De samenleving

Lees hier gevarieerde blogs vanuit de gelijkgezinde samenleving. Aan het woord laten we specialisten binnen ABVV-Metaal en uit progressieve middenveldsorganisaties.

 

In gesprek met... Luc Peiren

Geen symbool kenmerkt de socialistische beweging meer dan de rode vlag. Gek eigenlijk, want oorspronkelijk werd de rode vlag net ingezet om het volk bij vijandige samenscholingen uiteen te jagen.

Vrijheid maar weinig gelijkheid

Om dat te duiden, moeten we terugkeren naar 1789. De Franse revolutie maakt dan een eind aan het ancien régime. De macht van de koning (Lodewijk XVI), kerk en adel wordt aan banden gelegd. Vanaf dan draagt Frankrijk het begrip ‘vrijheid’ hoog in het vaandel. Die vrijheid dient wel vooral de gegoede burgerij. De man in de straat trekt opnieuw aan het kortste eind. Het decreet-d’Allarde van maart 1791 legt de vrijheid van handel, industrie én arbeid vast.

Om de vrijheid van arbeid te verzekeren wordt de wet-Le Chapelier gestemd. Die wet die bedoeld was om een einde te stellen aan de middeleeuwse arbeidsorganisatie van gildes en ambachten, verbiedt coalities en corporaties die de toegang tot een beroep bemoeilijken. Dit zogenaamde coalitieverbod maakt staken en de vorming van vakbonden onmogelijk. Lonen en arbeidsomstandigheden moeten individueel met de werkgever onderhandeld worden. De arbeiders bevinden zich bij zo’n onderhandeling in een heel nadelige positie. Terwijl de werkgevers kunnen terugvallen op hun eigen onderneming en indien nodig de overheid om hun prijzen of lonen op te dringen, staat de arbeider zwak: als er zich meerdere arbeiders aanbieden voor eenzelfde baan, gaat die uiteraard naar de arbeider die zijn diensten voor het laagste loon aanbiedt ...

De rode vlag tegen het gepeupel

Pas aan de macht, wil de Franse burgerij zich blijvend verzekeren van die macht. Daartoe wordt onder meer de wet van 20 oktober 1789 gestemd. Die wet bepaalt dat als de rode vlag gehesen wordt, betogers of manifestanten – zeg maar het gepeupel – uiteen moeten gaan. Anders maken de (orde)troepen met geweld een einde aan de samenscholing. De rode vlag staat aanvankelijk dus symbool voor de burgerlijke repressie, zoals de Marseillaise het later zal verwoorden: Contre nous de la tyrannie/L'étendard sanglant est levé/L'étendard sanglant est levé/Entendez-vous dans les campagnes/Mugir ces féroces soldats?/Ils viennent jusque dans vos bras/Égorger vos fils, vos compagnes!(‘Tegen ons is de tyrannie/het bloedige vaandel van de tirannie gehesen/Het bloedige vaandel is gehesen/Hoort ge in de velden/Het brullen van die vreselijke soldaten?/Zij naderen tot in uw armen/Om uw zonen en echtgenoten te kelen!’). Het lied wordt in 1792, een klein jaar na het historisch bloedbad op de Champ de Mars (Marsveld) op 17 juli 1791, geschreven door Claude Joseph Rouget de Lisle (1760-1836), een Frans componist, schilder en kapitein in de Franse genie.

De rode vlag als symbool voor meer democratie

Op 17 juli 1791 legt de linkse Club des Cordeliers een petitie neer die het wil laten ondertekenen door de bevolking van Parijs, op het altaar van het vaderland van het Marsveld. De petitie vraagt de definitieve verwijdering van Lodewijk XVI (1754-93) van de troon én de invoering van een republiek. Het komt tot schermutselingen. Daarop vragen de volksvertegenwoordigers aan de burgemeester van Parijs om de krijgswet te proclameren. De burgmeester wendt zich tot de Nationale Garde. Die hijst de gevreesde rode vlag om de menigte uiteen te jagen. Als antwoord gooit het volk stenen. Daarop opent de Garde het vuur én vallen er tientallen doden. Op dat ogenblik achten de linkse Jacobijnen van Maximilien Robespierre (1758-94) de tijd evenwel nog niet rijp achten om de monarchie af te schaffen. Zij laten de gebeurtenissen van 17 juli 1791 dan ook voor wat ze zijn. Toch zal deze dag voor een breuk zorgen tussen de Assemblée en de bevolking van Parijs. Waarbij de rode vlag van dan af voor ‘het gepeupel’ een heel andere betekenis krijgt. Het wordt het symbool voor hun revolutionair streven naar meer democratie, naar meer zeggenschap ...

Rode mutsen en rode vlaggen in opstand

Dat uit zich in de zomer van 1792 als de koning decreten van de Assemblée weigert te tekenen om de stad Parijs te beschermen tegen de oprukkende Oostenrijkers, Pruisen en de gevluchte Franse adel. Daarop eist de bevolking van Parijs opnieuw dat Lodewijk XVI aftreedt én het algemeen stemrecht. Gewapend met pieken, getooid met rode mutsen en begeleidt door rode vlaggen, neemt het volk van Parijs het koninklijk paleis (palais des Tuileries) in. Van dan af wordt kleur rood geassocieerd met rebellie. Behalve de rode vlag valt in deze revolutionaire tijden de Frygische rode muts op. Dit zacht kegelvormig hoofddeksel refereert naar de tijd van de Romeinen. Het werd toen gedragen door vrijgelaten slaven en hun nakomelingen. Voor hen symboliseerde de muts hun vrijheid. Tijdens de Franse revolutie dragen de zogenaamde sansculotten - ambachtslui, kleine handelaren en winkeliers uit Parijs - de muts. Ze danken hun bijnaam aan het feit dat ze geen kniebroek dragen zoals de adel, maar een lange werkmansbroek en daarover een jas. Verder dragen de sansculotten al dan niet op hun Frygische muts ook een kokarde, een rond insigne in de kleuren van de Franse vlag.

De Commune van Parijs hijst de rode vlag

Sinds deze episode in de Franse geschiedenis is de rode vlag een symbool van het sociaal en politiek verzet tegen onrecht. Tijdens de Parijse Commune van 1871 wordt de rode vlag zelfs het officiële symbool van de opstandelingen tegen het centrale Franse gezag. De Commune was een kortstondig revolutionair socialistisch regime dat van 28 maart tot 28 mei 1871 Franse hoofdstad bestuurde. Een van de aanleidingen tot die revolutie is de Frans-Pruisische oorlog van 1870–71, waarbij Pruisen zich meester wil maken van het economisch interessante, aan Duitsland grenzende Elzas-Lotharingen. Op datzelfde ogenblik leeft de Parijse arbeidersklasse al decennialang in erbarmelijke omstandigheden die ondanks verscheidene opstanden niet verbeterden en door de oorlog alleen maar schrijnender werden. Frankrijk is slecht voorbereid op de oorlog en maakt strategische fouten waardoor de toenmalige weinig populaire keizer Napoleon III op 4 september 1870 verzaakt aan zijn troon.

Een regering van Nationale Verdediging zet de strijd verder. Ook deze regering kan evenwel niet beletten dat het Pruisisch leger op 18 november Parijs bereikt. De stad wordt belegerd en de bevolking lijdt tijdens die winter honger en ontbering. Voor de nieuwe Franse regering is de oorlog een verloren zaak. Op 28 januari 1871 capituleert ze. Onder Pruisische druk worden nieuwe verkiezingen georganiseerd die de conservatieven aan de macht brengen. Zij vormen een nieuwe regering die op 10 maart geïnstalleerd wordt in Versailles. De Parijse bevolking erkent deze regering niet en dult allerminst de strenge maatregelen tegen haar. Als de regering troepen naar Parijs stuurt om er de achtergebleven kanonnen op Montmartre terug te halen, slagen de Parijzenaars erin om de troepen voor zich te winnen.

Op 26 maart kiezen de inwoners van de Franse hoofdstad een eigen democratische regering, de Commune, die twee dagen later wordt geïnstalleerd. De Commune telt 90 leden, waaronder 26 arbeiders. In de dagen dat de Commune de stad regeert, worden ingrijpende hervormingen doorgevoerd: het leger wordt vervangen door een nationale garde van burgers, er komt een scheiding tussen Kerk en staat, het gewaarborgd minimumloon wordt ingevoerd, evenals de leerplicht en gratis onderwijs voor jongens en meisjes enz.

De Franse regering in Versailles laat het daar evenwel niet bij. Op 2 april stuurt het conservatieve bewind regeringstroepen naar Parijs (mét steun van Pruisen want de gemeenschappelijke vijand Parijs had hen samengebracht). Tienduizenden communards worden gedood. Wie niet wordt gefusilleerd, verdwijnt in de gevangenis of wordt verbannen naar Nieuw-Caledonië in de Stille Zuidzee. Parijs valt uiteindelijk op 28 mei 1871. Pas in 1880 wordt een algemene amnestie afgekondigd …

In opnieuw een lied (Le Drapeau Rouge) verhaalt de latere socialistische voorman Paul Brousse (1844-1912) het belang van de rode vlag voor de Commune in 1877 als volgt : ‘Sous la Commune il flotte encore/A la tête des bataillons/Et chaque barricade arbore/Ses long plis taillés en haillons’

De rode vlag als symbool van de socialistische arbeidersbeweging

Na de Commune breekt de rode vlag definitief door als symbool van de socialistische (arbeiders)beweging. Ook internationaal. Op haar congres van 1-2 juni 1873 besluit de Engelse afdeling van de Eerste Internationale om al haar activiteiten te organiseren onder de rode vlag. In België duikt het vaandel geregeld op vanaf midden jaren 1870. In Spanje nog vroeger : tussen 1868 en 1873 bevindt het land zich in een sociale, politieke en gezagscrisis, waarbij op 11 februari 1873 de republiek wordt uitgeroepen. In juli 1870 wordt de rode vlag mee gedragen in een betoging te Madrid met als opschrift Het volk heeft honger. In Scandinavië doet ze in de jaren 1880 zowat overal zijn intrede … De officiële erkenning van de rode vlag als symbool van de socialistische beweging door de Tweede Internationale, speelt hierin uiteraard een belangrijke rol, net zoals de politieke doorbraak van het socialisme in de meeste West-Europese staten in de jaren 1890 ...

De Rode vlag werd verboden…

De associatie met het socialisme maakt wel dat de rode vlag her en der verboden wordt. In Duitsland verdwijnt ze helemaal uit het straatbeeld. In België komt ze met de oprichting van de Belgische Werkliedenpartij (BWP) in het vizier van de autoriteiten. Met het oog op de allereerste 1 mei-manifestatie, in 1890, wordt de rode vlag verboden in de glasblazersgemeente Jumet. De arbeiders lopen dan maar achter een massa Franse – en drie eenzame Belgische – aan en zingen de Marseillaise. Het lied De Internationale bestaat dan nog niet. De Marseillaise doet dan maar dienst als lijflied van de socialisten, ook in Gent en Luik. Op tal van plaatsen worden in deze periode politiereglementen gestemd die het gebruik van de rode vlag verbieden of beteugelen. De vlag boezemt de burgerlijke autoriteiten duidelijk angst in. Hun dragers worden gebroodroofd of met gevangenisstraffen bedreigd. De Gentse arbeidersvrouwen mogen zelfs geen rode halsdoeken of schorten dragen in de fabriek.

… maar wappert overal, ook in België

Eén en ander belet niet dat België uitgroeit tot een bastion van de rode vlag. Bijna elke partijafdeling of -federatie, coöperatie, mutualiteit, vakbond, koor, studiekring, harmonie, turnvereniging enz. heeft er één. Je kan de Belgische socialistische pers van de jaren 1880-90 niet nalezen zonder sporen te vinden over de fondsenwerving voor een nieuwe vlag of de inhuldiging ervan. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog heeft zelfs het kleinste gehucht in het land zijn eigen rode vlag en kijken plaatselijke gezagsdragers vaak machteloos toe hoe ze wappert aan de gevels van het schier oneindig aantal volkshuizen in België.

Luc Peiren

Projectmedewerker AMSAB