Op een gemiddelde vakbondsvergadering is het wellicht makkelijker iemand te vinden die ‘eigendom is diefstal’ wil roepen dan iemand die het universele mensenrecht op eigendom wil verdedigen. Het eerste is weliswaar een erfenis van het anarchistische communisme, niet meteen de voorkeurstrekking bij vakbonden, maar het scandeert zo lekker en als iemand het op de gevel van een grote bank spuit, is applaus zijn deel.

Na de vergadering, na de betoging en na het pintje achteraf, is iedereen thuis uiteraard heel blij dat diefstal en confiscatie van bezit tegen de wet is. Want de eigendom waar we tegen zijn, is het bezit van iemand anders. De eigendom waar we voor zijn, is van ons. Daar hebben we godverdomme hard genoeg voor gewerkt!

De mensenrechten formuleren het ook nogal vaag en algemeen natuurlijk. Alsof elke eigendom op dezelfde manier behandeld wordt of moet worden. Alsof de ‘eigendom’ van Bill Gates of Marc Zuckerberg vergelijkbaar zou zijn met die van u en mij, of met wat een boer op het platteland van India of Mali bezit. Toch maakt de UVRM geen onderscheid. Niet naar omvang van de eigendom en zelfs niet naar de manier waarop die eigendom vergaard of tot stand gekomen is. Al is het self understood dat de staat wel beslag mag leggen op rijkdom, bezit, geld en goederen die afkomstig zijn uit criminele daden. En wat crimineel is, bepaalt de nationale overheid in haar wetten. Overigens wordt het ook als vanzelfsprekend beschouwd dat de overheid een deel van de individuele inkomsten of waarde van eigendom opeist om haar essentiële taken goed te kunnen realiseren. Zonder belastingen, geen veiligheid, geen onderwijs of gezondheidszorg voor iedereen, geen toegankelijke cultuur, geen mobiliteit, kortom: geen menswaardige beschaving. De hoogte van die verplichte bijdrage wordt alweer door nationale overheden bepaald. Die beslist of grote vermogens ongemoeid gelaten worden of net zwaarder belast. En de marges zijn groot: in de Verenigde Staten was de gemiddelde aanslagvoet op de hoogste inkomens in de jaren 1960 negentig procent. Vandaag is het allemaal zo geregeld dat de allerrijksten geen of nauwelijks nog belastingen betalen.

Buiten het kader van de rechtsstaat kan de machthebber altijd besluiten dat wat mijn is, zijn wordt


Maar wat uiteindelijk rechtmatig van u is, mag niet afgenomen worden. Dat lijkt zo vanzelfsprekend dat het nauwelijks vermelding verdient. Maar dat is gezichtsbedrog veroorzaakt door het feit dat we inwoners zijn van een rechtsstaat met een stevig verankerde traditie in het respecteren of afdwingen van wetten. Autoritaire staten, maar ook chaotische of gefaalde staten gaan heel anders om met eigendom (en met nog veel meer, maar dat valt buiten het bestek van dit stukje). Buiten het kader van de rechtsstaat kan de machthebber altijd besluiten dat wat mijn is, zijn wordt. Als dat gebeurt met grote oligarchen (in Rusland bijvoorbeeld) is dat even wereldnieuws, maar dat verandert de realiteit niet. Meestal echter wordt de eigendom van de rijken, ook onder dictatoriaal of autoritair bestuur, wel gerespecteerd. Dat kan niet gezegd worden van de schamele bezittingen van slumbewoners, kleine boeren, informele arbeiders, kleine zelfstandigen.

Een paar weken geleden was ik in Thailand. Daar sprak ik onder andere met Narissara Muangklang, een week voordat ze voor negen maanden en tien dagen opgesloten werd samen met dertien andere boerinnen en boeren uit het Noordoosten. Meer bepaald Chaiyaphum. Hun misdaad? Ze telen maniok. Net als zowat iedereen in de wijde omtrek. De grond is hier schraal en dus beter geschikt voor een stug gewas als maniok dan voor suikerriet. Laat staan rijst of de fijnere gewassen van het Thailandse groentenaanbod. De veroordeelde telers hebben zelf niets anders gedaan de voorbije jaren dan alle jaren en decennia voordien, maar de militaire regering hertekende de kaart van de regio waardoor hun gronden plots in herbebossingsgebied lagen en het telen van gewassen dus niet langer toegelaten was. De junta verdedigt de ingreep met veel vertoon van milieubewustzijn en klimaatnoodzaak, “maar uiteindelijk moeten toch altijd de belangen van bevriende bedrijven gediend worden”, zegt een activist die opkomt voor de landrechten in de regio. Hij verwijst naar de eucalyptusplantags die als bos opgetekend worden. “Er zijn drie redenen waarom er zo veel conflicten zijn over landbezit in Thailand”, vult advocaat Thanomsak Rawadchai aan. “Er is de concentratie van grondbezit waardoor sommige bedrijven gigantische landerijen hebben terwijl zeker anderhalf miljoen families op het platteland geen grond bezitten. Er is veel corruptie bij het toekennen van landtitels en bij disputen daarover. En er is de willekeur waarmee de regering wetten kan opleggen en afdwingen zonder rekening te houden met de mening van of de impact op de lokale bevolking. Dat laatste is het grootste probleem.”

Een week later was ik in Mindanao, het zuidelijkste eiland van de Filipijnen. Daar spreek ik onder andere met Dande Dinyan, voorzitter van Tamasco, een organisatie van inheemse volkeren in het zuiden van Mindanao. De organisatie werd opgericht in 2006 omdat enkele volkeren meenden dat ze de krachten moesten bundelen in hun conflict met het agrobedrijf Silvicultural Industries Incorporated (SII) dat koffie verbouwt op grond die door de T’boli, Manobo en S’daf opgeeist wordt als voorouderlijk grondgebied. De organisatie en de strijd werd meer dan een decennium geleid door Datu Victor. Tot 3 december 2017. Die dag werd Datu Victor samen met zeven andere inheemse leiders gedood door het Filipijnse leger. De officiële uitleg is dat het leger op een groep communistische rebellen gebotst was die het vuur openden. Weinig mensen geloven die uitleg, maar iedereen weet wel dat een rood etiket in de Filipijnen voor levensgevaar zorgt. Na december 2017 nam Dande Dinyan het voorzitterschap van Tamasco over van zijn vermoorde oom. Sindsdien leeft Dande met ogen op zijn rug, en met meer dan één adres. Ook hier wordt grond – het enige productiemiddel dat inheemse groepen hebben om een inkomen én menselijke waardigheid te creëren – afgenomen ten behoeve van grote zakenbelangen. En de politieke overheid, die gebonden is om de universele mensenrechten te respecteren en af te dwingen, wordt ingeschakeld als instrument om de eigendom van mensen aan de onderkant van de samenleving te confisceren en door te geven aan de 1 procent rijksten van het land.

Sociale bewegingen zouden daarom afstand moeten nemen va de simpele slogan ‘eigendom is diefstal’ en zich actief bezighouden met verzet tegen de diefstal van eigendom. Zeker als die diefstal door de staat gepleegd wordt in opdracht van het grootkapitaal. 

Y18 2906 ABVV Metaal Universele verklaring van de mens bloggers 400x400px 012Over Gie Goris

Gie Goris is al meer dan 15 jaar hoofdredacteur van MO*magazine met mondiaal nieuws over migratie, mensenrechten en duurzame ontwikkeling. Gie schrijft rond conflicten in cultuur en religie, mondialisering en islamisme van Iran tot Indonesië. Regelmatig bezoekt hij de regio rond Afghanistan, waarover hij het boek Opstandland schreef, een blik op het land en de regio die al veertig jaar in een permanente staat van oorlog verkeren. 

 

© Brecht Goris