Van nature uit ben ik een optimistisch iemand. Iemand die altijd hoopvol is, die waar anderen een halfleeg glas zien, wijst op het feit dat het ook halfvol is en die het goede in mensen ziet. Ik lig met andere woorden niet vaak wakker omdat ik er echt van overtuigd ben dat het uiteindelijk allemaal wel goed komt. Dat wil ook zeggen dat ik veel vertrouwen heb in de mensheid. Alleen wordt dat vertrouwen heel vaak op de proef gesteld. Niet alleen als het gaat over de werkvloer, maar evenzeer ook als onze samenleving wordt uitgedaagd. En daar lig ik de laatste tijd wel vaak aan te denk zo vlak voor de slaap komt.

Deze morgen (8 juni) las ik in De Standaard nog dat meer Vlamingen eraan denken om vuurwapens te kopen omdat ze zich onveilig voelen en het recht in eigen handen kunnen willen nemen in bepaalde omstandigheden. Het zal wel allemaal niet zo’n vaart lopen - hoop ik dan - maar dit zijn tekenen aan de wand. En die wand kleurt alsmaar donkerder. Gevoelens zoals die van onveiligheid, worden ons in heel belangrijke mate aangepraat. Ik zeg nu niet dat er geen problemen zouden zijn en alles rozengeur en maneschijn is. Laat mij daarin ook duidelijk zijn, maar ik wijs wel op de verpletterende verantwoordelijkheid van bepaalde groeperingen in onze samenleving die angstgevoelens aanwakkeren, zelfs creëren en die gewoonweg teren op die gevoelens van onbehagen en van angst. Waarom doen ze dat? Om een bepaald extreemrechts gedachtengoed verder te kunnen verspreiden. Racisme is zo weer helemaal terug van (nooit) weggeweest. Het cordon mediatique (waarbij een bepaalde partij wordt uitgesloten door die systematisch te negeren in de media), is blijkbaar volledig losgelaten. Nochtans heeft zo’n cordon een bestaansrecht: het beletten dat ondemocratische partijen, die anderen uitsluiten op basis van kleur (en religie, en gender, en seksuele voorkeur, en syndicaal engagement…) kunnen groeien en verder bezit kunnen nemen van onze samenleving en uiteindelijk ook van onze democratische instellingen.

Het zijn deze extreemrechtse groeperingen en partijen die het echte gevaar vormen. Die zich als een teek inwerken in onze samenleving en die samenleving leegzuigen om dan vetgemest los te laten en een slachtoffer achter te laten. Die misbruik maken van de problemen waarmee mensen daadwerkelijk geconfronteerd worden. Wie het bijv. moeilijk heeft om aan een goedbetaalde job te geraken waardoor de rekeningen niet of amper kunnen betaald worden en er vaak niets extra’s af kan, is veel vatbaarder voor een haatdiscours waarbij de oorzaak voor de persoonlijke problemen, stelselmatig bij anderen wordt gelegd. Die anderen zijn dan steevast diegenen die niet beantwoorden aan het beeld van de ‘echte Vlaming’. Diegene die niet blank, christelijk en Vlaming is. Zulke uitspraken – gedaan tijdens een interview in een kwaliteitskrant (De Tijd/29 mei 2021) – mogen dan voor sommigen niet strafbaar zijn, racistisch zijn ze absoluut wel.

Het cordon mediatique mag dan wel gevallen zijn, het cordon sanitair moet behouden blijven. Het is het enige tegengif voor de ranzigheid van een partij die enkel slachtoffers maakt. Want wie denkt dat het Vlaanderen van extreemrechts het El Dorado is, zal in plaats van goud enkel waardeloos steengruis vinden.

 

Miranda