de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Georges De Batselier.

 

In gesprek met ... Georges De Batselier.

Gespreid over het hele jaar 2018 organiseert de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg activiteiten rond de 50e verjaardag van de wet op de cao’s en de paritaire comités. Een gouden jubileum dus. Met seminaries, vergelijkende studies, info- en contactmomenten voor de jeugd, persartikelen. Lovenswaardig en nodig, maar tegelijk ook slechts het topje van de ijsberg. Want ver weg van de aandacht, dat is waar deze wet alle dagen zijn nut bewijst.

Deze wet uit 1968 regelt niet alleen heel wat administratieve en juridische regels die in een cao moeten opgenomen worden, het is tegelijk de bakermat van het sociaal overleg, van collectieve afspraken omtrent ‘arbeid’, maar ook van sociale bemiddeling indien partijen er samen niet uit geraken. Welke partij dan ook; want België zou België niet zijn indien we dat niet op vele manieren zouden kunnen invullen: de werknemer, de werkgever, de vakbond en werkgeversorganisatie, de overheid (lees: de politieke meerderheid). In Nederland beschrijft men ons overlegmodel als een “vermijdende conflictcultuur”. In eigen land hoor en lees je steeds vaker dat het sociaal overleg dood en begraven is, dat het (volgens Unizo) één grote illusie is. Sta ons toe dit even correct te kaderen: in elk bedrijf, elke organisatie, elke sector is er permanent ‘sociaal overleg’. Elke dag van de week wordt er op gigantisch veel werkplaatsen gewerkt aan compromissen, aan het open houden van de deuren. En ja, soms gaat de deur dicht, loopt er een wiel van de wagen af, zijn er grenzen waar je niet voorbij kan. Dat zijn de uitzonderingen die de spreekwoordelijke regel – dat er veel en succesvol overleg is - bevestigen.

Het is duidelijk dat we de mening niet delen dat er geen sociaal overleg meer is. Onmiddellijk zeggen we er wel bij dat dat er factoren zijn die dat overleg bemoeilijken. Met een regering die de wettelijke pensioenen beperkt voor wie meer dan 45 jaar gewerkt heeft of een landingsbaan aanvraagt, is het lastig om een evenwicht te vinden; met lokale bewindslui die politie en gerechtelijke autoriteiten inschakelen om sociale acties te ontwrichten al helemaal niet. Het sociaal model criminaliseren is zijn fundament eronderuit halen. Zodra je beide partijen niet meer als gelijkwaardig beschouwt, is het bijzonder moeilijk om onze vermijdende conflictcultuur dagdagelijks in stand te houden. Bij collectieve conflicten waar een ‘sociale’ bemiddelaar wordt voorzien, kan je nog rekenen op deze onafhankelijke om onbevooroordeeld beide partijen te verzoenen. Om als het ware ijs te leggen op een ontstane wonde en de zwelling te doen afnemen. Tot onze spijt wordt hun aantal echter afgebouwd, waar je net zou verwachten dat het in ieders belang zou zijn om dit niet te doen. Op het eerste seminarie in het jubileumjaar besloten zowel vakbonden als werkgeversorganisaties dat het geen louter conservatieve reflex is om een 50-jarige wet nog eens een generatie verder te zetten, maar dat dat een vraag is naar stabiliteit, evenwicht, respect en gelijkwaardigheid. En dat ook internationale bedrijven die vaak de rol van een externe bemiddelaar onderschatten daarvan overtuigd kunnen en moeten worden.

Het is dus veel te negatief, en al helemaal niet juist om te zeggen dat het sociale overleg, het topje van de ijsberg dat we ervan zien, dood en begraven is. Maar tijd voor een groot feest bij het jubileum is ook zeker niet op zijn plaats. Het is eerder even stilstaan om daarna sneller vooruit te gaan. Graag samen. Graag met zoveel mogelijk.

Georges De Batselier
Voorzitter ABVV-Metaal