de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

Stem Socialist - De fabriek in de politiek

Op 7 juni stemmen we voor het Vlaams en Europees Parlement. In een democratie zijn alle verkiezingen – van hoog tot laag – belangrijk. En toch zijn we geneigd om deze verkiezingen nog net iets belangrijker te vinden. Ook al zullen de mensen zich bij het afwegen van hun stem allicht niet laten leiden door het Vlaams dan wel Europees beleid.

Deze verkiezingen vallen midden een van de ergste economische crisissen ooit. Het is een crisis waarvoor we nu al elke dag de prijs betalen onder de vorm van tijdelijke werkloosheid, herstructureringen, ontslagen, inleveringen, ... En met het oplopende begrotingstekort lopen we het risico om in de nabije toekomst de rekening nog een tweede keer te zullen moeten betalen onder de vorm van rigoureuze besparingen, ... Natuurlijk zijn de marges voor een Vlaamse regering, of een  Belgische, in een wereldwijde crisis klein, maar net daarom is het belangrijk dat het beleid wordt bepaald door partijen die een sociale politiek voorstaan, die een beleid willen voeren voor een rechtvaardige politiek, een politiek die de financiële sector wil reguleren, die vecht voor het statuut van de arbeiders, voor de pensioenen en de sociale zekerheid, voor een kwaliteitsvol, democratisch en zo goedkoop mogelijk onderwijs en die vooral vecht voor elke job. Want werk is vandaag het belangrijkste, het tweede belangrijkste en het derde belangrijkste.

Deze verkiezingen vinden twee jaar na de federale verkiezingen plaats. Twee jaar met een, twee, drie, vier federale regeringen die vooral niets of te weinig of te laat hebben gedaan, die op geen enkel terrein – niet het communautaire, niet het economische, niet het sociale -  één minuut politieke moed getoond hebben. Of het moet geweest zijn in het voordeel van de banken. De partijen op federaal vlak hebben dan ook een verpletterende verantwoordelijkheid voor de opkomst van het rechts populisme à la LDD. Op 7 juni zal het – erg genoeg misschien – niet gaan over het goede werk van Kathleen Vanbrempt inzake mobiliteit of van Frank Vandenbroucke inzake onderwijs, maar wel over welk Vlaanderen we morgen zullen wonen: rechts of links, conservatief of progressief. Het zal erom gaan of 7 juni een  variant wordt van de Zwarte Zondag, dan wel of we op 8 juni een Rode Maandag zullen zien.

Bij de federale verkiezingen stonden er in elke provincie kandidaten van ABVV-Metaal op de Sp.a-lijsten. Dat is nu niet het geval. In elke provincie staan er echter syndicalisten en/of kandidaten op de lijsten die ons na aan het hart liggen. In Limburg staat onze volksvertegenwoordiger en militant ABVV-Metaal in Ford, Meryame Kitir, wel op de lijst. Haar slogan is: De fabriek in de politiek. En dat vat samen waar het om gaat. We hebben vertegenwoordigers nodig, we hebben een partij nodig die de stem van de fabrieken, de industrie, de arbeiders, de werknemers laat horen in het parlement en in de regering. Voor ons is die stem de Sp.a. Dat is nog maar eens gebleken in het dossier van Opel. Natuurlijk hebben we de steun gehad – en hopelijk blijft dat ook zo na de verkiezingen – van alle democratische partijen in de Vlaamse regering. Het zijn evenwel onze Sp.a-ministers die opstaan en gaan slapen met het dossier-Opel.  Dankzij de Sp.a hebben we deuren kunnen forceren in Brussel en bij de regeringen. Op zo'n moment is het zeer duidelijk wat het betekent om al dan niet een politiek relais te hebben. Ook dat is een keuze die wordt gemaakt op 7 juni. Want voor een progressief en sociaal Vlaanderen in Europa is Sp.a nodig. Nu zeker.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Opel open, Opel dicht, Opel open, Opel dicht, Opel open, Opel dicht, Opel, ...

Het positieve nieuws bij GM / Opel is dat er verschillende kandidaat-overnemers dan wel investeerders zijn: sommigen al wat ernstiger dan anderen. Ook positief is dat de optie die enkele maanden geleden naar voren werd geschoven door de Europese vakbonden - een zelfstandig GM Europa met behoud van de productie in alle vestigingen -  nog steeds een zeer reële kans op succes heeft. We zijn al zover dat we het normaal vinden dat de Vlaamse regering via allerlei formules – onder andere een buy-and-lease-back van de Opel-gronden – een half miljard euro op tafel legt om de vestiging in Antwerpen te behouden. ‘Als Opel steun krijgt van een goede investeerder, van de nationale overheden in Europa én van de vakbonden, die 1,2 miljard euro willen helpen besparen, dan kunnen alle Europese fabrieken overleven en blijft het aantal ontslagen zeer beperkt. En dat is geen dagdromerij', zo zei onze hoofdafgevaardigde Rudi Kennes onlangs in de media.

De keerzijde is dat, samen met de investeerders die zich aandienen, ook de geruchtenmolens op gang komen. De ene dag titelen de kranten in koeienletters ‘Opel dicht' en 's anderendaags moeten ze dat bericht alweer ontkennen, wat niemand belet om ook van het volgende gerucht opnieuw Belgisch wereldnieuws te maken.(*) Natuurlijk kunnen onze media er het zwijgen niet  toe doen, maar het gemak waarmee zogezegde confidentiële nota's of uitspraken van deze of gene ongecontroleerd en sensationeel worden opgeblazen, is op zijn zachts uitgedrukt, onverantwoordelijk. Geen seconde staat men erbij stil wat zo'n berichtgeving betekent voor de bijna tienduizend gezinnen die rechtstreeks of onrechtstreeks leven van de fabriek in Antwerpen.

Natuurlijk zijn onze arbeiders al het een en ander gewoon. Sinds 2001 wordt Opel Antwerpen om de haverklap doodverklaard. Maar ondertussen draait de band nog steeds en werken er  nog altijd 2.380 mensen. Zo zijn ze – gelukkig - een beetje immuun geworden voor al die overlijdensberichten. Maar soms is dat ook maar schijn die bedriegt. Als onze hoofdafgevaardigde al maanden slecht slaapt, last heeft van een maagzweer en migraineaanvallen dan is dat exemplarisch voor wat die duizenden arbeiders op dit moment meemaken. Want de doodsberichten, de aanhoudende onzekerheid vreet ook aan hen. Letterlijk. Het is dan ook een situatie die niet al te lang meer mag aanslepen.

Ondertussen is de strijd voor Opel echter een symbooldossier geworden. Opel openhouden is immers een opsteker voor iedereen in Vlaanderen die in deze crisistijden vecht voor zijn job en zijn fabriek. Het dossier staat voor het geloof in de toekomst van de industrie in Vlaanderen. Het staat voor een in de praktijk gezet, toekomstgericht industriebeleid. Het staat ook voor het industriesyndicalisme van morgen: vechten voor de industrie en voor de belangen van de werknemers in die industrie. Maanden geleden hebben we gezegd dat Opel zou sluiten, behalve als we het tij volledig zouden kunnen keren. Hoe onmogelijk dat toen ook leek, we hebben wel degelijk aan bergen verzet. Het moet en zal ons lukken. Als de Sp.a er ten slotte tegenaan gaat in de resterende maand met dezelfde overtuiging en vastberadenheid waarmee ze onze strijd in Opel ondersteunt, dan moet het lukken om tegen 7 juni ook het politieke tij te keren en Vlaanderen niet over te leveren aan een rechtse coalitie. Want zonder het politieke relais van de Sp.a in de Vlaamse regering stonden we vandaag in het Opel-dossier niet waar we nu staan.

Herwig Jorissen
Voorzitter

(*) Na Fiat dreigt men hetzelfde spel nu ook nog eens over te gaan doen met Magna.

LOOP VOOROP Extra opleiding in tijden van crisis

Als we zeggen dat onze sectoren zwaar worden getroffen door de economische crisis, dan is dat bijna ‘oud' nieuws. De teller die op onze website aangeeft hoeveel ontslagen al zijn gevallen sedert september 2008 tikt alsmaar verder en staat momenteel op 8160. Dat is echter slechts één deel van het verhaal. In vele bedrijven worden onze arbeiders nog steeds geconfronteerd met periodes van tijdelijke werkloosheid. Tot aan de zomervakantie zijn er bij Volvo nog 27 werkloosheidsdagen gepland, Bekaert-Zwevegem ligt de tweede week van de paasvakantie stil, bij Sabca blijft de komende drie maanden een deel van de arbeiders telkens één week thuis, ... Hierbij halen we alleen maar drie willekeurige voorbeelden aan, want de lijst van getroffen bedrijven is langer, veel langer. Bovendien kan niemand met zekerheid vertellen wanneer de situatie echt zal omkeren.

Vlaams minister Vandenbroucke pakte uit met een impulsplan om ook in economisch moeilijke tijden opleiding en vorming te blijven voorzien voor werknemers. Hij trok daarvoor tien miljoen euro uit. De minister is ervan overtuigd dat werknemers weerbaarder kunnen worden gemaakt en bedrijven concurrerend kunnen blijven, als er wordt gewerkt aan de competentieontwikkeling van werknemers. Onze sectoren hebben onmiddellijk op dit initiatief ingespeeld. In het PC 111 (zeg maar de Agoria-sector) hebben we met INOM en onze provinciale opleidingsinstituten een ambitieus plan uitgewerkt.Zonder daarom de initiatieven in onze andere sectoren tekort te doen. Maar het PC 111 werd nu eenmaal zeer hard getroffen door de crisis en de sector kreeg dan ook een aanzienlijk deel van het budget van Vandenbroucke toegewezen.

Samen met de minister leveren we in deze crisistijden een extra inspanning rond opleiding en vorming, zonder daarom te denken dat opleiding dé oplossing voor de crisis is. ABVV-Metaal, alsook de andere sociale partners zijn altijd al overtuigd geweest van het belang en de relevantie van opleiding en vorming voor de arbeiders. Dit standpunt hebben we er altijd al op nagehouden en dat blijft nu zeker het geval. Extra opleiding en vorming versterken onze arbeiders en bijgevolg onze industrie. Daarom spannen we ons extra in voor de arbeiders die momenteel het slachtoffer zijn van de economische werkloosheid. We trachten hen ertoe aan te zetten om van de nood een deugd te maken door deze periodes van inactiviteit gebruik te maken om opleidingen te volgen. We zijn ons ervan bewust dat dat niet altijd evident is. We streven er daarom naar om deze opleidingen gratis of zo goed als gratis aan te bieden en in het PC 111 voorzien we zelfs een extra financiële stimulans voor de arbeiders.

In het PC 111 hebben we onze campagne gelanceerd onder het motto ‘Loop Voorop'. Eigenlijk is deze slogan is gericht naar de arbeiders in al onze sectoren. Onze boodschap luidt immers voor iedereen hetzelfde: zorg ervoor dat je in deze moeilijke tijden niet achtergeraakt, maar loop voorop.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Meer info vind je op de speciale website LOOP VOOROP

1 / 05 / 2009 min 8953

1 mei is de dag van de arbeid, 1 mei is een feestdag, 1 mei is daarom een dag waarop niet wordt gewerkt. Maar op 1 mei 2009 geven de woorden ‘niet moeten werken' ineens een heel wat wrangere nasmaak. Want op 1 mei 2009 zouden veel arbeiders heel wat geven om weer aan het werk te kunnen gaan. Want die duizenden arbeiders die al weken en zelfs maanden economisch werkloos zijn, weten dat elke dag, elke week, elke maand dat de economische werkloosheid aanhoudt, de kans groter wordt dat ook bij hen op een dag de bittere aankondiging zal volgen.

Op amper twee weken tijd kregen we drie zware mokerslagen te verwerken: Aleris in Duffel, Philips in Turnhout en Bosch bij Tienen: een non-ferrobedrijf, een elektronicabedrijf en een toeleverancier voor de automobiel. Op amper twee weken tijd zijn 1500 arbeidsplaatsen op de tocht komen te staan. Ik wou dat ik kon schrijven dat we het ergste nu wel hebben gehad. Alleen zou ik dan de waarheid niet vertellen. Er is immers niemand die weet of we de bodem van deze crisis al hebben gezien. Zelfs al zou dat echter zo zijn, dan zouden we evenzeer met zware herstructureringen te kampen krijgen in de komende weken. Zelfs dan zal de werkloosheid verder blijven stijgen, zeker nog tot eind 2009. Zelfs dan zal het nog een hele tijd duren eer de tewerkstelling zich herstelt (bij vorige crisissen duurde dat gemiddeld drie jaar).

De teller op onze website loopt verder en staat momenteel op 8935.

Er werd vorig jaar meewarig gereageerd, toen we de vrees uitten dat onze industrie dreigde stil te vallen. Ondertussen is een groot deel van onze industrie letterlijk stilgevallen. Nu moeten we hopen dat onze industrie standhoudt en op de een of andere manier deze crisis overleeft. Als de arbeiders na een zoveelste zware klap niet in actie schieten, dan hebben de media het al vlug over ‘gelatenheid'. Realiteitszin is echter niet te verwarren met gelatenheid. Onze metallo's zijn niet gelaten, maar als de helft van een fabriek maandenlang op tijdelijke werkloosheid staat, als de omzet daalt met meer dan één derde, dan hoef je geen economie gestudeerd te hebben om te weten dat het moeilijk zal worden. Onze arbeiders weten dat, omdat ze het elke dag zelf ervaren. Ze weten dat vandaag werk koopkracht is. Dus wordt er gevochten voor elke job, voor elk naakt ontslag dat kan worden vermeden, voor alles wat er kan voor zorgen dat een bedrijf ‘enkel' herstructureert en niet sluit en voorgoed verdwijnt.

De teller op onze website loopt verder en staat momenteel op 8935.

De contracten van onze arbeiders zijn in gevaar. Elke dag een beetje meer. In de industrie luidt de boodschap momenteel: alle hens aan dek. Dus moeten NU alle maatregelen worden getroffen die ervoor kunnen zorgen dat onze bedrijven wat ademruimte overhouden. De zuurstof aanleveren, wanneer de patiënt al is gestikt, dat heeft geen nut. Het is 1 mei, de dag van de arbeid, de dag van de solidariteit van alle werknemers. Zolang niet alle werknemers éénzelfde statuut hebben, dreigen evenwel vooral de arbeiders de prijs te betalen voor de crisis. En niet op krediet, maar cash.

Nu zeker moet 1 mei de dag van de arbeid zijn, de dag van het behoud van onze arbeid in onze industrie. Want werk is koopkracht en rood is troef.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Een sectorfoto van de metaal

Onlangs publiceerde het Departement voor Werk en Sociale Economie de sectorfoto van de metaalarbeiders voor 2008.  Je vindt er interessant materiaal over onze sector in terug, maar je krijgt natuurlijk een eenzijdig beeld. De sectorfoto maakt, zoals de titel zegt, enkel een analyse van het paritair comité 111, het PC van de arbeiders. De metaalindustrie bestaat echter niet alleen uit arbeiders. Naast de 108.580 arbeiders werken er in de bedrijven van de metaal ook nog eens 66.693 bedienden.

Wat geldt voor het 111, geldt eigenlijk voor alle sectoren waarvoor ABVV-Metaal bevoegd is. Onze sectoren zijn goed voor een tewerkstelling van iets meer dan 400.000: 240.000 arbeiders, maar ook zo'n 165.000 bedienden.

Ondertussen leven we in een land, een van de zeldzame landen, waar er nog steeds een onderscheid bestaat tussen het arbeiders- en bediendestatuut. Ondanks alle beloftes en ondanks ettelijke Interprofessionele Akkoorden, waarin dure eden werden gezworen, bleef en blijft dat onderscheid bestaan. Naar aanleiding van de economische crisis is met name het dossier van de tijdelijke werkloosheid voor bedienden in een stroomversnelling terechtgekomen. De federale regering  en in het bijzonder minister Milquet proberen op een zo kort mogelijke termijn een (tijdelijke) oplossing te forceren. De Groep van Tien heeft zichzelf ondertussen de tijd gegeven tot Pasen om zelf met een oplossing op de proppen te komen voor de problematiek van de tijdelijke werkloosheid voor bedienden. Die oplossing moet dan wel kaderen binnen de discussie over de harmonisering  van beide statuten.

We hopen dat de Groep van Tien ditmaal wel kan waarmaken wat reeds decennialang wordt beloofd in de IPA's. De tijdelijke werkloosheid is echter maar één enkel heikel dossier. Een ander belangrijk en omstreden onderscheid wordt gemaakt op vlak van de opzegtermijnen. Door het grote verschil tussen het arbeiders- en bediendestatuut zijn de arbeiders het vaakst de eerste slachtoffers bij herstructureringen. Wat dat concreet met zich meebrengt, kan men dagelijks volgen op deze website.

De teller op onze website, die de ontslagen in de metaalsector bijhoudt sedert september 2008, staat momenteel op 7023. We hebben dan ook voldoende redenen om te hopen dat de huidige situatie snel omslaat, want de arbeiders betalen elke dag de prijs voor het bestaan van het dubbele statuut. In cash. Vandaar dat ons eerste Statutair Congres als ABVV-Metaal, dat plaatsvindt op 11 en 12 juni in Gent, het motto draagt ‘Voor een industriesyndicalisme van de 21ste eeuw binnen het ABVV'. De industrie zorgt voor de welvaart van Vlaanderen en in die industrie werken zowel arbeiders, als bedienden. Het kan niet dat een discriminatie die dateert van de 19de eeuw het lot kan bepalen van werknemers in de 21ste eeuw.

Herwig Jorissen
Voorzitter