In gesprek met ... Peter Hulsmans.

Op de vooravond van 1 mei, het feest van de arbeidersbeweging, worden we (voor de zoveelste keer) geconfronteerd met voorstellen om verworvenheden waarvoor hevige strijd werd gevoerd in het verleden terug te schroeven.

De verhoging van de pensioenleeftijd zou deels gecompenseerd worden door het invoeren van ‘werkbaar werk’; men dient langer te werken maar door aangepast werk, zou men het ook langer kunnen volhouden. Deze woorden zijn nog niet koud en het werkbaar werk wordt plots ‘wendbaar werkbaar werk’. Simpel gezegd: langere dagen maken als de werkgever het wil en bij lagere conjunctuur of zelfs willekeurig de te veel gewerkte uren compenseren. Overuren kunnen zelfs uitbetaald worden indien het langer werken zou blijven aanhouden.

Met andere woorden: het plus-minusconto dat reeds onder druk bij Audi werd ingevoerd, wordt veralgemeend. Theoretisch klinkt het mooi als de minister zegt dat men in kalmere periodes verlof neemt, maar voor werkende ouders zal het steeds moeilijker, om niet te zeggen onmogelijk zijn om kinderopvang geregeld te krijgen. Verlofdagen nemen als men ze nodig heeft, is een utopie.

De werkgever beslist tenslotte of er al dan niet langer gewerkt dient te worden. De onregelmatigheid van tewerkstelling kan van die aard zijn dat het de vrije tijd volledig overschaduwt. Zorg voor kinderen, familieleven of het onderhouden van een sociaal leven wordt zo steeds moeilijker. Dit heeft een drastisch effect op de levenskwaliteit.

Met deze wetenschap in het achterhoofd is het goed om eens stil te staan bij de echte betekenis van 1 mei. Aan de 1 mei-viering als viering van de arbeidersbeweging ligt de invoering van de achturige werkdag ten grondslag.

Alfred de Grote (848-899), koning van het Engelse Wessex, verkondigde voor het eerst de gedachten over een evenredige etmaalverdeling. De eis om slechts acht uur per dag te werken werd in de 15e en 16e eeuw veelvuldig onder de Engelse ambachtslieden gehoord.

In Frankrijk kregen de mijnwerkers door Filips de Tweede de achturendag voorgeschreven. De pedagoog Comenius wees in de 17e eeuw op de opvoedkundige en vormende betekenis van een evenredige etmaalverdeling.

De sociaal bewogen ondernemer Robert Owen pleitte er in 1817 in Engeland voor om in werkplaatsen en fabrieken de achturige werkdag in te voeren. Hij beargumenteerde zijn eis door erop te wijzen dat acht uur werk en een goede organisatie van de arbeid een overvloed aan rijkdom voor allen kon scheppen en de nieuwste ontwikkelingen op technisch en chemisch gebied het niet meer noodzakelijk zouden maken om langer te werken dan acht uur.

In Melbourne werden op 18 februari 1856 door werknemers en werkgevers voor het eerst overeengekomen de arbeidsdag te beperken tot acht uur, nadat bouwvakarbeiders het werk hadden neergelegd.

In 1864 werd in Boston de ‘Working men’s Convention’ gesticht waar Ira Steward pleitte voor een bij wet te regelen achturendag. In 1884 nam de ‘American Federation of Labor’ een resolutie aan, waarin voorgesteld werd om vanaf 1 mei 1886 de achturige werkdag ingevoerd te krijgen.

De datum 1 mei was niet zomaar gekozen. In Noord-Amerika was 1 mei ‘Moving Day’. Op die dag werden bestaande arbeidscontracten vernieuwd, ging voor anderen op die dag een nieuw contract in, werden bestaande woonruimte-contracten vernieuwd of betrokken de arbeiders elders een nieuwe woonruimte. De dag van de arbeid was oorspronkelijk ook gepland op 1 mei, maar president Grover Cleveland verplaatste de viering naar de eerste maandag in de maand september, officieel om te vermijden dat 1 mei een herdenking van de Haymarket-affaire zou worden, een vier dagen durende demonstratie van arbeiders en vakverenigingen in Chicago, van 1 tot en met 4 mei 1886, de onlusten die erop volgden en het proces tegen de als anarchisten bestempelde personen die daarvoor verantwoordelijk werden gesteld.

Chicago was tussen 1830 en 1886 de snelst groeiende industriestad in de Verenigde Staten, met veel zware industrie en abattoirs. De arbeidsomstandigheden waren abominabel slecht en de arbeiders waren nagenoeg rechteloos. Rond 1880 leidde dit tot de opkomst van vakverenigingen, met eigen kranten, veelal geleid door immigranten van Duitse afkomst, die fel uithaalden naar de verantwoordelijke overheid en de fabriekseigenaren. Naast de strijd voor betere arbeidsomstandigheden, kortere werkdagen en beter loon, was een belangrijk twistpunt het bestaan van zogenaamde ‘zwarte lijsten’: eenmaal ergens ontslagen kwam een arbeider vaak op een zwarte lijst die circuleerde onder fabriekseigenaren, en hij kwam vervolgens nergens meer aan werk.

Lidmaatschap van de vakbond of deelname aan een staking leidde meestal al tot plaatsing op de zwarte lijst. In het voorjaar van 1886 waren er onlusten in verband met ontslagen bij de McCormick-fabrieken voor landbouwmachines. De directie sloot de fabriek en zou deze op 2 maart opnieuw openen en duizend nieuwe arbeiders tewerkstellen. De vakbonden riepen de arbeiders op om McCormick te boycotten en ondanks de armoede en werkloosheid in Chicago meldden zich slechts 300 nieuwe werknemers. In de tweede helft van april braken er vervolgens ook stakingen uit bij andere grote bedrijven in Chicago en voor 1 mei werden demonstraties aangekondigd, voor de achturige werkdag en tegen de zwarte lijsten.

In Europa werd tot de jaarlijkse 1 mei-viering besloten op 21 juli 1889 tijdens het oprichtingscongres van de Tweede Internationale in Parijs. Het doel was met de 1 mei-viering de strijd voor de achturige werkdag te versterken. Op 1 mei 1890 vonden in veel landen de eerste vieringen plaats, maar ook de eerste 1 mei-actie in Europa. Tienduizenden arbeiders staakten en stapten op in marsen om een werkdag van acht uur te eisen, maar de daaropvolgende jaren groeide het protest al snel uit tot de dag waarop arbeiders in groten getale op straat kwamen om betere werkomstandigheden in het algemeen te eisen. De socialistische bewegingen namen daarin steeds het voortouw. In 15 landen werd tussen 27 november 1917 (Rusland) en november 1919 (Nederland) de achturendag gestemd. In België werd de achturendag pas ingevoerd in 1921 door Joseph Wauters (1875-1929) , socialistisch minister van Nijverheid en Arbeid.

Maar een wet is één zaak, haar doen uitvoeren is een andere. Veel industriëlen deden gewoon alsof de wet niet bestond. Een ander trucje was dat via een KB mogelijk gemaakt werd dat verkorte werkduur op jaarbasis berekend werd. Daardoor werd het mogelijk de arbeiders in kalme perioden verlof te geven en in piekperioden overuren te laten doen (flexibiliteit). Op die manier werkten de arbeiders uiteindelijk even lang als voor de oorlog (2.400 tot 2.500 uren per jaar). Dit klinkt plots wel heel bekend in de oren!

De verdiensten van de arbeidersbeweging in het verleden worden in het algemeen niet in twijfel getrokken, maar enkelen beschouwen dat tijdperk als afgesloten. Vandaag verdrinkt ons land echter weer in een sfeer van sociale onrust, staat de arbeidersbeweging noodgedwongen voortdurend op de barricades en komen vele sociale verworvenheden in gevaar. De sociale zekerheid en de verzorgingsstaat kraken in hun voegen en in het verweer daartegen grijpen de vakbonden naar middelen die het niet altijd goed doen bij de publieke opinie. Maar de vakbond is de arbeider en hij zal steeds blijven strijden voor rechtvaardigheid, solidariteit, democratie, gelijkheid en deze kernwaarden hoog in het vaandel blijven dragen, opdat de rechten waarvoor meer dan honderd jaar gestreden werd, niet terug afgenomen worden.

Enkele belangrijke thema’s op basis van geleverde internationale strijd:

• Achturendag of arbeidstijdverkorting
• Sociale en Arbeidswetgeving
• Arbeidsdeling tussen mannen en vrouwen
• Verbod op kinderarbeid
• ...

Wereldwijd worden deze waarden beklemtoond en verdedigd op 1 mei. We moeten waakzaam blijven dat het ‘laisser faire’-principe en gelatenheid nooit de kop opsteken.

Peter Hulsmans
Adviseur ABVV-Metaal

 

Andere blogs van Peter:

Basisinkomen: doenbaar of wishful thinking?
Vakbondsvertegenwoordiging in het bedrijf verhoogt wel degelijk de arbeidskwaliteit
Wat heb jij te winnen (en te verliezen) bij een functieclassificatie?