité voor onze industrie

Op de valreep kregen we dan toch nog een nieuwe regering. Hopelijk zult U het verschil merken. Want terwijl dit land in één van de ergste financiële en economische crisissen verkeerde (en nog steeds) modderden de meerderheidspartijen verder aan en hopen ze bij de bevolking vertrouwen te wekken door ons meer van hetzelfde te geven.

Natuurlijk kan geen enkele regering – ook geen Belgische of een Vlaamse –op zijn eentje deze crisis de baas. Maar de feiten zijn wat ze zijn. Vlak voor Kerstmis publiceerden we een lange lijst van meer dan 100 metaalbedrijven waar in de maanden december en januari economische werkloosheid heerst. Het nieuwe jaar is begonnen. VDAB Limburg maakt zich op om de ruim 900 tijdelijke Ford-arbeiders, die eind vorig jaar te horen kregen dat hun contract omwille van economische redenen niet verlengd werd, te begeleiden. Bij Trebos-Duferco in Tildonk heeft men al aangekondigd dat de productie in de eerste drie maanden van 2009 met 50 tot 75% teruggeschroefd zal wordt en dat de arbeiders twee tot drie weken per maand op de dop zullen moeten staan. Hetzelfde voor onze automobielbedrijven. Bij Ford Genk en Audi Vorst wordt er één dag per week economisch werkloosheid ingevoerd, bij Opel Antwerpen twee dagen. In Genk is de maatregel voor onbepaalde tijd van kracht.  Een half jaar geleden rolden er nog 1.346 auto's per dag van de band, nu is nog 800 auto's per dag: een daling van meer dan 40 procent. Bij Audi zal men maandelijks bekijken hoeveel dagen economische werkloosheid nodig zijn. Opel Antwerpen werkt alvast de komende twee weken slechts zes dagen.

In november 2008 bleek uit de RVA cijfers (de laatst beschikbare) dat er explosie was inzake tijdelijke werkloosheid . In Vlaanderen piekte men boven de 115.000 (in december 2007 waren het een 75.000-tal). De zware december / januari maanden moeten dan nog komen. Het waren trouwens de maatregelen inzake tijdelijke werkloosheid  in het voorstel van bemiddelaar Tollet (optrekken begrensd loon en percentage) die er voor een belangrijk deel voor gezorgd hebben dat de arbeiders in de metaal, maar ongetwijfeld ook in andere sectoren, dit voorstel hebben goedgekeurd. We kunnen alleen maar vaststellen dat deze maatregelen door het geklungel van de meerderheid nog altijd op uitvoering wachten. Sp.a heeft vanuit de oppositie onmiddellijk aangeboden om het IPA te helpen uitvoeren.  De regering denkt de kluis alleen te kunnen klaren. De vraag is alleen wanneer? Vele van onze arbeiders zijn al weken tijdelijk werkloos, met alle koopkrachtverlies dat dit met zich meebrengt.

Maar deze crisis beperkt zich niet tot de tijdelijke contracten of een toename van de tijdelijke werkloosheid. Tot in oktober was er in Vlaanderen nog sprake van dalende werkloosheidscijfers, maar nu heeft de crisis ook de Vlaamse arbeidsmarkt bereikt. Het aantal werklozen gaat in ijltempo omhoog. Het aantal Vlaamse werkzoekenden steeg in vergelijking met december 2007de afgelopen maand met 3,9 procent. De VDAB telt nu 178.037 niet-werkende werkzoekenden (werklozen met een uitkering en schoolverlaters zonder baan), waarmee de werkloosheidsgraad in december 2008 aftikte op 6,22 procent. Bij de mannen zijn er in één jaar tijd 9,7 procent meer werklozen bijgekomen. Onder druk van de economische crisis zetten bedrijven ook duidelijk een rem op de aanwervingen. Jonge schoolverlaters komen daardoor minder aan de bak en het aantal jongeren in wachttijd klom met liefst 7,8 procent. De werkloosheid bij de jongeren steeg met 11 procent. Een economische crisis laat zich altijd eerst voelen bij de kortdurige werklozen. Ook nu stijgt die het sterkst, met 11,4 procent.

Er zijn die zeggen dat er geen reden is tot paniek. 180.000 werklozen in Vlaanderen is nog altijd het derde beste resultaat van de afgelopen vijftien jaar. Inderdaad moet er geen paniek zijn. Maar dan vooral omdat paniek een slechte leermeester is. Voor het eerst steeg de werkloosheid ook in alle Vlaamse provincies. Maar er zijn verschillen, verschillen die alles te maken met de structuur van de werkgelegenheid in die regio's. Het zijn de streken met een hoge industriële tewerkstelling die het zwaarst getroffen worden. In Turnhout en Kortrijk stijgt de werkloosheid met respectievelijk 6,1 en 6,0 procent.  In Vilvoorde met vooral een dienstensector houdt beter stand ( de werkloosheid stijgt er met “slechts” 0,4 procent). De crisis die we vandaag kennen is misschien begonnen bij de banken, maar is in Vlaanderen een crisis van de industrie.

Tussen Kerst en Nieuwjaar stond er aan de poorten van Bekaert Aalter een waakzaamheidscomité om te beletten dat de directie machines zou overbrengen naar Slovakije. Wat er vandaag nodig is, is een waakzaamheidcomité voor de industrie en dit ter  bescherming van onze industrie en onze arbeiders. Want de industriële activiteiten zijn (rechtstreeks en onrechtstreeks) goed voor 40% van de welvaart van Vlaanderen. Als de industriële motor hapert, stokt de welvaart.

We hopen dat ieder dit zich voldoende realiseert. Wij in ieder geval wel. Het is aan ons om er mede voor te zorgen dat de industrie de nodige zuurstof krijgt en ondersteuning (bv. op het gebied van onderzoek en ontwikkeling). Dat de nodige gelden worden vrijgemaakt (en niet alleen voor de banken). Dat de werknemers in de industrie niet in de kou gezet worden (en de beloftes bv. inzake tijdelijke werkloosheid ook uitgevoerd worden). Dat er een einde komt aan het misbruik van tijdelijke arbeidskrachten (die in tijden van crisis als eerste met het vuil op straat gezet worden). Dat er een einde komt aan de discriminatie tussen het arbeiders- en bediendestatuut. Dit is onze wens voor het nieuwe jaar. En daarenboven een gezond en strijdbaar 2009.

Herwig Jorissen                              Meryame Kitir
Voorzitter ABVV-Metaal                   ABVV-Metaal Ford lid OR - CPBW 
                                                       Kamerlid Sp.a

Een solidariteitsmars voor de industrie

Zaterdag stapten meer dan 2000 werknemers door de straten van Hemiksem. De vakbonden organiseerden deze solidariteitsmars om aan de Bekaert-directie duidelijk te maken dat de arbeiders en bedienden van Hemiksem waakzaam zijn en blijven.

Vlak voor de zomer in 2008 kondigde Bekaert aan dat de site in Lanklaar zou worden gesloten en dat de activiteiten in Waregem zouden worden verdeeld over de andere vestigingen. De sluiting was noodzakelijk, volgens de directie, om zowel de toekomst van Bekaert in België, als de staalkoordactiviteiten in België te garanderen. Na de zomer sloeg de financiële crisis toe, gevolgd door een economische crisis van een zelden geziene omvang. Plots besliste de directie om de 32 nieuwe machines die waren voorzien voor Aalter niet te installeren en over te brengen naar Slowakije. Aangehaalde reden was opnieuw de vrijwaring van de toekomst van Bekaert in België. In de vorige editie van De Werker hebben we verteld hoe de arbeiders van Aalter tussen Kerstmis en Nieuwjaar de wacht hielden voor de poorten om te beletten dat de machines naar waar dan ook zouden worden overgebracht. Intussen is er een akkoord bereikt tussen de vakbonden en de directie. De machines blijven in Aalter en verder zijn de  nodige garanties voor de toekomst van de vestiging gegeven. Na de perikelen in Lanklaar en Aalter moest de koudste douche echter nog komen. De inkt van het sociaal akkoord bij Lanklaar was nog niet droog en de sluiting van de site in Hemiksem werd aangekondigd. Ondertussen zijn ook de onderhandelingen in Hemiksem van wal gegaan. De opzet van de solidariteitsmars bestond erin de werknemers te versterken met het oog op een goed sociaal plan.

Met de aanwezige delegaties van zovele getroffen bedrijven in het Antwerpse, maar ook daarbuiten groeide de solidariteitsmars uit tot een mars voor de industrie. We maken vandaag een ongeziene economische crisis mee, een crisis die startte bij de banken. Zodra de crisis de reële economie aantastte, werd de crisis echter eerst en vooral een crisis van de industrie. Van de textielsector, via de chemiebedrijven, tot bij ons in de metaalnijverheid: in de industrie vielen en vallen de zwaarste klappen. Eerst werden de tijdelijke werkkrachten bedankt. Daarna volgde de massale tijdelijke werkloosheid met weinig zicht op beterschap in 2009: Ford, Audi, Eos Coach, Trebos Duferco, Van Hool, DAF, ... . Elke dag kondigt wel een bedrijf aan dat het overgaat tot economische werkloosheid of dat het de reeds ingevoerde economische werkloosheid verlengt. Waar we het meest voor vreesden, wordt ook steeds meer werkelijkheid.

Vanaf nu worden we geconfronteerd met herstructureringen. Sinds 1 januari:

  • Etap Yachting legt de boeken neer en 50 werknemers verliezen job
  • Atlas Copco ontslaat 150 werknemers
  • Melexis schrapt tiental jobs
  • Bij Picanol verdwijnen 115 banen
  • Een derde van de banen (371) weg bij Sabena Technics
  • Continental Mechelen ontslaat 50 arbeiders
  • Alumet Motormet zet 58 werknemers op straat
  • 180 jobs worden geschrapt bij Alro WCA Gent ....

En wat zal er gebeuren bij Philips Brugge, waar sprake was van een productiezekerheid tot maart, nu Philips wereldwijd 6000 jobs plant te schrappen? En wat zal er gebeuren in onze automobielbedrijven?

Na in de eerste ronde als eersten te hebben geïncasseerd, staan de banken opnieuw klaar om een tweede maal langs de kassa te passeren. Als ABVV-Metaal zijn we verheugd over de initiatieven van minister Frank Vandenbroucke om tijdelijk werklozen in de mogelijkheid te stellen om gratis VDAB-opleidingen te volgen. We vinden echter ook dat het hoog tijd is dat de overheden (Federaal en Vlaams) boter bij de vis voegen en ervoor zorgen dat de vier op tien Vlamingen die hun boterham verdienen dankzij de industrie dat ook morgen nog kunnen doen. Als er na de verdeling aan de banken nog geld overblijft, kunnen de diverse overheden daar misschien eens aan denken, nu het nog kan.

Herwig Jorissen
Voorzitter

(Ongewenst) Thuis met Kerstmis. Gelukkig nieuwjaar.

Op deze pagina van de Werker vinden jullie een lijst van bedrijven die tijdens de lange eindejaarsperiode van december en januari tijdelijke werkloosheid hebben ingevoerd (of zullen invoeren). Het is een lange lijst die goed is voor meer dan 40.000 arbeiders en ongetwijfeld niet volledig zal zijn. Wellicht hebben we een aantal bedrijven over het hoofd gezien of vergeten (we verontschuldigen ons alvast bij de betrokken arbeiders). Bovendien zijn er vast en zeker heel wat bedrijven bijgekomen in de korte tijdspanne tussen het opmaken van de lijst en de publicatie in de Werker. Het houdt immers maar niet op.

Wie de lijst overloopt, zal al snel begrijpen dat onze industrie de komende maanden zo goed als stil zal komen te liggen. Zoals onze hoofdafgevaardigde bij ArcelorMittal Gent zei naar aanleiding van de aankondiging in zijn bedrijf:  “In de maand december is er elk jaar wel iets minder productie dan normaal, maar een bijna volledige sluiting van de fabriek, dat hebben we nog nooit meegemaakt”. Ronny Schatteman werkt al vijfendertig jaar bij ArcelorMIttal (voorheen Sidmar). Dit hebben we nog nooit meegemaakt.

ACB;  ACE, Acoustic Extrusion; Aertssen Kranen; Aleris, Aliplast; Alliance Dhooge; Alliance International; Alro Dilson Alural; Amis = On; ArcelorMittal Gent; ArcelorMittal(ALZ);  Atlas Copco Airpower; Baltimore, Bekaert Zwevegem;  Bekaert Hemiksem; Bekaert engineering; Bekaert Lanklaar; Benteler; Betafence;  Bosal; Brose; Cable Print;  Campine; Caterpillar Distribution; C-Mac; Clametal ; Cogebi; Coil; Comet; Connectronics (Ieper en Poperinge);  Con-Pac;  Continental; Coor Service Management; Culobel; Daf; Dana; Decosteel; Delta Light; De Meyer;  Disteel; DME; Donne Logistics Packing; Duferco Trebos; Duracell Bateries; Dymo; Esselte; Etabim; ESP,  Etna = Aquasecurity; Euromold;Exel OYJ; Faurecia, Femont; FLS; FMC; Ford Genk; Galloo; Galva Gent, GE Power, Giesen; General Motors; Gilbos; Gondella; Greif; Havells-Sylvania; Het Zuiden; Holvrieka; Honda ; Hormann; ICO (ACPC), Inergy; Inofer ;Int.VAN; Isocab, Isringhausen, Janssens, Jonckheere subcontracting; Johnson Controls; Joris Ide; Kranen Michielssens;  Lamifil; Lapauw; Mariasteen;  Maxibel; MC Syncro; Mercedes, Metafox; Minit; Multiboard; Multiser Flanders; Ned Coat; Noble; N.Scheldewerg; Nyrstar; Pack to Pack  ; Parts en components;  Pedeo, Pedeo TECHN; Pentair;  Philips Brugge; Philips; Picanol; Plastal; PMC;  Press & Plat; PSS; Pullmaflex; Robberechts; Robert Bosch; ROB Montagebedrijf;  Rogers; Rubbens, Samsonite; Sapa; Sadef; SAS Gent; Sedac; Shetron-Sobemi; Sigmetal; SKT; Somati ; Soval; Stas;  Stewal; Stokota; Structuplas; TBP; Team industries;  Teamtec; Tenneco Desteldonk Tenneco Sint Truiden; TI Group;  Tower; Turbo's Hoet Parts; TYCO; Umicore;  Vandewiele;  VCST; VDL ; Veer; Villeroy en Boch; Volvo Cars, Volvo Parts, Volvo Trucks; Vyncolit; Waak; Welders; WEMA,  Westlandia; Willems

Achter deze lange lijst van bedrijven schuilen de handen en gezichten van de arbeiders en arbeidsters die het slachtoffer zijn van deze wild om zich heen slaande economische crisis. Zij zullen de komende dagen, weken en maanden geconfronteerd worden met een zeer reële loonsinlevering. Wie tijdelijk werkloos wordt, krijgt 60 of 65% van een geplafonneerd loon van 1900 euro. Via de Fondsen van Bestaanszekerheid krijgt een arbeider in onze sectoren een bijkomende compensatie van 5,5 tot 9,5 euro per dag. Het gemiddeld loon van een arbeider bedraagt op dit moment ongeveer 2200 euro. Dat betekent dat hij al vlug zo'n twee keer inlevert: eenmaal op het geplafonneerd loon en eenmaal op het uitbetaalde percentage.

Gelukkig zijn we erin geslaagd in een aantal van onze sterkere bedrijven om voor de arbeiders een nog gunstiger regime te bedingen. Dat was heel recentelijk het geval bij Nyrstar. Daar gaat alles dicht tot de helft van volgend jaar en werd over een looncompensatie bij de werkloosheidsvergoeding onderhandeld: tot de 36ste dag werkloosheid in dagdienst een extra uitkering van vijftien euro per dag, in ploegendienst twintig euro per dag en vanaf de 37ste dag werkloosheid stijgt de extra werkloosheidsuitkering naar 17 euro en 34 euro. Zo zien we hetzelfde bij General Motors in Antwerpen waar is overeengekomen om de loonsverhoging van 1% op 1 januari niet door te voeren, maar in een fonds voor economische werkloosheidsdagen te steken. Daardoor moet het mogelijk worden om het financiële leed te verzachten dat wordt veroorzaakt door de vele dagen van economische werkloosheid.

Toch betekent tijdelijke werkloosheid voor de overgrote meerderheid een zeer grote hap in het gezinsbudget, temeer daar we vandaag spreken over arbeiders die gedurende weken om economische redenen op de dop staan en gedurende weken een deel van hun netto-inkomen derven (het verlies voor arbeiders die werken in ploegendienst of in de nachtdienst is vanzelfsprekend nog groter). Vandaar eiste ABVV-Metaal in haar noodplan voor de industrie dringend de nodige maatregelen om dit koopkrachtverlies tegen te gaan. Voor ons waren verschillende richtingen mogelijk, waaronder de verhoging van het begrensd loon of van het uitbetaalde percentage. Zonder ons uit te spreken over een algehele appreciatie van het interprofessioneel akkoord, stellen we vast dat we belangrijke zaken verwezenlijken in de voorstellen die nu op tafel liggen. De verhoging van het loonplafond naar 2200 euro en van het percentage met eventueel 10% kan zorgen voor een extra inkomen van 400 euro per maand. Rekening houdend met het bijzonder fiscale regime spreken we niet meer van een koopkrachtverlies, maar behoudt men grotendeels zijn koopkracht. Laat ons hopen dat de regering deze maatregelen nu ook wil uitvoeren.

Het is een lange lijst, maar gelukkig (nog) geen lijst van bedrijven met sluitingen en afdankingen (al wordt ook die lijst langer en langer). Toch weten we dat de hardste klappen waarschijnlijk nog zullen volgen. De OESO voorspelt voor volgend jaar een mingroei van 0,1 procent, de Nationale Bank houdt het (voorlopig) op 0,2 procent en de KBC-studiedienst spreekt zelfs van 0,5 procent. Volgens diezelfde studiedienst zou de werkloosheid stijgen tot 555.000 en zal de werkgelegenheid zakken met 20.000 jobs. De Nationale Bank is iets optimistischer en verwacht een daling van 8000 jobs. Hoe dan ook zullen jobs verloren gaan. Zoveel is zeker. Ondertussen durft niemand te voorspellen hoelang deze recessie zal aanhouden. Stilletjes hoopt men dat, net zoals in de jaren 80 en 90, de malaise beperkt blijft tot een jaar en dat de economie toch weer een beetje zal aantrekken in de tweede helft van 2009. Een aantal van onze industriële sectoren zal zeker in de klappen delen. Daarom vroegen we maanden geleden al een noodplan voor de industrie. Laat ons hopen dat elkeen (regering, sociale partners, werkgevers) zijn koelbloedigheid bewaart en zijn verantwoordelijkheid zal dragen.

Wat voor velen misschien een wensdroom is, dreigt nu voor een groot deel van onze arbeiders een nachtmerrie te worden: (ongewenst) thuis met Kerstmis. Laat ons daarom elkaar, zonder cynisme, een gelukkig nieuwjaar wensen. Meer dan ooit zal het nodig zijn.

Herwig Jorissen
Voorzitter