de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

Een (Duits) akkoord in de metaal dat ook bij ons zal nazinderen

Vorige week raakten IG-Metall en de  Duitse metaalwerkgevers het eens over een loonakkoord voor de komende twee jaar (van 1 mei 2010 tot 31 maart 2012). Dat nieuws heeft niet veel kranten bereikt en is in de media ook niet echt aan bod gekomen. Misschien omdat het allemaal niet spectaculair oogde?Al bij al werd immers vrij vlug een overeenkomst bereikt. Zonder veel geroep, zonder grote eisencahiers, zonder stakingsaanzegging, stakingsdreiging, stakingen... Het is een akkoord dat geldt voor de 700.000 metaalarbeiders van Noord-Rijnland-Westfalen, maar er is een aanbeveling om het uit te breiden naar alle 3,4 miljoen werknemers van de Duitse metaalsector.

De CAO bestaat uit twee elementen: een bescheiden loonsverhoging en de voortzetting van de systemen van tijdelijke werkloosheid en arbeidsduurvermindering. De werknemers in de metaal in Duitsland krijgen dit jaar in twee keer een brutopremie van 320 euro. In april 2011 komt daar 2,7 procent loonsverhoging bij (in functie van de economische toestand kan deze verhoging twee maanden vervroegd of uitgesteld worden). Rekening houdend met de inflatie stijgt de koopkracht van de metallo's voor de hele CAO-periode met 0,6 procent.

Werktijdverkorting is het tweede onderdeel van het akkoord. Bedrijven die al twaalf maanden het systeem van tijdelijke werkloosheid (Kurz- arbeit) toepassen, kunnen dat met nog eens minstens zes maanden verlengen. Na minstens 18 maanden tijdelijke werkloosheid kan worden overgeschakeld op een systeem van arbeidsduurverkorting, waarbij de arbeidstijd van 35 tot 28 en soms zelfs tot 26 uur per week kan dalen. Bij  een arbeidstijd van 28 uur dient de werkgever 29,5 uur loon te betalen. Er is daarenboven een nieuwe berekeningsmethode van het vakantiegeld en de eindejaarspremie Die zullen worden uitbetaald in twaalfden om het loonverlies in periodes van tijdelijke werkloosheid te beperken voor de arbeiders. Ondernemingen die een beroep doen op deze systemen, moeten  beloven gedurende twaalf maanden niemand te ontslaan.

De Voorzitter van IG-Metaal Berthold Huber zei nadat het akkoord was bereikt: ‘Wat is innovatiever dan om midden in de grootste economische crisis sinds 80 jaar, de tewerkstelling veilig te stellen en tegelijk toch de reële lonen op peil te houden?' Oliver Burkhard,de IG-Metall-vakbondsman die verantwoordelijk is voor de regio van Noord-Rijnland-Westfalen verklaarde: 'We wilden een banenpakket en we hebben het gekregen. We wilden meer geld en we hebben het gekregen. We wilden werkzekerheid en we hebben het gekregen. Ons nieuw model is duidelijk: in deze crisis moet niemand ontslagenn worden.'

Ook bij ons beginnen in het najaar de interprofessionele en daarna de sectorale onderhandelingen. We moeten ons weinig illusies maken. Dit is een akkoord dat zal nazinderen tot ver in onze eigen onderhandelingen. Want als de machtigste industrievakbond in de grootste industriële sector in Europa (de Duitse metaal staat voor 3,4 miljoen werknemers) van werkgelegenheid de eerste prioriteit maakt, dan wil dat iets zeggen.  Ook wij zullen in onze akkoorden moeten zorgen voor het behoud van de koopkracht, voor het behoud van de tewerkstelling en voor de industriële ontwikkeling in ons land. Dit zal creativiteit en realisme vergen van patroons én vakbonden. Maar er is geen andere weg. Want de vraag van de voorzitter van IG-Metall stellen – ‘wat is er eigenlijk innovatiever dan om midden in de grootste economische crisis de tewerkstelling veilig te stellen en de reële lonen op peil te houden?' – is ze beantwoorden.

Herwig Jorissen
Voorzitter

We willen een pact voor de industrie en voor de werknemers in de industrie

De Vlaamse regering heeft een Staten-Generaal voor de Industrie georganiseerd. Daarvan is de conclusie dat er tegen juli 2010 concrete projecten op tafel moeten liggen om de industrie in Vlaanderen te transformeren. We hebben, met andere woorden, amper vier maanden om onze industrie te hervormen.

De problemen zijn gekend en niet nieuw. Minder dan één op zeven Belgen werkt vandaag rechtstreeks in de industrie tegenover één op vier in 1981. Anderzijds is de industriële werkgelegenheid sedert 1999 (slechts?) gedaald van 16,3% naar 13,3% (van één op zes naar één op zeven). Op Belgisch niveau is het aandeel van de industrie in de totale productie (- 0,9%) bovendien nagenoeg constant gebleven. In 2008 bedroeg het aandeel van de industrie in de Belgische productie 30,2%. Daarenboven zorgt de industrie nog altijd voor 75 procent van de Belgische uitvoer. Dat percentage is de jongste jaren slechts zeer licht gedaald. Wat de werkgelegenheid betreft, moeten we wel een kanttekening maken. De industrie zorgt immers niet alleen voor rechtstreekse, maar ook voor veel indirecte jobs in andere sectoren. De Nationale Bank berekende dat ruim 250.000 banen in de dienstensector afhankelijk zijn van industriële ondernemingen.

Daarenboven speelt de industrie een cruciale rol in onderzoek en ontwikkeling. De industrie spendeert miljarden aan de ontwikkeling van nieuwe producten. Zonder de inspanningen van de industrie is het onmogelijk om de economie in België / Vlaanderen om te vormen tot een kenniseconomie.

Dit alles heeft er allicht voor gezorgd dat er tegenwoordig overal in Vlaanderen, maar eigenlijk in gans Europa, op een andere manier wordt gediscussieerd over het te voeren industriebeleid.

Pleiten voor een nieuw industrieel beleid is ineens niet meer zo'n vies woord. Het grote toverwoord lijkt technologische innovatie te zijn geworden (niet alleen bij ons trouwens). Bedrijven moeten niches kiezen waarin ze hun specifieke toegevoegde waarde kunnen creëren, producten ‘die niet zomaar in China of India kunnen worden gemaakt'. Dat moet allemaal leiden tot een unieke positie in Europa en de wereld.

In oktober 2008 vroeg ABVV-Metaal naar een noodplan voor de industrie en voor de werknemers in de industrie. Het is goed dat de Vlaamse regering samen met de sociale partners eindelijk werk maakt van zo'n toekomstgericht industriepact. We willen echter dat er ook – nu meer dan ooit – werk wordt gemaakt van en voor de werknemers in de industrie. Anders gezegd: ja, er moet geïnvesteerd en geïnnoveerd worden en ja, er moeten projecten komen die ons industrieel weefsel kunnen transformeren. Maar er moet ook worden gezorgd voor werkbaar werk voor de werknemers in de industrie. Want ook al werd in het derde kwartaal in 2009 in België opnieuw een (lichte) economische groei gerealiseerd, de meerderheid van de bedrijven blijft toch even pessimistisch wat de tewerkstelling betreft. Volgens de Nationale Bank van België zou de werkgelegenheid in 2010 nog sterker kunnen dalen dan in 2009. De verwachting is dan ook dat we – net als in de vorige economische crises – minstens twee jaar lang het hoofd zullen moeten bieden aan een toenemende werkloosheidsgraad. De economische crisis loopt misschien op haar laatste benen, maar de arbeidsmarktcrisis woedt nog in alle hevigheid.

De werknemers in de industrie hebben niet alleen recht op een duurzame toekomst, maar ook op respectvolle jobs. Nu.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Goede voornemens

Het ergste is achter de rug volgens de Nationale Bank van België. Na het rampjaar 2009 verwacht de NBB dat de investeringen met dertien procent zullen toenemen in de verwerkende nijverheid en met name in de ijzer- en staalnijverheid en de automobielsector. Ook KBC heeft al laten horen dat de grootste doemscenario's achter ons liggen.

De toekomst lacht ons dus toe, of toch niet?

Andere gerenommeerde economen verkondigen immers een heel ander verhaal. Zij waarschuwen ons zelfs voor ‘positief economisch nieuws'. ‘Het is de bubbel van 2010', roepen ze. Want die economische opflakkeringen die we nu meemaken, betekenen niets. Als de economie stilvalt, zoals ze het afgelopen jaar is stilgevallen, dan blijven de bedrijven zitten met een grote voorraad onverkochte goederen. En dus verminderen ze hun productie. Maar zodra het teveel is weggewerkt, verhogen ze hun productie weer. In het Bruto Binnenlands Product komt dat over als een groeitoename. Doorgaans is zo'n groei echter slechts een eenmalig gebeuren.

Gevaarlijk is dat er nu zal worden verkondigd dat de economie opnieuw aantrekt en dat de overheidsmaatregelen om de economie te stimuleren kunnen worden stopgezet. Voor regeringen met begrotingstekorten allicht een verleidelijke boodschap. Maar het risico is dan groot dat, net als tijdens de crisis in de jaren dertig, de economie weer zeer snel de dieperik zal intuimelen.  Bovendien, zelfs al zou de groei van duurzame aard zijn, dan nog leert de ervaring dat het minstens twee jaar duurt vooraleer de tewerkstelling zich herstelt. Dat was de onaangename boodschap die we ook al meegaven in ons 1 mei-edito van vorig jaar. Met deze harde cijfers confronteerde Fons Leroy, gedelegeerd bestuurder van de VDAB, ons de afgelopen week. Prognoses wijzen uit dat er nog eens 60.000 werklozen zijn bijgekomen bovenop de 220.375 werklozen in Vlaanderen. ‘2010', zeg Fons Leroy, ‘wordt op de Vlaamse arbeidsmarkt het zwaarste jaar ooit.' Voor gans België voorspelt men maar liefst 750.000 werklozen tegen eind 2010, waarmee de Belgische werkloosheid terug op het recordpeil zou belanden van 1970.

Laat ons dus een aantal goede voornemens maken:

  • Er zijn niet minder, maar meer stimuli nodig en eigenlijk had dat al moeten gebeuren. In die zin was het maatregelenpakket dat de federale regering eind 2009 aankondigde een maat voor niets
  • Er zijn investeringen nodig die zijn gericht op een duurzame ontwikkeling van onze industrie, want de industrie zorgt voor tewerkstelling en welvaart
  • Er is één werknemersstatuut nodig en niet het schaamlapje van een extra ontslagpremie van 1666 euro voor de arbeiders dat is geopperd door de federale regering (terwijl tegelijkertijd een extra discriminatie wordt ingebouwd, aangezien alleen de bedienden die tijdelijk werkloos worden een supplement van 5 euro krijgen bovenop hun werkloosheidsvergoeding). ABVV-Metaal zal in 2010 klaar en duidelijk voor iedereen een werknemersstatuut nastreven

En laat ons voor de verandering onze goede voornemens ook houden en ze waarmaken, want anders dreigt 2010 in een nog grotere miserie te eindigen dan 2009.

Herwig Jorissen
Voorzitter

Solidariteit met Opel

In februari 2009 stelde ABVV-Metaal:  ‘Opel gaat dicht, tenzij wij er op zeer korte termijn in slagen om het tij voor 180 graden te keren.' Onze uitspraak toen was geen straffe oneliner om even de aandacht van de media te trekken. Integendeel, het was een noodkreet, een oproep om vanaf dat moment geen enkele seconde meer te verliezen.

En de arbeiders, zij werkten voort....

Gedurende een gans jaar hebben we, ondanks al het cynisme en fatalisme, op alle niveaus keihard gewerkt om die U-bocht te realiseren. We hadden onze hoop gevestigd op een Opel dat losstond van General Motors en op één ernstige industriële overnemer, met name Magna. We hadden weinig illusies. We wisten dat ook Magna geen geschenk uit de hemel was. We wisten dat ook Magna in eerste instantie Antwerpen niet gunstig gezind was. Maar de solidariteitsmanifestatie in oktober 2009 in Antwerpen was zeer duidelijk. Op het terrein voor de fabriek stonden duizenden arbeiders van alle Opel-vestigingen met één boodschap: als Magna Opel overneemt, dan hebben ze de inbreng van de werknemers hard nodig. En wie bij de werknemers langs de kassa wil passeren, zal ook met hun voorwaarden rekening moeten houden. Het was daarom dat Peter Scherrer, secretaris-generaal van de Europese Metaalbond, kon verklaren: ‘Alleen de vakbonden en de werknemers kunnen Opel Antwerpen redden.'

En de arbeiders, zij werkten voort....

Het leek alsof we een perfect syndicaal parcours zouden kunnen gaan afleggen. Van ten dode opgeschreven in februari 2009 tot bijna weer levend begin november na de ondertekening van het besparingsplan van 256 miljoen tussen kandidaat -overnemer Magna en de Europese Opel-vakbonden.

En dan kwam er als een donderslag bij heldere hemel de aankondiging dat GM Opel niet zou verkopen. GM waande zich, dankzij Amerikaans overheidsgeld, gered en stopte alle besprekingen met Magna. En ineens stonden we opnieuw tegenover dezelfde spoken. GM haalde zijn oud herstructureringsplan van onder het stof. Met als een van de eerste punten: Antwerpen gaat dicht.

En de arbeiders, zij werkten voort....

De Europese vakbonden lieten GM weten dat ze enkel over een herstructurering wilden praten, als Opel dezelfde mate van autonomie zou krijgen als in het geval van een overname door Magna. Uiteindelijk verklaart GM bereid te zijn om een nieuw ondernemingsplan op tafel te leggen voor Opel en om het oorspronkelijke herstructureringsplan te herzien. Wat volgt, zijn weer maanden van hoop en wanhoop. De vakbonden werken aan alternatieve plannen voor het openhouden van de fabriek in Antwerpen. In de pers duiken om de zoveel tijd berichten op waaruit blijkt dat Antwerpen dicht gaat. Daarop reageert GM altijd op dezelfde manier. ‘Het zijn oude documenten, er is nog altijd niets beslist, maar de toekomst van Antwerpen is onzeker.'

En de arbeiders, zij werkten voort....

In alle Europese Opel-vestigingen wordt per vestiging onderhandeld over besparingsplannen. Alle Europese Opel-vakbonden zijn wel overeengekomen om in al die lokale besparingsovereenkomsten een clausule op te nemen dat de overeenkomst alleen geldt op voorwaarde dat er geen fabrieken worden gesloten en er dus een oplossing voor Antwerpen komt.

Dan valt 20 januari en kondigt GM een bijzondere ondernemingsraad aan bij Opel Antwerpen. En dan valt 21 februari en kondigt de lokale directie aan dat GM de intentie heeft Antwerpen te sluiten tegen juni 2010. Alle besprekingen en alle argumenten ten spijt besluit GM toch om een economisch rendabele vestiging te sluiten. ‘Het is crisis', zeggen ze,'en er is overcapaciteit.'

Buitenstaanders zullen zeggen: ‘Goed geprobeerd, maar pech, jullie zijn er niet in geslaagd om de koers van het schip te veranderen.' En toch doen we voort. We schrijven dit edito aan de vooravond van opnieuw een Europese solidariteitsmeeting. Klaus Franz, de Voorzitter van de Europese Ondernemingsraad, komt persoonlijk de werknemers van Opel toespreken aan het begin en einde van hun shift. Ook de Vlaamse regering weigert, samen met de vakbonden, om de handdoek in de ring te werpen.

De werknemers van Opel zijn een moedige strijd aangegaan. Een strijd met een multinational die zich van (Europese) spelregels niets aantrekt, die gedane beloften en ondertekende akkoorden straal negeert, die Poetkin en Merkel wandelen stuurt en terwijl ze in Europa een vestiging sluit, productie delokaliseert naar Zuid-Korea. ABVV-Metaal geeft zich niet gewonnen. De werknemers van Opel geven zich niet gewonnen. Steun hun strijd en onderteken online de solidariteitsmotie. Surf naar www.solidairmetopelantwerpen.be.

En de werknemers van Opel, zij vechten voort...

Herwig Jorissen
Voorzitter

Oef Oef en nog eens Oef

Op 3 oktober 2008 maakten we voor het eerst een balans op van alle jobs die verloren waren gegaan in de metaal sinds juni. Deze oefening hebben we sindsdien regelmatig herhaald. Op dit moment staat de teller op onze website op ongeveer 11.000 jobs die verdwenen zijn.

Op 17 oktober 2008 schreven we: ‘Agoria verwacht dat in 2009 ongeveer 3000 jobs zullen verdwijnen (ruim één procent  van de totale werkgelegenheid). We merken het nu al. Er gaat geen dag voorbij of er is wel een bericht over een herstructurering, productievermindering, tijdelijke werkloosheid,... De lijst is al veel te lang en wordt elke dag langer.'

Op  31 oktober 2008 konden jullie het volgende lezen : ‘We vrezen dat dit nog maar het begin is, dat de echte fall-out ten gevolge van de financiële of kredietcrisis nog moet komen. Daarom vraagt ABVV-Metaal om een noodplan ter bescherming van onze industrie en van onze arbeiders. Een van de oorzaken waarom de arbeiders de grootste slachtoffers zijn van de huidige crisis, is het feit dat het voor een patroon goedkoper is om een arbeider dan een bediende te ontslaan.'

Op 14 november schreven we: ‘In deze crisis waren de precaire werknemers de eerste grote slachtoffers (de uitzendkrachten / de tijdelijke werknemers), daarna kwamen de vaste werkkrachten onder druk te staan (tijdelijke werkloosheid / herstructurering). De industrie werd als eerste zwaar getroffen... In de huidige crisis wordt stilaan alle arbeid(ers) kwetsbaar.'

‘In economische tijden waarin alle arbeid precair dreigt te worden, wordt werk koopkracht', klonk het op 28 november – tijdens de interprofessionele onderhandelingen.

In het kerstedito maakten we de optelsom dat meer dan 40.000 metallo's in december en januari tijdelijk werkloos zouden zijn.

In het eerste edito van 2009 (16 januari) stelden we: ‘Het zijn de streken met een hoge industriële tewerkstelling die het zwaarst getroffen worden. De crisis die we vandaag kennen, is misschien begonnen bij de banken, maar is in Vlaanderen een crisis van de industrie. Wat vandaag nodig is, is een waakzaamheidcomité voor de industrie en ter bescherming van onze industrie en onze arbeiders. Want de industriële activiteiten zijn (rechtstreeks en onrechtstreeks) goed voor 40% van de welvaart van Vlaanderen. Als de industriële motor hapert, stokt de welvaart. (...) Dat er een einde komt aan de discriminatie tussen het arbeiders- en bediendestatuut. Dit is onze wens voor het nieuwe jaar.'

‘De industrie zorgt voor de welvaart van Vlaanderen en in die industrie werken zowel arbeiders, als bedienden. Het kan niet dat een discriminatie die dateert van de 19e eeuw het lot kan bepalen van werknemers in de 21e eeuw'.
Dat schreven we op 27 maart 2009.

Ter gelegenheid van de Dag van de Arbeid schreven we op 30 april: ‘Ik wou dat ik kon schrijven dat we het ergste nu wel hebben gehad. Alleen zou ik dan de waarheid niet vertellen. Zelfs al zou dat zo zijn, dan zouden we evenzeer met zware herstructureringen te kampen krijgen in de komende weken. Zelfs dan zal de werkloosheid verder blijven stijgen. (....) Er werd vorig jaar meewarig gereageerd, toen we de vrees uitten dat onze industrie dreigde stil te vallen. Ondertussen is een groot deel van onze industrie letterlijk stilgevallen. Nu moeten we hopen dat onze industrie standhoudt en op de een of andere manier deze crisis overleeft. (...) Nu zeker moet 1 mei de dag van de arbeid zijn, de dag van het behoud van onze arbeid in onze industrie.'

Op 15 mei schreven we: ‘Want werk is vandaag het belangrijkste, het tweede belangrijkste en het derde belangrijkste.'

Op 11 en 12 juni hield ABVV-Metaal zijn eerste Statutair Congres met als thema ‘Voor een echte industrievakbond binnen het ABVV'. Op dat Congres  lanceerden we de campagne ‘Investeer in de industrie'. Veertig procent van de werkende Vlamingen heeft een job in of dankzij de industrie. Het Congres was er zeer duidelijk over dat één zaak prioritair werd geacht: het werknemersstatuut.

Op 10 juli vroegen we ons af: ‘Hoe lang schijnt de zon nog in de industrie?' Want ‘in de industrie, en met name de metaalindustrie, zijn de zwaarste klappen gevallen en daar zullen ook na de zomer zware klappen vallen. Door de discriminatie tussen het arbeiders- en bediendestatuut zijn het telkens weer de arbeiders die de hoogste prijs betalen. (...) Het kan niet zijn dat er in 2010 nog maar eens een ABVV-Congres passeert waarbij onze arbeiders weer op hun honger blijven zitten en de discriminatie gewoon blijft verder bestaan.'

Op 2 oktober lanceren we onze petitiecampagne is ‘Vele vingers maken vele vuisten' - Voor meer investeringen in de industrie. De fotopetitie onderschrijven kan nog steeds op onze actiesite www.abvv-industrie.be.

Op 16 oktober konden we niet anders dan constateren: ‘De crisis is voor de (metaal)industrie nog lang niet voorbij.'

Het laatste weekend van november luidde de Vlaamse minister-president Kris Peeters de noodklok voor de Vlaamse economie. Driekwart van het banenverlies komt namelijk op rekening van de industrie. Hij riep daarom de sociale partners in spoedoverleg bijeen om een transformatieplan voor de Vlaamse industrie op te stellen met als enige boodschap ‘het ergste is nog niet voorbij'. De vakbonden zijn ontstemd over hun eerste contact met premier Yves Leterme. Het ABVV wil dat hij dringend een dam opwerpt tegen de vloedgolf van ontslagen die ons land teistert. ‘De arbeiders moeten beter beschermd worden. Verleng hun opzegtermijn.'

OEF OEF OEF

En mogen we erop rekenen dat er nu eindelijk ook iets gebeurt om de toekomst van onze industrie veilig te stellen en dat er eindelijk een einde komt aan de discriminatie tussen arbeiders en bedienden? Dan wordt het misschien toch nog een gelukkig nieuwjaar.

Herwig Jorissen
Voorzitter