de voorzitter

De Voorzitter gaat de dialoog aan. Het gedacht van Herwig Jorissen.

 

In gesprek met ... Voorzitter Herwig Jorissen.

Vier jaar geleden op vrijdag 4 juli 2013 werd geschiedenis geschreven. Na 27 uur onderhandelen slaagden drie socialistische vrouwen, toenmalig minister van Werk Monica De Coninck, haar kabinetschef Eva Van Hoorde en de kabinetschef van de toenmalige premier Di Rupo, Yasmine Kherbache, erin om een historisch compromis op tafel te leggen: de carenzdag werd afgeschaft en de opzegtermijn van de arbeiders en de bedienden zou voortaan gelijk zijn. Daarbij kwam een einde aan twee van de meest flagrante discriminaties tussen arbeiders en bedienden.

Hiermee werd, zo schreven we toen, “de basis gelegd voor een nieuw statuut voor een moderne arbeidsmarkt”. Dat dachten we, dat geloofden we, dat hoopten we. Eindelijk zou er definitief een einde komen aan de apartheid in het sociaal recht die bij wet verordent dat de arbeider maar met zijn handen werkt, en daarom ‘minder’ is/verdient dan de bediende die met zijn hoofd werkt. IJdele hoop.

In die vier jaar is natuurlijk veel gebeurd. We zitten opgezadeld met de asociale regering-Michel-De Wever die de aanval heeft ingezet op veel van onze sociale rechten. En dus hebben we als vakbond vooral in het defensief gezeten. Alleen ondertussen zijn er nog altijd arbeiders en bedienden, handenarbeiders en hoofdarbeiders. Op vier jaar tijd is er geen stap gezet in de toenadering van beide statuten. Laat staan in het tot stand komen van één statuut voor alle werknemers.

Meer nog, de scheidingslijnen op de werkvloer en in de samenleving zijn er nog altijd. Arbeiders en bedienden werken met een verschillend statuut. Op vlak van tijdelijke werkloosheid, gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid en aanvullend pensioen bijvoorbeeld (alleen voor het aanvullend pensioen is afgesproken dat deze tegen 2025 geharmoniseerd moeten zijn).

De loonkloof blijkt overduidelijk uit een salarisenquête in opdracht van Vacature. Het gemiddeld netto maandloon van arbeiders kwam op 1.528,10 euro; dat van bedienden op 1.852,30 euro. Bedrijven zijn minder bereid om arbeiders een variabel loon uit te keren dan bedienden (58 versus 74 %). Ook voor bedrijven zijn arbeiders en bedienden dus nog altijd verschillende wezens.

Uit een studie aan de KUL bleek dat arbeiders minder voldoening halen uit hun job. Zij vinden hun werk slopend en inhoudelijk armer dan dat van bedienden. Ze krijgen ook minder autonomie, minder inspraak en minder mogelijkheden om hun capaciteiten te ontwikkelen.

In een wereld, in een economie waar alles met alles in verbinding staat – van ontwerp tot onderhoud, van upgrade tot hergebruik, van producent tot dienstverlener en klant -, waar de grenzen tussen industrie en dienstensector in een razend tempo aan het vervagen zijn. In zo’n wereld, in zo’n economie delen wij werknemers nog altijd op tussen wie zogezegd met zijn handen en hoofd zou werken, tussen arbeiders en bedienden. Economisch onzinnig, sociaal onrechtvaardig, waardoor we bovendien de afspraak met de arbeidsmarkt van de toekomst dreigen te missen.

Monica, Eva, Yasmine, kom terug.

Herwig Jorissen
Voorzitter