EQUAL PAY DAY, 25 maart 2021

Equal Pay Day, de dag voor gelijk loon v/m, valt dit jaar op 25 maart, want de loonkloof bedraagt 23% (gemiddelde bruto jaarlonen, voltijds en deeltijds werkenden). Daarmee hebben we 1 procentpuntje gewonnen tegenover vorig jaar. Dat verdient geen applaus. Aan dit tempo zal het nog vele jaren duren vooraleer de kloof gedicht is. Het doet me denken aan de oudere, protesterende vrouw op een of andere manifestatie met het kartonnen bord “I can’t believe I still have to protest this fucking shit.” Om maar te zeggen: het is tijd voor meer actie en concrete maatregelen om de loonkloofwet echt werkbaar te maken. Want de loonkloof dichten is goed voor iedereen. 

Nog altijd is niet iedereen overtuigd van het belang van het dichten van de loonkloof. Nochtans is het in ieders voordeel, of je nu een vrouw bent of een man. Zo berekende het McKinsey Institute dat het bruto binnenlands product van België met maar liefst 21% kan stijgen als de genderkloof op de arbeidsmarkt volledig is gedicht. De studie én de loonkloofcijfers van vandaag verwijzen naar onderzoek en statistieken in pre-coronatijd. Maar corona of niet, de loonkloof moet sneller worden aangepakt.

Iedereen wordt beter van gelijk loon

De loonkloof dichten is niet alleen goed voor vrouwen, maar voor iedereen. Stel even dat vrouwen in dezelfde mate zouden deelnemen aan de arbeidsmarkt als mannen – en de genderkloof dus volledig zou zijn weggewerkt – dan zou het jaarlijkse bruto binnenlands product (BBP) van België in 2025 toenemen met maar liefst 21% ten opzichte van een ongewijzigde economische situatie. Dat berekende het McKinsey Global Institute voor zij-kant. In het grootschalig onderzoek ‘The Power of Parity’ onderzocht het gerenommeerde internationale consultancybureau de economische output van regio’s in een zogenaamd ‘full potential’-scenario. In dit ‘ideale scenario’ werken evenveel vrouwen als mannen, (nu is dat 69% van de mannen en 62% van de vrouwen in België[1]), werken ze evenveel uren (nu werkt bijna de helft van de vrouwelijke loontrekkenden deeltijds in ons land) en zijn ze gelijk vertegenwoordigd in goed verdienende jobs en sectoren. Als dat geen heuglijk scenario is.

Alhoewel ik samen met zij-kant niet meteen pleit voor een economisch model waarbij iedereen zich gedurende de hele loopbaan conformeert aan het heersende, voltijdse werkritme op de betalende arbeidsmarkt, blijft de vaststelling dat hoe meer vrouwen verdienen, hoe groter hun koopkracht en hoe beter voor de economie. En die economische groei vertaalt zich dan weer in meer welvaart, waarvan ieders portemonnee kan meegenieten. Een prikkelende vaststelling.

 

De prijs van het ouderschap

Maar vooral vrouwen kunnen niet zomaar meestappen in een dergelijk ‘full potential’ scenario, nog los van de wenselijkheid ervan voor zowel vrouwen als mannen. Zoals we intussen allemaal weten gaat de loonkloof veel verder dan de kwestie gelijk loon voor gelijk werk. Een heel aantal culturele, wettelijke, sociale en economische factoren zorgen ervoor dat vrouwen minder verdienen dan mannen. Zo betalen vrouwen veel meer de prijs voor het moederschap, dan mannen voor het vaderschap.

De loopbaankloof ontstaat rond de leeftijd van dertig à veertig jaar. Elk jaar studeren er meer meisjes dan jongens af aan de universiteiten en hogescholen, en 53% van de werkende vrouwen heeft een hoger diploma versus 40% van de mannen. Maar het zijn nog altijd vooral de vrouwen die zich het meeste bezighouden met de organisatie van het huishouden en de opvoeding van de kinderen, waardoor zij (tijdelijk) minder werken, en hun voorsprong verandert in een achterstand. De (loon)kloof vergroot alleen maar naarmate mensen ouder worden, want terwijl een vrouw haar carrière op een lager pitje zet, kan een man professioneel doorgroeien. Dit heeft ook een zelfversterkend effect: doordat vrouwen vaker hun carrière terugschroeven, verdienen ze minder en is het logischer dat zij, als slechtst verdienende partner, meer zorgtaken opnemen. Het is duidelijk: vrouwen betalen een hogere prijs voor het ouderschap. Het hoeft dan later niet te verwonderen dat de pensioenkloof tussen vrouwen en mannen gigantisch is. Ze bedraagt maar liefst 26 %.

 

En toen kwam Corona

De COVID-19-pandemie heeft de taakverdelingen tussen vrouwen en mannen vandaag op scherp gesteld. In het voorjaar van 2020 sloten de scholen en de crèches. Werkende ouders kregen er plots een enorme, onverwachte zorglast bij. Ze moesten het telewerk onder de knie krijgen (“uw micro staat niet aan”), thuisonderwijs verrichten (“hoe zat dat ook weer, die berekening van de vierkantswortel?”) en de kleintjes opvangen (“geef jij Anneke een verse luier?”) terwijl het huishouden verder liep. Om de combinatie van die nieuwe manier van leven draaglijk te maken riep de toenmalige regering het corona-ouderschapsverlof in het leven: van mei tot en met december 2020 konden ouders gebruikmaken van een nieuwe en flexibelere vorm van ouderschapsverlof. Hoeft het te verbazen: van het gemiddeld aantal gebruikers over die periode was 71% een vrouw (over heel 2020: 60.385 vrouwen) en maar 29% een man (over heel 2020: 29.954 mannen). De grootste groep gebruikers was tussen 30 en 45 jaar, en heeft dus jonge kinderen.

Deze cijfers zijn alles behalve onschuldig: niet alleen bewijzen ze dat zorg nog altijd ongelijk verdeeld is, het is ook duidelijk dat kinderen, zelfs voor jonge ouders waarvan we meer gendergelijkheid verwachten, een vrouwenzaak blijven.

 

Pas de loonkloofwet aan én pas ze toe

Dankzij de aanhoudende druk van o.m. zij-kant en ABVV, werd op 22 april 2012 de loonkloofwet een feit. Nu, bijna 10 jaar later, is de toepassing van die wet alles behalve sluitend. Maar er is hoop op beterschap: in het federale regeerakkoord staat dat er maatregelen worden genomen om deze wet ‘werkzamer’ te maken. Hoe dit moet, is nog niet duidelijk. Maar wij hebben enkele voorstellen.

België was immers, eerder dan IJsland, de eerste om een loonkloofwet in te voeren. Maar in IJsland wordt gerapporteerd, gecontroleerd én gesanctioneerd. En terwijl in IJsland de werkgever moet bewijzen dat hij/zij niet discrimineert, moet in België de werknemer aantonen dat hij/zij gediscrimineerd wordt. Ons land voorziet niet in een bescherming voor die werknemer en ook niet voor de bemiddelaar. Bovendien toont onderzoek dat er vooral op het niveau van de ondernemingen onvoldoende gehoor wordt gegeven aan de wet.

Daarnaast is loontransparantie, een eis die we al vanaf de eerste Equal Pay Day in 2005 op tafel legden, een noodzaak. Werk aan de winkel voor onze beleidsmakers.

De nieuwe Equal Pay Day campagne 2021 vind je binnenkort op www.equalpayday.be

Vera Claes
Nationaal secretaris zij-kant