de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Herwig Jorissen.

 

In gesprek met... Herwig Jorissen

De metaalnijverheid is nog altijd één van de stekhouders van onze industrie. Een industrie die (nog) goed is voor veertien procent van het bruto binnenlandsproduct (maar veertien kunnen we zeggen als we weten dat het Europees gemiddelde twintig procent bedraag). Als we echter rekening houden met de diensten die afhankelijk zijn van onze industrie dan komen we al aan veertig procent van het bruto binnenlands product. Bovendien is een kwart van de bevolking werkzaam in de industrie (in de enge zin) en zorgt elke job is de industrie voor 0,5 tot 2 jobs in andere sectoren.

Het zijn feiten die we al veel hebben aangehaald. Alsook de noodzaak van hoogtechnologische productie om onze economische groeimogelijkheden in de toekomst te vrijwaren. En we hebben de mogelijkheden. Een recente studie gaf aan dat in Europa België tot de top 3 behoort om dergelijke productie te ontvangen.

Daarom is industrie 4.0 het thema van ons congres in 2018. Een industrie die sterk gerobotiseerd en geautomatiseerd zal zijn en gedreven door big- data applicaties. Met vele gevolgen ook voor de arbeid. En die industrie die bestaat nu al. In de laatste editie van M@gmetal staat een reportage over Vandewiele in Marke (gespecialiseerd in hoogtechnologische tapijt- en fluweelweefmachines). CEO Charles Beauduin zegt hierover ““Taken veranderen. Arbeiders doen geen band- en assemblagewerk meer. Ze beheren en controleren nu een aantal machines met als doel om de productie nóg beter, efficiënter en sneller te maken. Er zijn niet minder arbeiders dan vroeger. Integendeel, het personeelsaantal groeit. Ook is er geen grote verschuiving merkbaar van mensen op de werkvloer naar mensen in de R&D-afdeling, of van laag- naar hooggeschoolden. Er staan nog evenveel werknemers in de fabriek, alleen doen ze andere dingen.”

Dat brengt voor ons als vakbond nieuwe uitdagingen met zich mee. Niet alleen zullen we ons meer dan voorheen moeten bezighouden met en nadenken over arbeidsorganisatie. Maar zoals onze hoofdafgevaardigde, Patrick Baekelandt, bij diezelfde Vandewiele, zegt “De taken van onze arbeiders veranderen inderdaad. Maar niet iedereen maakt even snel de switch. Vooral de ouderen zullen daaronder lijden.Daarom vragen we extra aandacht voor die groep werknemers. Extra begeleiding en bijscholing zijn voor hen noodzakelijk”. 

We zullen ook CAO 39 terug van onder het stof moeten halen (drie maanden voor investering in een nieuwe technologie moet er informatie en consultatie gebeuren over de sociale gevolgen van deze nieuwe technologieën).  Volgens een enquête van Tempo-team volgt slechts één op drie bedrijven de gevolgen op van de impact op tewerkstelling en arbeidsorganisatie van de invoering van nieuwe technologie. Eveneens blijkt dat CAO 39 niet wordt toegepast in zeven op de tien bedrijven en dat de gevolgen van de digitalisering stilzwijgend gebeurt door vier werkgevers op tien. 

Meer CAO39, als kind van de derde industriële revolutie, moet niet alleen van onder het stof gehaald worden, het moet vooral ook herbekeken en versterkt worden. Want het is niet met de tools van de vorige eeuw dat we een adequaat antwoord zullen geven op de uitdagingen van morgen.

Herwig Jorissen

Voorzitter